Roger De Vlaeminck werd zeventig

“Het is veel gezonder om traag te fietsen”

maandag 28/08

De dinsdag voor ons bezoek, zegt Roger De Vlaeminck, heeft hij 53 kilometer gefietst, op zaterdag waren het er 60 en morgen zal hij er nog eens 43 fietsen. “Ik rij rondjes die ik gaandeweg bij elkaar gezocht heb en waarop ik maximaal tien kilometer van huis ben. Want als je één grote toer rijdt, doe je misschien 40 kilometer tegenwind en ik heb geen goesting meer om zolang tegen de wind in te rijden. Mocht ik willen, ik zou nog 35 km/u kunnen halen, maar ik rij 26 à 27 km/u met de mountainbike - met slicks, geen crossbanden.”

Tien jaar geleden keek hij omhoog in een boom en ineens bleken zijn nekwervels vast te zitten. “Dus ik doe nu oefeningen voor mijn nek, want hij kraakt. Op den duur kan je niet meer achterom kijken in de auto, dus ik zit achter het stuur veel met mijn hoofd te bewegen om te oefenen. En ik neem een pilletje om mijn gewrichten soepel te houden. Daarom rijd ik ook met een moutainbike in plaats van met een koersfiets: je zit meer rechtop en dat belast je nek minder.”

Sporten is hij na zijn carrière als renner altijd blijven doen.

“Toen ik stopte als coureur ben ik beginnen te lopen. Elke keer à bloc. Ik heb destijds zelfs nog aan de 10 km van Gent meegedaan: ik liep voor de tweede plaats met Eric De Beck, een bekende veldloper toen. Toen ik 47 jaar was, liep ik in Lanzarote op de coopertest gedurende 12 minuten nog 3,4 km, op mijn 27ste liep ik in dezelfde tijdsspanne 4 km. We moesten in de cross heel veel lopen, dus ik kon dat goed. Maar het is bijna een jaar dat ik niet meer loop. Ik mag niet meer voor mijn rug. Als ik loop, voel ik niets, maar ‘s anderendaags krijg ik last. Ik liep vroeger maximum acht kilometer, maar wel veel te rap en altijd gechronometreerd. Ziekelijk. Ik had drie rondjes: een van 5 km, een van 1,5 km en een van 1 km. Ik moest altijd weten hoe ver ik liep en hoelang ik erover deed.”

"Toen ik 47 jaar was, liep ik in Lanzarote op de coopertest gedurende 12 minuten nog 3,4 km, op mijn 27ste liep ik in dezelfde tijdsspanne 4 km"

Voetballen met Arie Haan

Behalve fietsen en lopen, voetbalde De Vlaeminck ook, iets wat hij voor hij coureur werd als jeugdspeler van FC Eeklo ook al deed. “Ik heb bijna mijn hele leven gevoetbald, zeker tot mijn zestigste en ook vaak met renners. Ik heb lang gezaalvoetbald. Willy Wellens, Aad Koudijzer en Arie Haan deden soms eens mee met onze ploeg. Haan zei dan: ‘ga jij aan het doel staan, ik zal wel passen geven, jij moet ze er dan maar in trappen. Technisch was die ongelooflijk. En kwaad dat de tegenstanders waren als die mannen meededen met ons (lacht)!”

Zonder hartslagmeter komt hij om te sporten de deur niet uit. Hij mag dan zeventig zijn, de controle over zijn fysieke conditie wil hij nog altijd behouden. “Meestal rij ik alleen, want ik mag van de dokter niet meer hoog in de hartslagen gaan: 140 is het maximum. Je wordt bang, hé? Iedereen zegt dat je niet bang moet zijn, maar doodgaan, daar is iedereen toch bang voor? Ik heb nadat ik gestopt was als profrenner lange tijd nooit minder van 35 km/u gemiddeld gereden – zeker 25 jaar. En alleen, hé. Maar dat was eigenlijk dom. Allez, je hebt die hoge hartslag toch nergens voor nodig? Ik geraakte soms niet van mijn fiets van vermoeidheid. Nu pas besef ik dat dat niet hoefde. Mocht ik het kunnen herdoen, ik zou na mijn carrière nooit meer zo snel fietsen. Het is veel gezonder om traag te rijden en vooral bezig te blijven.”

