Persoonlijk relaas van onze man op links

Biografie 'Eeuwige optimist' van Vital Borkelmans

vrijdag 03/11
©isosport

Van de mijn tot Maracanã (en terug naar af)

Ik hou niet van bijnamen. Ik heb dat altijd eerder als een gebrek aan fantasie ervaren, dan als een gevolg van een rijke fantasie. Als je zoals ik ongeveer een hele carrière in journalistieke middens hebt vertoefd, waar bijnamen veeleer regel dan uitzondering zijn, is dat een vervelend neveneffect. Bijnamen zijn compleet overbodig, we hebben immers al een naam. Ja, toch? Ik weet niet eens of ik een bijnaam, of meerdere, had of heb, maar ik vermoed van wel: op de redacties waar ik thuis was en ben wordt er achteloos mee omgesprongen. Op school, heel lang geleden, was dat ook al het geval. Leraar Wouters werd nooit zo genoemd. Voor alle leerlingen was hij de 'Wippe'. Dat had alles te maken met zijn fors uitgevallen reukorgaan. Tot iemand de fout beging om hem als 'meneer Wippe' aan te spreken. Dat heb je met bijnamen, soms ga je uit de bocht in het bijzijn van het 'slachtoffer'.

Brommerke. Dat was de bijnaam van de man die nu een (auto)biografie heeft geschreven. Ik zet de 'auto' bewust tussen haakjes, omdat zijn pen werd vastgehouden door een redacteur, Raf Willems, die niet alleen het lijdend voorwerp zelf aan het woord laat, maar zijn oor ook te luisteren legt bij collega's van de man. O ja, ik heb het over Vital Borkelmans. Een 'Eeuwige optimist', als je de titel van het boek mag geloven.

©isosport

Voetballiefhebbers zullen aan 'Brommerke' genoeg gehad hebben om hem te herkennen. Als een motocyclette, zo bewoog hij zich op de linkerflank van achterlijn naar achterlijn, snel, behendig, met een linkerpoot die de bal voor doel krulde, richting voorhoofd van een ploegmaat. Brommerke. Ik heb dat altijd een denigrerende koosnaam gevonden. Ze hadden hem beter 'kompel' kunnen noemen, dat zou tenminste nog van respect getuigd hebben.

 

Elke dag een ongeluk

'Voetballen tussen de mijn en Maracanã', zo luidt de ondertitel van het boek. Het zegt heel veel over de weg die Borkelmans heeft afgelegd. Hij was al negentien toen Patro Eisden, een club uit de mijnstreek, de mijnwerker ontdekte. Borkelmans werkte overdag ondergronds, tussen de andere kompels. 'Je volgde beneden een opleiding om boven een functie te krijgen', laat hij optekenen. 'Maar ik trok naar beneden om er te blijven. Het fascineerde mij. Ik was amper negentien, maar ik voelde aan dat ik levenservaring kon opdoen. Iedereen kende mij daar, want die duizenden mijnwerkers supporterden voor Patro. Als ik begon met mijn job riepen ze: "Borkeltje, niet te zot doen want zondag volgt een belangrijke match." Maar ik wilde niet bevoordeeld worden ten aanzien van mijn collega's. Ik stond met mijn neus op veel gevaarlijke dingen: ik zag elke dag wel ergens een ongeluk gebeuren.'

Er wordt door gewezen kompels weleens een romantisch beeld opgehangen van het werk in de mijn: de kameraadschap, de solidariteit, de ploeggeest, die ook in het voetbal zo onontbeerlijk is. In de mijn is iedereen zwart, zegt men. In de mijn loop je elke dag risico, zo leert de realiteit. Denk maar aan Marcinelle, 8 augustus 1956, 262 doden. Nog altijd de grootste ramp ooit op Belgisch grondgebied, net iets erger dan de brand in de Innovation, bijna elf jaar later. Ook Borkelmans maakte het bijna mee. Op 8 maart 1984 vielen er zeven doden bij een ontploffing in de mijn van Eisden, twee uur nadat hij zijn shift van de dag had afgerond. Hij stond op het trainingsveld van Patro toen het nieuws doorsijpelde. Het zou hem tekenen. 'Ik zie nog elke dag die beelden: duizenden mensen voor de mijn. Ouders, kinderen, vrouwen, broers en zussen. Ze stonden daar angstig te wachten op nieuws van de mensen die onder de grond zaten. Als er iemand werd gered: applaus. Koude rillingen krijg ik er nog van.'

