Rio was beter dan verwacht, maar het kan nog zoveel beter

maandag 22/08

Het was zo'n typisch 'Waar was u toen...?'-momentje: waar was u toen Nafissatou Thiam over de streep liep na die enerverende 800 meter en ze precies twee seconden overhield om goud te pakken op de zevenkamp. Ik zat voor mijn tv-toestel. Dat klinkt voordehandliggend voor een sportjournalist, maar was het niet in mijn geval. In het eindproces van het schrijven van een boek liggen de prioriteiten anders, ook en zelfs tijdens deze vierjaarlijkse hoogmis van de sport. Nachtrust is nodig om 's anderendaags duizenden lettertekens in de juiste volgorde in te tikken. Maar die nacht keek ik om tien voor vier spontaan naar de wekker. Thiamtime! Het duurde een eeuwigheid voor mijn ogen wijdopen en het beeld haarscherp was, net op tijd om een historisch moment uit de Belgische sportgeschiedenis mee te maken. De meest complete vrouwelijke atlete is een 21-jarige, zwarte studente uit Namen, Senegalese vader, Waalse moeder, moslima: een Belgische van nú, kortom. Dat maakte het nóg specialer. De Sportvrouw van het Jaar is daarmee reeds gekend.

De meest complete vrouwelijke atlete is een 21-jarige, zwarte studente uit Namen, Senegalese vader, Waalse moeder, moslima: een Belgische van nú, kortom

Snikken van blijdschap

De Sportman van het Jaar kenden we op dat ogenblik al een week: ritwinst plus geel in de Tour en de zege in de olympische wegrit moeten volstaan voor Greg Van Avermaet. Onverhoopt goud in een van onze twee hoofdsporten, mooi zo. En als we dan toch bezig zijn: Sportploeg van het Jaar is het mannenhockeyteam. Ook hier geen discussie mogelijk. Jammer dat de Coach van het Jaar de Belgische nationaliteit móet hebben, anders was Shane McLeod de onvermijdelijke winnaar en konden we het Sportgala volgend weekend al organiseren.

Zilver voor Pieter Timmers op het koninginnenummer in het zwemmen, de 100 meter vrije slag, was ook al zo onverhoopt. Eerst verguisd omdat hij de estafetteploeg op de 4 x 200 meter in de steek zou hebben gelaten, dan op een piëdestal gezet vanwege die unieke race. Afbreken en onmiddellijk terug opbouwen gaat snel langs de luidruchtige zijlijn, misschien een ideetje voor de Brusselse tunnels.

Brons voor Jolien D'Hoore en Dirk Van Tichelt, ook dat was beter dan verwacht. Geen medaille voor Evi Van Acker, Philip Milanov en de taekwondoka's, dat viel dan weer dik tegen. Zo gaat dat vierjaarlijks: je wint iets, je verliest iets. Maar het algemene gevoel, vertolkt door een van blijdschap snikkende BOIC-delegatieleider Eddy De Smedt, was: wat hebben we dat goed gedaan, zeg! Wij, kleine Belgskes, daar staan we toch maar mooi in de Top 35 van de medaillestand. En dan ook nog een stuk of dertien olympische diploma's zonder dat daar een medaille bijhoorde, het kon niet op, zo leek het wel.

 

Was het wel zo goed?

Op zo'n moment gaan bij mij de journalistieke voelsprieten omhoog. Ik geef toe, het is geen zicht, maar het is noodzakelijk, tussen alle successupporters, hoeraroepende commentatoren en dweperige journalisten die selfies maken in het gezelschap van een medaillewinnaar, door. Iemand moet die mieren neuken en die muggen ziften. Die iemand krijgt dan bijvoorbeeld een column op een vooraanstaande sportwebsite en mag zich opmaken voor enkele emmers vol met drek. En toch waag ik het en stel ik mezelf de vraag: was het wel zo goed?

Is zes medailles, een identieke evenaring van het resultaat van Atlanta (2 goud, 2 zilver, 2 brons), twintig jaar geleden, wel zo geweldig? Als we het individueel bekijken is het antwoord: mjah, toch wel. Nafi Thiam, Greg Van Avermaet, zelfs de niet-winnaars Pieter Timmers en het mannenhockeyteam deden het meer dan uitstekend. Zelfs in de olympische topsporten, zwemmen en atletiek. Maar ze waren wel eenzame uitschieters, zoals een Frederik Deburghgraeve en Tia Hellebaut dat ook waren (al mag ik nu de estafettemeisjes uit 2008 niet vergeten, die na acht jaar eindelijk krijgen waar ze recht op hebben: dopingvrij goud).

