Proftennis, waar rijkdom schandalig ongelijk verdeeld is

dinsdag 02/08

Tennis wordt steeds meer getroffen door matchfixing. Tussen september 2015 en juni 2016 trok een 60-tal tenniswedstrijden ‘wegens verdachte wendingen’ de aandacht van Federbet, een internationale organisatie die illegale sportweddenschappen bestrijdt. Maar waarom vervalsen proftennissers matchen? Omdat ze met hun tennisinkomen niet rond komen (?). Een verhaal over schrijnende financiële ongelijkheid in het betaalde tennis.

 

Toen ik eind de jaren 80 op de sportredactie van een Vlaamse volkskrant de discipline ‘tennis’ toegewezen kreeg, moest ik geregeld op de lippen bijten. Sommige collega’s-sportredacteurs vonden ‘tennis’ maar niks, een elitair speeltje voor rijkeluiskinderen. Gelukkig was mijn redactiechef ‘sport’ op dat moment, ondanks een gezegende leeftijd, een progressief, ruimdenkend en zelfs een visionair man. Ik kreeg als ‘rubriekleider’  tijd en ruimte van hem en mocht na een paar jaar zelfs naar Roland Garros en Wimbledon als ‘onze sportverslaggever ter plaatse’. Wat diezelfde collega’s van daarnet dan weer weggegooid sportbudgetgeld vonden. Ik heb jaren tegen vooroordelen moeten vechten op de redactie. Toen ik al vertrokken was bij de krant en Clijsters en Henin aan hun mondiale triomftocht begonnen, werd op de redactie blijkbaar ‘gevochten’ voor de functie van ‘rubriekleider tennis’, heb ik later vernomen. Tennis was plots een heel gegeerde sportdiscipline op de redactie. Zo zie je maar.

Tennis is ondertussen ‘gedemocratiseerd’. En toch word ik wekelijks in mijn stamcafé geconfronteerd met vrienden die zeggen dat tennis nog steeds een veel te dik betaald exclusiviteitje is voor de rijke beau monde en de high society tegelijk. Een onatletische, in een dure merk-outfit verpakte bezigheidstherapie waar decadent veel geld in circuleert. Oké, er rolt immens veel geld in het proftennis. Exorbitant veel. Veel te veel. Novak Djokovic, bijvoorbeeld, heeft tijdens Roland Garros dit jaar de kaap van 100 miljoen dollar aan prijzengeld overschreden. Samengeserveerd en –gesmasht in amper 13 jaar tijd. Vorig jaar alleen al schepte de Serviër daar volgens de Amerikaanse zakenmagazine Forbes nog eens 48 miljoen dollar aan sponsorcontracten bovenop. Bijverdienste. Inderdaad, pervers.

Maar al die astronomische bedragen zijn helemaal niet representatief. Meer zelfs: de professionele tenniswereld is een confronterende afspiegeling van onze maatschappij, waarin volgens een recent rapport van Oxfam de collectieve rijkdom van de rijkste 1 procent op deze aardbol groter is dan het gezamenlijk ‘vermogen’ van de overige 99 procent van de wereldbevolking.  

Sinds het ontstaan van proftennis in 1972 heeft in het mannencircuit het totale prijzengeld vorig jaar voor het eerst de kaap van 3 miljard dollar overschreden

In de professionele tennissport wordt met een vergelijkbare extreem onevenwichtige ‘verdeelsleutel’ gewerkt. Het totale prijzengeld dat sinds de lancering van de Association of Tennis Professionals (ATP) in 1972 is uitgekeerd in het professionele mannentennis is in 2015 voor het eerst door de grens van 3 miljard dollar gebroken, blijkt uit een analyse van Consultancy.nl, een platform voor en over de advies- en consultancybranche. Wereldwijd zijn er momenteel 8.880 mannelijke profspelers en 4.860 vrouwelijke tennispro’s, van wie respectievelijk 4.900 mannen en 2.650 vrouwen geldprijzen verdienen. Sinds de geboorte van de ATP in 1972 hebben 22.000 spelers deelgenomen aan het betaalde professionele mannentennis. De 1.000 beste spelers sinds de geboorte van de ATP 44 jaar terug (met op kop Djokovic, Federer en Nadal en verder ook anciens zoals John McEnroe, Jimmy Connors, Ivan Lendl, Stefan Edberg, Goran Ivanisevic en Michael Chang…) zijn goed voor een duizelingwekkend aandeel van 93% of 2,79 miljard dollar van het totale prijzengeld dat in die kleine halve eeuw is verdeeld. Waarmee dus ‘slechts’ 210 miljoen dollar overblijft voor de resterende 21.000 spelers die sinds 1972 ATP-tennis hebben gespeeld. Geef toe: een vrij extreme financiële discrepantie. Op basis van eigen onderzoek constateerde de Internationale Tennis Federatie (ITF) dat van al het prijzengeld bij de mannen de beste 50 spelers 60 procent van de totale prijzenpot meeharkt. In het vrouwencircuit slokt de top 25 zo'n 50 procent op van de hele prize mone. De top 100 verdient bijna de helft van het totale prijzengeld. Anders bekeken: uit een analyse van de Internationale Tennis Federatie (ITF) blijkt dat in 2013 wereldwijd slechts 300 mannen en 250 vrouwen goed konden leven van hun inkomsten uit het tennis. 