'De angst voor de dood wijkt nooit in de mijn', zegt Vital Borkelmans verder in het beklijvendste hoofstuk uit 'Eeuwige optimist'. 'Je moet die kunnen beheersen. Ik heb mensen gezien die twee keer breder en groter waren dan ik maar die panikeerden wanneer ze voor het eerst beneden kwamen. En onmiddellijk naar boven wilden: angst, pure angst! Ik leerde die verdringen. Je loopt en kruipt door de pijlers van pakweg één meter en tien centimeter. Daarin zitten mensen zes uur te werken. Het instortingsgevaar is voortdurend aanwezig want de mijn doet zijn goesting.'

Twee bedenkingen: vergeleken met de pseudo-vedetten die vanaf hun zestiende gepamperd worden in hun voetbalclub is Borkelmans niet minder dan een halve held. En: goed toch dat de mijnen dicht zijn. Op de lijst van zware beroepen zou mijnwerk vandaag op één staan, maar eigenlijk is het onverantwoord werk, hoe prettig die samenhorigheid ook moet geweest zijn. Het was een surrogaat voor de permanente angst en het onverantwoord risico.

"De angst voor de dood wijkt nooit in de mijn. Het instortingsgevaar is voortdurend aanwezig, want de mijn doet zijn goesting" - Vital Borkelmans

Selfmade man

Het voetbal dan. In vier jaar Patro Eisden, derde en heel even tweede klasse, viel Vital Borkelmans op als de linkerflankspeler met de grote longinhoud, de meer dan degelijke technische bagage, de enorme inzet, de teamspirit en het scorend vermogen. Hij werd ontdekt door eersteklasser Waregem, het echte 'Essevee', voorloper van fusieclub Zulte Waregem, waar hij drie seizoenen een van de uitblinkers was. En dan kwam Club Brugge langs, waar hij zijn 1m76 in een elftal vol vedetten (op Belgisch niveau dan toch) wurmde. Meer: hij werd er een van de voortrekkers. In elf seizoenen Olympia/Jan Breydel speelde hij 348 wedstrijden, ook al omdat hij nauwelijks geblesseerd was. Drieëntwintig doelpunten, dat zijn er gemiddeld twee per seizoen: niet slecht voor een verdediger. Borkelmans scoorde geregeld op een vrije trap, heel af en toe haalde hij vernietigend uit vanop dertig meter. Altijd met links. Brommerke had geen rechterpedaal. Uitbollen deed hij bij AA Gent en Cercle Brugge, telkens twee seizoenen. Volgde nog een epiloog bij het bescheiden KFC Evergem-Center, waar hij de schoenen aan de haak hing, net geen tweeënveertig jaar jong.

Bij de nationale ploeg wilde het minder lukken. Tweeëntwintig interlands, dat is povertjes, maar dat had veel te maken met de concurrentie op links: Michel De Wolf, Rudi Smidts, Philippe Léonard, ze kregen vaak de voorkeur. Maar op het zo desastreus verlopen WK 1998 in Frankrijk speelde Borkelmans wel de drie wedstrijden.

De beste met wie hij ooit heeft samengespeeld? Jan Ceulemans, zonder aarzelen. 'Caje was echt onze patron: een beest van een mens. Uitstraling op het veld tot en met. Werkte altijd met hart en ziel voor Club. (...) Ik beschouw Caje als de beste Belgische speler van zijn tijd en als een internationale topper. Hij voetbalde altijd vooruit, richting doel. Hij bleef ook die lijn volgen. Caje keek naar wat zijn spits uitvoerde en koos dan voor een andere beweging: "Daar ga ik scoren!" En dat gebeurde dan meestal.'

