Pre-olympisch dromen mag beginnen

dinsdag 24/09

Flash forward naar vrijdag 24 juli 2020. Terwijl ze in Madrid en Istanboel — de twee andere kandidaat-steden — verveeld zitten toe te kijken, wordt in Tokio een spectaculaire (en zonder enige twijfel peperdure) openingsceremonie georganiseerd in het splinternieuw Olympisch Stadion, waar precies 60.102 toeschouwers drie uur lang op het puntje van hun stoel zullen zitten. Het vierjaarlijkse m'as-tu-vu-moment van de olympische beweging.

Oplopen achter de vlag, heel eventjes is er dan sprake van een nationaal gevoel, daarna overwint het individuele weer. Griekenland mag traditioneel als eerste vertrekken, als bakermat van de moderne Olympische Spelen. Het organiserende land, Japan, sluit de rij. Tussen die landen in paraderen de landen in alfabetische volgorde, maar dan wel volgens de schrijfwijze in het organiserende land. In Rio de Janeiro was 'Bélgica' het 23ste land. Ook in Japan zitten we redelijk vooraan, als 'Berugi' (om heel precies te zijn: ベルギー). Als u het mij vraagt: ik hou niet van dat semi-nationalistisch optochtje dat veel te veel geld kost en veel te lang duurt. Zelfs het Cirque du Soleil-voorspel kan me niet bekoren.

Flashback naar zondag 21 augustus 2016. De sluitingsceremonie is korter en minder spectaculair en er loopt minder volk mee, omdat een aantal atleten al vertrokken zijn. In Rio was de Belgische delegatie tevreden. Zes medailles, netjes verdeeld over goud, zilver en brons. Ik schreef daar destijds iets kritisch over onder de kop 'Rio was beter dan verwacht, maar het kan nog zoveel beter'. Het eindresultaat was inderdaad beter dan in Sydney (2000), Athene (2004), Beijing (2008) en Londen (2012), maar uiteindelijk stonden we als sportnatie niet verder dan Atlanta (1996).

Enkele bedenkingen van toen. 'Even goed als in Atlanta, is dat dan niet gelijk aan stilstaan? Is die 35ste plek op de medaillestand wel zo fantastisch? En hoe zit dat als we vergelijken met andere landen? Neem Kroatië: tien medailles, de helft goud. Er zijn 4,5 miljoen Kroaten, tegenover ruim elf miljoen Belgen. Hongarije behaalde acht gouden medailles en dat voor een land met net geen tien miljoen inwoners. De minder dan zes miljoen Denen mochten vijftien medaillewinnaars begroeten, waarvan twee gouden. Op de medaillespiegel staat Zwitserland (3x goud), tien plaatsen boven ons, Zweden (2x goud) zes plaatsen, twee landen met een paar miljoen minder potentiële sporters. Of neem Australië: gigantische oppervlakte, maar slechts net iets meer dan dubbel zoveel inwoners als ons land, maar wel 29 medailles, waarvan 8 gouden.'

En ik vergeleek ook met buurland Nederland. 'Nederig zouden we moeten zijn en stikjaloers op een land dat anderhalve keer zoveel inwoners telt als België, maar wel een pak meer medailles pakt. Acht keer goud - laten we wel wezen: de enige medaille die écht telt - tegenover twee, terwijl Nederland niet vier keer zo groot is als België.'

Het eindresultaat in Rio (2016) was beter dan in Sydney (2000), Athene (2004), Beijing (2008) en Londen (2012), maar uiteindelijk stonden we als sportnatie niet verder dan Atlanta (1996)

Nafi & Nina

Iets meer dan driehonderd dagen vóór Tokio 2020 wordt er al druk gespeculeerd. De Belgische hockeymannen, Red Lions, moeten nu wel voor goud gaan, na hun zeges op een WK en een EK, en hun tweede plaats drie jaar geleden. Het jumpingteam mag ook medaillehoop koesteren, na het even onverwachte als knappe goud op het recente Europees Kampioenschap. En de basketvrouwen, Belgian Cats, werden op het WK mooi vierde, dat is eveneens dicht tegen het podium aan. Even leken ook de volleymannen, Red Dragons, een outsiderrol te kunnen spelen, na een overwinning vorige week op het EK tegen het sterke Duitsland, maar uitgeschakeld worden in de achtste finales stond niet in het toernooiplan. Terug naar af dan maar.

