Paul D’Hoore op Ventoux-koers

Financieel expert wil zaterdag ‘de Reus van de Provence’ temmen

maandag 12/06

Paul D’Hoore brengt zaterdag met 2.500 medeklimmers een fietsende herdenkingsode aan wijlen Tom Simpson, die vijftig jaar op de snikhete 13de juli 1967 op 1,4 km voor de top van zijn fiets zwijmelde. Zijn sportbestuurder zette hem er weer op, maar Simpson viel opnieuw. Hij raakte bewusteloos, werd met een helikopter naar het ziekenhuis in Avignon gevlogen, maar overleed onderweg door een combinatie van grote hitte (42°), uitdroging, alcohol en het gebruik van amfetamine. Bij het Tom Simpson monument wordt er op 17 juni door iedere deelnemer een anjer neergelegd. Joanne, de dochter van Simpson, loodst het wielerpeloton vanuit Bédoin mee de berg op, 

Paul D'Hoore, geflankeerd door Joanne Simpson (l) en Gella Vandecaveye (r)

Paul D’Hoore was in, zoals hij zelf noemt, ‘een vorig leven’ een begenadigde en gepassioneerde wielerliefhebber en ook een beetje wielrenner. Geen lid van één of andere officiële of nevenbond. Niet zo ‘competitief’ als zijn sportcollega Karl Vannieuwkerke dus, die eind de jaren 90, begin 2000 enkele koersen bij de eliterenners zonder contract reed en in 2002 tijdens de Ronde Van Zwitserland om 5 uur 's morgens opstond om de koninginnenrit van 150 kilometer met drie cols buiten categorie zelf te rijden voor de profs eraan kwamen. D’Hoore was gewoon een fervent fietsdier. Hij won drie keer het Belgisch Kampioenschap voor Journalisten, dat toen elk jaar over ruim 70 km liep en toch een stevige bezetting had met collega-koersers zoals Marc Uytterhoeven, Wouter Vandenhaute, Marc Stassijns, Philippe Maertens e.a. Hij had tot voor kort nog een vaste column voor cycling.be, het vroegere Cyclosprint. En hij was afgelopen winter commentator van alle superprestige- en wereldbeker veldritten voor Proximus TV. “Ik heb ook voor Eurosport wielerverslaggeving gedaan. Maar op een bepaald moment, in 1999, heb ik moeten kiezen. En mijn keuze was niet voor wielerkoersen, maar voor beurskoersen. Ik vind dat nog altijd de juiste optie. Maar ik ben de koers altijd blijven volgen. Niet dat ik elk jaar uitkeek naar de Ronde van Romandië of de Vierdaagse van Duinkerke. Maar voor de monumenten zoals Ronde van Vlaanderen of de Tour zat ik gegarandeerd voor de buis of stond ik langs het parcours. Ik heb dus ook een paar keer het Belgisch Kampioenschap voor de pers gewonnen, maar ben in 1989 in Lichtervelde zwaar gevallen na een onbewust maar dwaas manoeuvre van een tegenstander in het peloton. Gelukkig zonder zware blijvende letsels. In het ziekenhuis heb ik toen zelfs even gezworen nooit meer te koersen. Het leek me niet zo verstandig, zelfs onverantwoord om zoveel fysieke risico’s-op-twee-wielen te nemen en mijn beroep te hypothekeren…” 

In 1999 heb ik moeten kiezen. Mijn keuze was niet voor wielerkoersen, maar voor beurskoersen. Ik ben het wielrennen echter altijd blijven volgen.