Borkelmans zelf dan, in de woorden van Georges Leekens, een van zijn trainers bij Club Brugge. 'Vital was het prototype van de speler die zichzelf heeft gemaakt. Hij zorgde er zelf voor dat hij in de picture kwam. Ik zie hem nog altijd vertrekken met zijn zakje op zijn rug gevuld met tien ballen om vrije trappen en voorzetten in te oefenen. Hij is het voorbeeld van de selfmade man.'

"Heel af en toe haalde hij vernietigend uit vanop dertig meter. Altijd met links. Brommerke had geen rechterpedaal"

His Master's Voice

Ook als trainer was Borkelmans een selfmade man. Bij clubs in lagere afdelingen - KFC Evergem-Center (waar hij zijn actieve voetbalcarrière had beëindigd), Blankenberge en FCV Dender -, daarna als assistent-bondscoach, met zijn maatje Marc Wilmots. Das Kampfschwein en Brommerke, de boerenzoon en de mijnwerker, ze vonden elkaar op afzondering met de Rode Duivels. No-nonsense jongens, harde werkers, karakter boven talent, buitenbeentjes in een selectie met goede voetballers die nooit genoeg karakter opbrachten om op grote toernooien te kunnen uitblinken, laat staan dat ze zich er al voor konden kwalificeren.

Zo belanden we bij het hoofdstuk nationaal elftal. Dat ging blijkbaar zo: 'Toen kreeg ik telefoon van een privénummer. Ik hoor een stem: "Hey Broemmer, het is hier Marc. Ik wil u wat vragen: wat zou u ervan vinden om bij mij assistent-coach te worden?" Ik stond daar met mijn mond vol tanden, want ik wist niet wat ik hoorde. (...) Ik koerste naar binnen, trok de frigo open en haalde er een champagnefles uit. En vervolgens sprong ik met fles én kleren in het zwembad.'

Die champagne werd ook bovengehaald na de al bij al bijzonder vlotte kwalificaties richting WK 2014 en EK 2016. België werd zonder probleem, maar ook zonder oogstrelend voetbal, twee keer groepswinnaar en ging er in beide toernooien uit na de kwartfinales. Op het wereldkampioenschap in Brazilië na een 1-0 tegen Argentinië: kans- en glansloos, maar de kwartfinale werd als voldoende beschouwd. Op het Europees kampioenschap in Frankrijk na een pijnlijke 3-1 tegen Wales, een Europees B-land, met twee wereldvoetballers in de rangen, Gareth Bale en Aaron Ramsey. Het kostte de bondscoach en zijn assistent hun job. Ik schreef in die dagen een opiniestuk met als titel 'Marc Wilmots is een waardeloze trainer'. Ik meen daar nog steeds elk woord van. En Borkelmans was voor mij een weinig waardevolle assistent, omdat hij te veel His Master's Voice was: loyaal tot in het absurde, geen meestertacticus (naast de tactisch al evenmin beslagen Wilmots), op beslissende momenten te vaak een jaknikker, wat de met een heel groot ego opgezadelde Wilmots wel kon appreciëren. Dat de meest getalenteerde groep voetballers die ons land ooit heeft gekend alweer niet verder raakte dan de laatste acht op een toernooi, reken ik vooral hen nog aan. Het Dynamische Duo...

Vital Borkelmans was bij de nationale ploeg verantwoordelijk voor de stilstaande fasen. Verdedigend dan toch, want zoals geweten werd er niet geoefend op aanvallende vrije trappen en hoekschoppen. Onbegrijpelijk, nog steeds. De Rode Duivels domineerden tegen Wales, scoorden vrij snel de 1-0 via een afstandsschot van Radja Nainggolan, de 2-0 hing voortdurend in de lucht, tot er plots aan de overzijde een doelpunt uit die lucht viel. Letterlijk. De assistent-bondscoach: 'Dan gebeurde wat de voorbije 48 wedstrijden nooit was gebeurd: België kreeg een doelpunt binnen op een stilstaande fase. Dat was, zoals ik al eerder vertelde, binnen de verantwoordelijkheid van mijn trainingsarbeid. Maar ben je dan verkeerd bezig? Ik denk het niet. Terwijl ik iedereen heel duidelijk had voorbereid op deze situatie. Ik garandeer je: met Jan Vertonghen en Thomas Vermaelen op het veld bleef het daar 1-0. We verloren met hen twee centrale topverdedigers. Maar vooral ook dirigerende mensen met ervaring, die een match aanvoelen.' Excuses, excuses.