Bekijken we het collectief, dan wringt er iets. Want ‘even goed als in Atlanta’, is dat dan niet gelijk aan stilstaan? Is die 35ste plek op de medaillestand wel zo fantastisch? En hoe zit dat als we vergelijken met andere landen? Neem Kroatië: tien medailles, de helft goud. Er zijn 4,5 miljoen Kroaten, tegenover ruim elf miljoen Belgen. Hongarije behaalde acht gouden medailles en dat voor een land met net geen tien miljoen inwoners. De minder dan zes miljoen Denen mochten vijftien medaillewinnaars begroeten, waarvan twee gouden. Op de medaillespiegel staat Zwitserland (3x goud), tien plaatsen boven ons, Zweden (2x goud) zes plaatsen, twee landen met een paar miljoen minder potentiële sporters. Of neem Australië: gigantische oppervlakte, maar slechts net iets meer dan dubbel zoveel inwoners als ons land, maar wel 29 medailles, waarvan 8 gouden.

Is 6 medailles, een evenaring van het resultaat van Atlanta, wel zo geweldig? Bekijken we het individueel dan is het antwoord: jazeker. Bekijken we het collectief, dan wringt er iets.

Australië & Nederland

Australië is een voorbeeld van een land dat veertig jaar geleden rock bottom zat: 5 medailles (evenveel als België!), er zat geen gouden tussen. Ook na 1988 waren de Australische sportautoriteiten niet tevreden met 14 medailles en dus werd het sportbeleid drastisch omgegooid, zeker toen in 1993 ook nog eens bekend raakte dat Sydney de Zomerspelen van 2000 mocht organiseren. Goed voor 58 medailles. Waarna het weer bergaf ging, tot 35 (2012) en 29 (nu). Je kunt er donder op zeggen dat er maatregelen zullen volgen. Australië zal niet tevreden zijn. Wij, met een vijfde van hun aantal medailles, wél. Wij zijn doodgewoon in extase, zo tevreden zijn we.

Of neem Nederland. Na de gewonnen halve finale in het hockey steeg het leedvermaak op uit vele duizenden Belgische monden en sociale media-accounts. Zielig, eigenlijk, dat we altijd de underdogs willen blijven en ons koesteren in het 'lachen om de onfortuinlijke noorderbuur' als die 'Ollanders' een WK-finale verliezen, of een halve finale in het hockey. Nederig zouden we moeten zijn en stikjaloers op een land dat anderhalve keer zoveel inwoners telt als België, maar wel een pak meer medailles pakt. Acht keer goud - laten we wel wezen: de enige medaille die écht telt - tegenover twee, terwijl Nederland niet vier keer zo groot is als België.

Zielig, eigenlijk, dat we altijd de underdogs willen blijven en ons koesteren in het 'lachen om de onfortuinlijke noorderbuur' als die 'Ollanders' een WK-finale verliezen, of een halve finale in het hockey.

Lessen uit Rio

Laten we onze medaillisten koesteren, hen op een tijdelijk verhoogje zetten, hen uitnodigen en fêteren in tig talkshows, maar vooral: laten we nu niet concluderen dat we plots een sportnatie zijn geworden. Een les uit Rio is dat Belgen die het goed doen dat zelden dankzij en meestal ondanks hun sportbond presteerden. Nog een les is dat een systematische en consequente, geduldige opbouw - uiteraard vertrekkend van het nodige talent - loont: kijk naar het hockey. Veel belangrijker nog: de trainers. Laten we daarin investeren en niet in ondoorzichtige structuren en prestigeprojecten. En vergeet de sportfaciliteiten niet. Die moeten bereikbaar, beschikbaar en tiptop in orde zijn.

We hebben weer vier jaar om toe te leven naar de volgende Spelen, in Tokio. Laten we die niet verspillen aan recepties en een sfeertje van algehele tevredenheid, om dan vlak voor de afreis te zeggen dat 'beter doen dan in Rio wel oké is'. Hans Vandeweghe schreef in zijn analyse in De Morgen dat we moeten mikken op minstens tien medailles: het mag van mij nóg ambitieuzer. Het kan nooit goed genoeg zijn. Het moet beter, hoger, sneller!

10 medailles? Het mag van mij nóg ambitieuzer. Het kan nooit goed genoeg zijn. Het moet beter, hoger, sneller!

Sporta-magazine is een uitgave van Sporta-federatie, die deel uitmaakt van de Sporta-groep.