Paul D’Hoore was in die jaren een vaste waarde in het Journaal en nieuwslezer bij de BRT(N) en was ook het gezicht van de economische tv-programma's De Vrije Markt, Vlaanderen NV, Het Vermogen en Tijd is Geld. “Ik heb na die val in Lichtervelde radicaal de fiets aan de spreekwoordelijke haak gehangen. Ik ben toen zelfs volledig met sporten gestopt, waardoor de kilo’s er aan een behoorlijk tempo zijn bijgekomen. Eentje per eentje… maar vele eentjes na elkaar maken er na verloop van tijd ook wel veel. Ik heb ooit minder dan tachtig kilo gewogen, dat is waar. Maar vijftig kilo zal ik nooit wegen: mijn beendergestel is te zwaar….” Over zijn ‘gewicht’ wil Paul D’Hoore verder weinig of niks kwijt. Hij weet op hoeveel kilo’s hij aan zijn onderneming is begonnen en op hoeveel hij in juni wil uitkomen. Zelf las ik ergens dat hij vijf jaar geleden droog aan de haak 104 kilo woog. Soit, laten we het zo stellen: Paul D’Hoore nam tot zes maanden terug voor zijn financieel-economische expertise-items op VTM iets meer ruimte van het scherm in dan zijn collega-anker Elke Pattyn…

Na mijn val ben ik volledig met sporten gestopt, waardoor de kilo’s er aan een behoorlijk tempo zijn bijgekomen. Eentje per eentje… maar vele eentjes na elkaar maken er na verloop van tijd ook wel veel!

Paul D’Hoore had in het ziekenhuis in 1989 na de eerste schock eigenlijk al gezegd dat hij later misschien toch wel weer de fiets op zou klimmen, maar door het vele werk is dat er lange tijd niet van gekomen. “Maar later werd almaar later, en nog later… En dat dreigde even ‘nooit meer’ te worden. En toen Sporta, dat zo veel mogelijk mensen aan het bewegen wil krijgen en elk jaar met een leger wielertoeristen de berg opklimt, mij vorige zomer vroeg om peter te worden van ‘Mon Ventoux’ was dit voor mij het perfecte alibi om in het kader van de Memorial Simpson vanuit Bédoin weer te gaan fietsen.”

Paul D’Hoore heeft zijn nieuwe fietsambities uitgerekend tijdens de door felle rukwinden uitgewaaide rit naar de Mont Ventoux op 14 juli vorig jaar voor de camera en microfoon van VTM NIEUWS-journalist Merijn Casteleyn publiek gemaakt. Die historische rit die met 6,5 kilometer was ingekort tot aan het lager gelegen Chalet Reynard, werd door Thomas De Gendt gewonnen, nota bene. “Als ik de klim nu zou moeten doen, zou ik onmogelijk boven geraken en overkomt me misschien wat Tom Simpson is overkomen”, zei hij toen. Nadat Paul D’Hoore zijn ferme Ventoux-uitdaging had aangekondigd, kreeg hij meteen vanuit een aantal hoeken ondersteuning aangeboden. Hij kon in de voorbereidingsfase van de ‘Reus van de Provence’ bijvoorbeeld gebruik maken van tips van o.a. ‘ervaringsdeskundige in fysieke en mentale aangelegenheden’ Gella Vandecaveye.

Paul D'Hoore kon in de voorbereidingsfase van de ‘Reus van de Provence’ gebruik maken van tips van o.a. ‘ervaringsdeskundige in fysieke en mentale aangelegenheden’ Gella Vandecaveye

