£X€£$$ UNITED

Het geld van het voetbal

donderdag 08/10

Voor het geld danst de beer, zegt een Vlaams spreekwoord. Leg een flinke som geld op tafel en er zal altijd iemand bereid zijn om iets geks te doen. Dat geldt des te meer in het internationale topvoetbal. Het Bosman-arrest van 15 december 1995 was niet het einde van de transfers, zoals aanvankelijk verwacht werd, het verving in de praktijk alleen het oude systeem — waarbij spelers lijfeigenen van hun club waren — door een nieuw — waarbij spelers lijfeigenen van hun makelaar zijn geworden. Al hoor je de spelers zelden klagen, want de slaven worden goed betaald. (...)

Voetballers zijn nog altijd lijfeigenen, zij het dat ze nu een pak meer verdienen dan twintig jaar geleden

Clubs mogen nog altijd spelers kopen en verkopen. En nu is er ook Third-Party Ownership, waarbij spelers eigendom worden van verschillende investeerders. Het vrije verkeer van personen is een mythe. Voetballers zijn nog altijd lijfeigenen, zij het dat ze nu een pak meer verdienen dan twintig jaar geleden. De lonen zijn vertienvoudigd, transfersommen ook, steeds meer aasgieren pikken hun graantje mee. 

Kleine voetbalnaties kunnen niet meer opboksen tegen de Top 5 — Engeland, Spanje, Duitsland, Italië en Frankrijk. Een voorbeeld: enkele maanden vóór het Bosman-arrest won Ajax de Champions League. Er stonden twee buitenlanders in de basis, de Fin Jari Litmanen en de Ivoriaan Finidi George. Een derde, de andere Ivoriaan Nwankwo Kanu, begon op de bank. Ook het jaar nadien -het seizoen van het Bosman-arrest- slaagden de Amsterdammers erin de finale van de belangrijkste Europabeker te halen. De daaropvolgende zomer vertrokken hun beste spelers naar het buitenland. Sindsdien werd het toernooi nog slechts één keer gewonnen door een club die niet uit een topland komt: het Portugese FC Porto in 2004.

Voor clubs uit de Lage Landen is het winnen van de Champions League onbereikbaar geworden. Het bereiken van de achtste finales is al een enorm succes. Zelfs Frankrijk kwam — na de eindzege van Olympique Marseille in 1993 — nooit meer in de buurt van de beker met de grote oren.

 

Pokerspel

Hoe een transfer in de praktijk in zijn werk gaat, getuigde een anonieme makelaar in het boek 'Die Paten der Liga' van de Duitse journalist Kai Psotta. 'Het is altijd een pokerspel. Ik probeer het te doen uitschijnen alsof ik uitstekende kaarten heb. Zelfs als er maar één geïnteresseerde club is, verspreid ik geruchten dat er meerdere verenigingen achter de speler aan zitten. In het beste geval bezorg ik die informatie niet rechtstreeks aan een journalist, maar schakel ik een manager van een niet betrokken club in. Met een beetje geluk staat die bij een paar journalisten in het krijt, schuift hij de vermeende primeur door en bezorgt mij zo de nodige slagkracht om de prijs op te drijven.'

Eenentwintig jaar geleden, een jaar voor het Bosman-arrest in voege ging, deed de wereldvoetbalbond Fifa een poging om de wildgroei aan makelaars en andere belanghebbenden bij spelerstransfers aan banden te leggen. Het in 1994 ingevoerde licentiesysteem bepaalde dat een makelaar een bankgarantie van 200.000 Zwitserse franc moest storten en een bewijs van goed gedrag en zeden voorleggen. Er werd ook een interview van hem afgenomen om zijn/haar bedoelingen te kunnen achterhalen.

In 2001 werd deze regelgeving zelfs nog verstrengd. Een potentiële makelaar diende voortaan een examen met meerkeuzevragen af te leggen waarin hij 14 op 20 moest behalen. Daarnaast moest hij een aansprakelijkheidsverzekering afsluiten, naast de reeds bestaande bankgarantie en dat bewijs van goed zedelijk gedrag. Nog strenger werd het in 2008: makelaars moesten hun licenties van dan af om de vijf jaar hernieuwen, clubs mochten alleen met gediplomeerde makelaars werken, de maximumduur van de vertegenwoordigingscontracten tussen agenten en spelers werd teruggebracht tot twee jaar. Toch werd een jaar later vastgesteld dat er wereldwijd bij amper één op de vier transfers een door de Fifa erkende makelaar betrokken was. De donkergrijze zone bleef, met als gevolg uitwassen zoals kinderhandel, grijze tot zwarte geldstromen, betrokkenheid van duistere syndicaten. De Fifa richtte een werkgroep op, die vijf jaar lang oeverloos bleef discussiëren. Zo gaat dat meestal met werkgroepen.