Slechts 1,8 procent van de mannelijke en 3,1 procent van de vrouwelijke tennisspelers genereerden op het einde van het seizoen winst.

En nu de link met mogelijke matchfixing… De Internationale Tennis Federatie ITF deed drie jaar terug in samenwerking met de Australische Victoria University en Kingston University onderzoek naar de financiële verdeelsleutel in het mannelijke ATP- en vrouwelijke WTA-beroepstennis. Ontluisterend. Bleek dat slechts 1,8 procent van de mannelijke en 3,1 procent van de vrouwelijke tennisspelers op het einde van het seizoen winst genereerden in 2013. De rest draait break-even of maakt verlies. En dat kan zo’n verlieslatende speler of speelster wel eens op ideeën brengen…

Filip Dewulf kent het circuit, van hoog tot laag. De Limburger draaide vanaf zijn 18de (1990) aanvankelijk als student-tennisser twee jaar anoniem mee in de laagste regionen van het proftennis. In 1997 verbaasde hij de tenniswereld toen hij zich vanuit de kwalificaties zowaar tot in de halve finale van Roland Garros boorde. Dewulf: “Het klopt. Proftennissers draaien pas break-even als ze in de top 100 tot 150 staan. Wie lager bengelt, komt in principe niet rond. Vanaf rang 200 moet je een jaar lang heel competitieve Challengertoernooien of Futures spelen, in alle hoeken van de wereld. In godvergeten plekjes soms, voor één man en een paardenkop. En financieel speel je daar voor kruimels. Wie een Future wint, krijgt ongeveer 1.000 euro. Bruto. Goed betaald voor één weekje sportieve arbeid, zeg je? Een buitenstaander staat er niet bij wat voor uitgaven een proftennisser heeft. Reiskosten voorop, gevolgd door hotelkosten, coach(es), voeding, bespanning en in de lagere regionen moeten spelers zelfs hun eigen was doen. Ik herinner me nog uit mijn prille tijd een toernooi in Spanje. Ik sliep kostenbesparend met mijn Limburgse vriend Tom Vanhoudt in eenzelfde bed in een goedkoop groezelig hostelletje waar we de kamer deelden met kakkerlakken en aanverwante ondiertje. We wasten onze tenniskledij ‘s avonds in de badkamer en hingen die over de breedte van de kamer aan een wasdraad te drogen...”

En nu het ‘heilige’ grasgroen van Wimbledon nog nageurt, even de financiële hiërarchie binnen het proftennis kaderen…  The All England Lawn Tennis and Croquet Club, de hoogst exclusieve Londense privéclub die nu al sinds 1877 ‘The Championships’ organiseert, heeft dit jaar in totaal 28 miljoenen Britse pond ofte 32 miljoen euro aan prijzengeld verdeeld. Zowel winnaar Andy Murray als winnares Serena Williams kregen ieder een cheque van 2 miljoen Britse pond ofte 2,3 miljoen euro. Wie eruit ging in de eerste ronde ontving ‘voor bewezen diensten’ 30.000 pond of 35.000 euro. Voor één (verloren) match, jawel… De Colombiaan Nicolás Barrientos, nummer 300 van de wereld, heeft in zijn hele carrière (12 jaar proftennis ondertussen) 204.000 dollar bijeengeharkt. Voelt u ons al komen… 204.000 dollar of 185.000 euro. In 12 jaar. Is gemiddeld 15.000 euro per jaar. Bruto…

Even verduidelijken, een concreet voorbeeld, ‘uit het leven gegrepen’. Ver weg van de Pimm’s champagne en alle glamour en glitter en vooral de 28 miljoenen Britse pond ofte 32 miljoen euro aan totale prijzengeld op Wimbledon, ploeterden 64 modale proftennissers met een wereldranking tussen 300 en 900 onder andere in het Future-toernooi in het Tsjechische Usti Nad Orlici voor hun deeltje van de 10.000 euro in de prijzenpot. De winnaar in Usti ontving, net als op nog 600 andere 10.000 dollartoernooien verspreid over 77 landen, 1.107 euro. Wie eruit tuimelde in de eerste ronde, kreeg een checkje van 132 euro. Dat decadent lage bedrag staat dus voor een weekloon want die ‘arme’ man kon pas de maandag nadien terug aan de slag. En die 1.107 en 132 euro zijn overigens bruto… Neen dus, een proftennisser is niet noodzakelijk een rijke wereldburger. Integendeel: ruim 80 procent van de paar duizend profs zijn armoezaaiers, zeg maar paria’s die aan het einde van het seizoen van hun bankier toegefluisterd krijgen dat hun rekening diep in het rood kleurt.

We mogen aannemen dat de verleiding groot moet zijn als een Aziatisch gokkantoor zo’n speler of speelster 50.000 tot 100.000 dollar zou aanbieden als hij of zij onopvallend een matchke zou laten ‘glijden’…

 

Sporta-magazine is een uitgave van Sporta-federatie, die deel uitmaakt van de Sporta-groep.