Individueel is Nafi Thiam, indien ze gevrijwaard blijft van blessures, de topfavoriete om haar titel in de zevenkamp te verlengen. Thiam domineert haar discipline al een volledige olympiade, vier jaar waarin ze zowat alles won wat er te winnen viel. Sommigen zien in haar ook een potentiële medaillekandidaat in het hoog- en verspringen, maar misschien kan ze zich toch maar beter focussen op de zevenkamp.

Nina Derwael is normaal een medaillezekerheidje op de brug met ongelijke leggers, discipline waarin ze al wereld- en Europees kampioene werd. Dit jaar blonk ze uit op de balk en wie weet kan ze ook stunten in de allroundcompetitie. Thiam en Derwael zullen in Tokio respectievelijk (bijna) 26 en 20 zijn, zij kunnen nog wel even mee.

Dat kan wellicht niet gezegd worden van Pieter Timmers, de zilveren stuntman van Rio, die volgend jaar tweeëndertig wordt. En we mogen ons ook niet verkijken op het EK-goud van marathonman Koen Naert. Op de Spelen zullen er minstens tien Afrikanen zijn die sneller lopen dan hij. Kim Clijsters? Ach, laten we even afwachten of die 'Kimback' meer is dan een itempje op haar persoonlijke bucket list. Het weze haar gegund.

Nafi Thiam en Nina Derwael zullen in Tokio respectievelijk (bijna) 26 en 20 zijn, zij kunnen nog wel even mee

Remco

In het judo wordt er uitgekeken naar de prestaties van de zelfzekere Matthias Casse, Europees kampioen in de categorie tot 81 kg, op het WK zeer ontevreden met 'maar' zilver. Dat is alvast de juiste instelling.

Emma Plasschaert veroverde vorig jaar WK-goud in de laser radiaalklasse, de eerste Belgische wereldtitel ooit in het zeilen. Maar dit jaar strandde ze op een derde plaats op het EK. Zeilen is altijd een dubbeltje op z'n kant, denk aan Sébastien Godefroid, onverwacht zilver in 1996, en Evi Van Acker, onverwacht niets in 2016, ook al behoorde ze tot de topfavorieten. Van Acker had in Londen (2012) wel brons behaald.

Wielrennen is een beetje een loterij op de Spelen. In Rio stond Greg Van Avermaet op het hoogste schavotje, nu wordt er zeer nadrukkelijk gekeken naar supertalent Remco Evenepoel. Tegen dan zal die nog altijd maar twintig zijn. Hij kan winnen op alle terreinen, zowel in de individuele tijdrit als in de wegrit. Maar één uitschuiver kan de uitschakeling betekenen. Wout Van Aert is ook een mogelijkheid.

Zolang we blijven hangen bij het voetbal en de koers zullen we een landje van sportieve toevalstreffers en gelukkige uitzonderingen blijven

Geen sportnatie

De optimist telt in de vorige paragrafen zeven zekere medailles, waarvan een stuk of drie goud, de pessimist denkt: nah, die zes van Rio halen we deze keer niet. Wat we niet mogen vergeten, is dat er altijd uitschieters zijn in onverwachte disciplines. De tien medailles die vooropgesteld werden na de vorige sluitingsceremonie zijn dus haalbaar, maar is het ook realistisch? En kunnen we zelfs als dit lukt tevreden zijn?

De sportnatie België is nog lang niet geboren. Daarvoor ontbeert het aan een brede sportcultuur in dit land, met zijn versnippering en zijn vier ministers van Sport, maar geen enkele die federaal actief is. We zijn zo snel tevreden, meneer! In Nederland, wel een echte sportnatie, wordt wie goed presteert kortstondig bejubeld, maar gaat het vizier daarna al snel naar het volgende evenement. Het is hier — ook door mij — al vaker geschreven: zolang we blijven hangen bij het voetbal en de koers, zullen we een landje van sportieve toevalstreffers en gelukkige uitzonderingen blijven. Honderd jaar na de Spelen in Antwerpen van 1920 (36 medailles: 14 keer goud, 11 zilveren, 11 bronzen) kunnen we alleen maar dromen van die (eenmalige!) triomf.

Sinds 1896 kon ons land slechts vijf keer meer dan zes medailles veroveren en die prestaties dateren allemaal uit jaren die geen enkele lezer van deze column bewust zal hebben meegemaakt. Naast Antwerpen (36 medailles), waren dat Parijs (1900, 15, 5x goud), opnieuw Parijs (1924, 13, 3x goud), Londen (1908, 8, 1x goud) en alweer Londen (1948, 7, 2x goud).

In 2024 vinden de Olympische Spelen opnieuw plaats in Parijs. Medaillehoop doet leven.

Sporta-magazine is een uitgave van Sporta-federatie, die deel uitmaakt van de Sporta-groep.