 

"Ik probeer het te doen uitschijnen alsof ik uitstekende kaarten heb. Zelfs als er maar één geïnteresseerde club is, verspreid ik geruchten dat er meerdere verenigingen achter de speler aan zitten" (een spelersmakelaar)

In maart 2014 ondertekende Fifa-voorzitter Sepp Blatter een document dat het einde van de klassieke makelaar inluidde. Vreemd genoeg werden de malafide makelaars niet aangepakt, maar werden de licenties op 1 april 2015 gewoon geschrapt. Zelden was het spreekwoord ‘Het kind met het badwater weggooien’ toepasselijker dan in dit geval. Makelaars heten nu ‘intermediaries’, iedereen mag het doen, op voorwaarde dat hij of zij een bewijs van goed gedrag kan voorleggen en geregistreerd is bij de bond van een land waar de transactie plaatsvindt. De Fifa pleit ook voor lagere percentages: maximum drie procent, terwijl het gemiddelde in de praktijk tien procent bedraagt. In feite komt dit neer op deregulering en we weten allemaal wat dit voor de banksector betekend heeft. De gelukzoekers krijgen vrij spel.

“Verbied transfers!”

Opvallend is dat er vanuit de politiek weinig belangstelling is voor de uitwassen van de topsport en dan met name de transfers in het voetbal, die toch heel dicht aanleunen bij mensenhandel. Voor een deel heeft dit te maken met het vrije verkeer van personen, een heilig principe binnen de Europese Unie. Ivo Belet, Europees parle- mentslid voor de CD&V, is een van de weinigen die kort op de bal speelt. ‘In het verdrag van Lissabon staat dat Europa zich om sociale, culturele en educatieve redenen met de sport mag inlaten’, zei hij in een interview met mij. ‘Maar dat is een zeer smalle basis, waardoor je makkelijk via gerechtelijke weg kan aangevallen worden door bonden, clubs of makelaars.’

                                                                                       

"Transfers zijn niet meer van deze tijd, het blijft voetbalmensenhandel. Alleen al het feit dat clubs een bedrag op het hoofd van een speler mogen plakken, is waanzin" (Ivo Belet, Europarlementslid CD&V)

Belet wil het huidige transfersysteem liefst zo snel mogelijk zien verdwijnen. ‘Transfers zijn niet meer van deze tijd, het blijft voetbalmensenhandel. Eigenlijk zouden ze gewoon moeten worden verboden. Alleen al het feit dat clubs een bedrag op het hoofd van een speler mogen plakken, is waanzin. Ik weet dat dit klinkt als heiligschennis, zeker voor een opleidingscompetitie als de Belgische, maar au fond is het hele systeem rot. We moeten naar een totaal andere financiering in het voetbal, waarbij ook de kleinere competities niet uit de boot vallen. Dat kan op twee manieren: door schaalvergroting – bijvoorbeeld een BeNeLiga met de betere clubs uit België en Nederland, die op termijn een echte Europese competitie kan worden – en door een rechtvaardiger pooling en sharing van de tv-inkomsten, de belangrijkste financieringsbron in het voetbal. Meer herverdeling van de tv-gelden, meer solidariteit, dat is essentieel om te vermijden dat het competitieve onevenwicht exponentieel toeneemt en het spelletje helemaal voorspelbaar wordt en uiteindelijk de dieperik ingaat.’

‘De Europese Commissie heeft een vuistdikke studie laten maken over het makelaarschap, om een specifieke Europese reglementering te kunnen opstellen voor het beroep’, gaat Belet verder. ‘Helaas heeft de Commissie de volgende stap nog altijd niet gezet en is het blijven liggen. En ik stel vast dat ook de Fifa er haar handen van heeft afgetrokken. Makelaars hebben nu vrij spel. Dat kan zo niet langer. En met die Third-Party Ownership-constructies dreigt de situatie nog te verergeren. De overheid heeft de plicht om daar paal en perk aan te stellen. We rekenen op de nieuwe Europese Commissaris voor Sport, de Hongaar Tibor Navracsics, om een nieuw initiatief te nemen.’

 

'£X€£$$ UNITED. Het geld van het voetbal' werd uitgegeven bij Houtekiet en kost 19,99 euro.

Sporta-magazine is een uitgave van Sporta-federatie, die deel uitmaakt van de Sporta-groep.