Op maandag, woensdag en vrijdag gaat hij biljarten en drie keer per week werkt hij een uurtje in de tuin. “‘In den hof’ werken, dat is ook beweging, hé? Ik denk zelfs dat ik meer vermager van in de tuin te werken dan van op de mountainbike te rijden.”

"In den hof’ werken, dat is ook beweging, hé? Ik denk zelfs dat ik meer vermager van in de tuin te werken dan van op de mountainbike te rijden"

Sleutels in de onderbroek

Zijn gewicht laat hem niet los. “Ik sta elke dag ’s morgens en ’s avonds op de weegschaal. Als ik wil, kom ik op een week vijf kilo aan. Ik ben vier dagen op reis geweest naar Ibiza en ik ben drie kilo bijgekomen. Ik ben ooit zelfs eens thuisgekomen van een vakantie met zes kilo overgewicht. Met een van mijn beste maten die ook veel verzwaard was - we wogen allebei 89 kilo – wedde ik voor 50 euro om te zien wie het eerst 82 zou wegen. Ik wil alles winnen, dus ik at bijna niet meer. Ik dronk bijna alleen fruitsap en groentesap. En na veertien dagen woog ik 82. Maar toen ik mijn maat belde, zei ik dat ik nog 86 kilo woog. Toen hij langskwam, hebben we ons samen gewogen. Alleen had ik in mijn onderbroek, waar ik een lang onderhemdje over droeg, hele zware sleutels verstopt. Dus we gingen op de weegschaal staan en ik bleek 88 te wegen (grijnst). En blij dat hij was! ‘Ik ga winnen, ik ga winnen!’, riep hij. Toen hij zich even omdraaide, nam ik die sleutels weg en zei ik dat ik niet zeker was of die weegschaal wel goed gewogen had en we de weging beter nog eens konden overdoen. En toen woog ik dus 82, hé. Mijn maat werd bijna ‘ongemakkelijk’. Tjongejonge (grijnst).”

"Ik sta elke dag ’s morgens en ’s avonds op de weegschaal"

Zijn voeding houdt hij onder controle. In de tijd dat hij nog koerste, was het niet ongebruikelijk om de dag van de wedstrijd twee keer biefstuk te eten voor de start, herinnert De Vlaeminck zich. “Nu eet ik een keer per week biefstuk met friet. Maar ik verzorg mij nog redelijk goed. Vandaag staan er sojascheuten op het menu, gestoomde wortelen, broccoli en ajuin met kip, morgen spinazie met gekookte eieren. Ik bak mijn brood meestal zelf. Vanochtend was het met bioroggemeel en speltbloem. Zeer lekker. Ik eet dat met échte goede boter en kweeperenconfituur. En daarna eet ik een stukje biozalm. Maar ik twijfel aan alles of het nu gezond is of niet, dus ik eet wat ik dénk dat gezond is.”

Als één eigenschap duidelijk is geworden in ons gesprek, dan is het wel dat hij de wil om de controle te voelen en de drang om de beste te zijn nog niet is kwijtgeraakt.

“Tja, ik kan niet tegen mijn verlies, hé. En ik mòest daar vroeger als renner dan ook altijd iets van zeggen. Ik herinner mij nog dat ik dan na een verloren koers tegen de winnaar zei: ‘Proficiat, maar het was beter geweest als ìk had gewonnen.’ Ik kòn nìet zwijgen, hé. Dat moment waarop je voelt dat je gaat verliezen … jongens, toch!” Ook nu nog wil hij niet verliezen als hij gaat fietsen. “Het zijn rondjes van allemaal korte stukjes na elkaar die ik afleg, dus er rijdt niemand lang genoeg op dezelfde weg om mij voorbij te kunnen steken, want dat zou ik niet verdragen. Ach, ik fiets eigenlijk niet graag meer, maar ik blijf het - behalve als het regent – toch doen. Alles voor mijn gezondheid.”

Sporta-magazine is een uitgave van Sporta-federatie, die deel uitmaakt van de Sporta-groep.