Het ‘Mon Ventoux’-project werd officieel aangekondigd in oktober in het Centrum van de Ronde van Vlaanderen in Oudenaarde.  Enkele maanden na de officieuze lancering. “En toen stond mijn fiets nog steeds op stal. Ik had na mijn ‘ja’ drie maanden eerder zelfs nog eens extra van het goede leven geprofiteerd, als je begrijpt… (lachje). En op 3 januari, toen Sporta de deelnemers uitnodigde voor een conditie- of inspanningstest, was ik nog steeds niet aan mijn voorbereiding begonnen. Toen ik achteraf de resultaten van die conditietest onder ogen kreeg, schrok ik nog niet weinig. Ik was nog zwaarder dan ik dacht. Hoeveel, vraag je? Te veel… (mysterieus lachje). En de wetten van de fysica zijn nu eenmaal onverbiddelijk: hoe steiler een helling, hoe zwaarder extra kilo’s doorwegen en hoe naast lucht- en rolweerstand ook nog eens zwaartekracht meespeelt. Ik heb van nature ook dikke botten, brede schouders en zware spieren. Ik zal dus nooit de morfologie van een klimmer hebben. Ik heb die dag wel beseft dat het hoog tijd was om me nu echt in mijn Ventoux-project vast te bijten. Ik ben op mijn gewicht beginnen letten en beginnen te bewegen. Neen, ik heb geen strikt sportdieet gevolgd, ik ben ook niet als een fitnessjunk een power- of bodygym ingedoken en heb niet als een pater geleefd. Ik heb de eerste maand wel mijn alcoholverbruik drastisch teruggeschroefd. En toen ik met mijn VRT-collega Michaël Van Droogenbroeck door Humo uitgenodigd werd voor een financieel-economisch dubbelinterview met bijgaande maaltijd heb ik alleen voor water en een stukje zalm gekozen, om maar één voorbeeld te geven. Ik ben ondertussen uiteraard ferm vermagerd, maar ik rij enkele weken voor de ‘Mon Ventoux’ wel nog steeds met een truitje XL rond. Tom Boonen heeft een medium, nota bene. Ik heb ook geprobeerd om de afgelopen maanden minstens twee keer per week te fietsen, doorgaans anderhalf à twee uur. Maar in januari was het winter en buiten fietsen was niet evident. Ik heb toen dus indoor getraind. Op mijn hometrainer thuis, terwijl ik naar de veldritten en later de eerste voorjaarskoersen keek. De Omloop het Nieuwsblad, de Handzame Classic en zo, die heb ik dus meegereden (lachje). Op 12 maart heb ik een eerste keer outdoor gefietst. De eerste trainingsrit van Sporta in Oostakker. Een vlakke rit van 40km. Dat is redelijk gegaan, met alle bijhorende beperkingen uiteraard. Ik had een hartslagmeter om en toen ik naast Sporta-directeur Jo Schreurs, toch een heel geoefende fietser, probeerde mee te peddelen, sloeg de teller nogal bruusk richting  rood. Ik had al snel begrepen dat ik dat geen 40 km zou volhouden. Ik heb me toen braafjes in zijn wiel genesteld. Test geslaagd, maar zeker nog onvoldoende voor de Ventoux. Ik heb op 6 mei in Oudenaarde nog een tweede testrit meegereden. De eerste met hellingen erin. Een alternatief parcours met de Ladeuze, Varent, Het Foreest, Steenberg, Leberg, Berendries, Valkenberg, Tenbosse, Eikenmolen,… Geen ‘Ventoux’s’, verre van… Maar toch stevige kuitenbijters voor een ‘tweedekans-renner’ als ik. Ik koerste die dag nog niet briljant. Ik reed op mijn tempo, meestal als laatste van mijn groepje… Maar ook hier ‘test geslaagd’, vond ik. De twee weken nadien ben ik weer even op non-actief gedrukt wegens een kaakabces. Twee weken die eigenlijk intensieve trainingsdagen hadden moeten zijn.”

"Neen, ik heb geen strikt sportdieet gevolgd, ik ben ook niet als een fitnessjunk een power- of bodygym ingedoken en heb niet als een pater geleefd. Ik heb de eerste maand wel mijn alcoholverbruik drastisch teruggeschroefd"

De Leuvenaar wil die letterlijk en figuurlijk steile challenge niet als een ‘race tegen de tijd’ aanpakken. Integendeel. “Nadat ik op de uitdaging was ingegaan, heb ik meteen alles gekaderd: zo goed en zo kwaad mogelijk, zonder verplicht strikt trainingsschema en binnen mijn professionele activiteiten de opdracht volbrengen, de top bereiken… De tijd speelt geen enkele rol, ik moet niemand volgen en niemand moet op mij wachten. Boven komen, alleen dat telt.”  

Sporta-magazine is een uitgave van Sporta-federatie, die deel uitmaakt van de Sporta-groep.