"Borkelmans was voor mij een weinig waardevolle assistent, omdat hij te veel His Master's Voice was: op beslissende momenten te vaak een jaknikker"

Uithangbord

Twee vrienden stonden op straat. Vital Borkelmans had gehoopt dat zijn maatje Marc hem zou vragen als assistent, mocht hij nieuw werk vinden. En hij had ook gehoopt dat hij, die toch twee grote toernooien had mogen meemaken in het gezelschap van Hazard, De Bruyne, Lukaku en compagnie (helaas, niet altijd Kompany...), heel snel zelf zou gevraagd worden als hoofdtrainer. Dat laatste gebeurde niet en toen Wilmots bondscoach werd bij Ivoorkust, contacteerde hij 'Broemmer' niet opnieuw. Er volgde geen uitleg en de vrienden van weleer houden al een tijdje geen contact meer. Topsport is hard en onverbiddelijk, ook voor vriendschappen, zelfs voor Kampfschweinen en Brommerkes.

Het wordt het begin van een moeilijke periode. Nog voor de fout gelopen match tegen Wales moest Borkelmans halsoverkop over en weer rijden naar het ziekenhuis, waar zijn pasgeboren kleindochter vocht voor haar leven. De vader van het meisje werd kort daarna vervolgd als hooligan en kwam met naam en toenaam in de kranten. Borkelmans bleef zijn zoon verdedigen, voelde zich onheus behandeld. Hij vecht al jaren tegen reuma. En in plaats van op het oefenveld te staan om spelers tactische bewegingen aan te leren, heeft hij een pr-functie bij een bouwonderneming, gespecialiseerd in chapewerken. Je zou kunnen stellen dat hij nog altijd hetzelfde doet als vroeger: fundamenten leggen, waarop verder gebouwd kan worden. Al kun je hem net zo goed, lichtjes denigrerend, 'een uithangbord' noemen.

Als er weer eens een trainer wordt ontslagen bij een eersteklasser wordt Vital Borkelmans niet gebeld. Hij staat niet op shortlists, laat staan op wenslijstjes voor de toekomst. Voor een amper 54-jarige moet dat bijzonder frustrerend zijn. Gelukkig heeft hij die ene uitlaatklep nog: training geven aan jongeren in een instelling in Ruiselede. Met een zoon die het moeilijk heeft en die om de verkeerde redenen de pers haalt, is dat meer dan een vrijetijdsengagement, vermoed ik. Het werkt wellicht louterend. Maar vooral tekent het een man die weet dat hij een maatschappelijke verantwoordelijkheid heeft. 'Ik eis van hen meteen respect. Daar hamer ik op: respect maal drie. Ik geef mijn verantwoordelijkheid door aan jongeren en leer ze hoe op te warmen. Dit laat ik door hen doen. Ik zoek steeds het positieve in de kinderen. Tot ze ook iets goeds doen. Ze mogen bij wijze van spreken tot vijf fouten maken, want ik geef steeds nieuwe kansen. Omdat sommige mensen meer tijd nodig hebben. (...) De toekomst mag dan onzeker zijn voor iedereen, ik kijk ze toch met optimisme tegemoet. Ik koester de stille hoop om deze wijsheid, die ik in mijn jeugd in de mijn heb gevonden, aan deze jongeren over te dragen.'

Vital Borkelmans (opgetekend door Raf Willems), Eeuwige Optimist. Voetballen tussen de mijn en Maracanã, Willems Uitgevers, 175 blz., 20 euro.

Sporta-magazine is een uitgave van Sporta-federatie, die deel uitmaakt van de Sporta-groep.