Sandrine Tas, wereldkampioene op wieltjes

De nieuwe first lady van het skeelerland

maandag 18/04
Sandrine Tas

Oké, je bent een groot talent bij de jeugd. En oké, hier en daar zal je in je eerste jaar bij de senioren allicht weleens meedoen voor de overwinning. Maar meteen zeven medailles meegraaien op het EK en aan het eind van een lang seizoen twee wereldtitels pakken op het WK in Taiwan, dat is enkel weggelegd voor de allergrootsten. Het is het bijzondere verhaal van Sandrine Tas, behalve wereldtopper in het skeeleren ook bio-ingenieur in wording. In navolging van landgenoot en skeelerlegende Bart Swings ziet deze 20-jarige West-Vlaamse het als haar missie om haar sport met de grootst mogelijk fierheid uit te dragen – in eigen land en ver daarbuiten. “Als je weet hoe groot het skeeleren is in toplanden als Colombia is het echt wel uniek wat wij kleine Belgen deze dagen presteren.”

 

Sandrine Tas

Sandrine, als tweevoudig wereldkampioene gaat het letterlijk en figuurlijk zeer hard voor jou. Maar hoe ben je destijds met het skeeleren in contact gekomen? Toch geen evidente sport in ons belgenlandje...

Ik ben op vierjarige leeftijd begonnen. Mijn twee oudere broers  skeelerden, dus vanaf mijn geboorte werd ik volledig ondergedompeld in het wereldje. De piste van mijn club ZRC Zandvoorde ligt op amper vijfhonderd meter van ons huis. Dat ik zelf zou gaan skeeleren, was niet meer dan logisch. Bij de jeugd kon ik al vrij snel mijn mannetje staan in de nationale en internationale wedstrijden en kampioenschappen. Toen ik als vijftienjarige op mijn eerste EK meteen een individuele bronzen medaille won, besefte ik dat er misschien wel iets inzat. Sindsdien ben ik er vol voor beginnen leven, train ik minstens zes dagen op zeven met een eigen coach en gaat het alleen maar in stijgende lijn. Op elk kampioenschap heb ik wel iets gewonnen, met mijn vier wereldtitels op het junioren-WK in Rosario als absoluut hoogtepunt.

 

Afgelopen jaar was je eerste jaar bij de senioren, maar nieuwe hoogtepunten bleven niet lang uit. Meteen zeven medailles op het EK en twee wereldtitels, alsjeblieft...

Ik heb de overstap goed verteerd, ondanks het hogere tempo en het grotere belang van ploegenspel. Tot het EK was het seizoen goed, maar vanaf dan werd het uitzonderlijk. Vooraf achtte ik een medaille wel realistisch, maar uiteindelijk werden het er zelfs zeven. Ik trok dan ook met vertrouwen naar het WK, al had ik nooit gedacht dat ik een wereldtitel zou kunnen behalen, laat staan twee. Stiekem zat het wel in mijn achterhoofd, maar dan moest echt alles meezitten. En dat was gelukkig het geval op de 1000 meter en de marathon. Vooral deze laatste race verliep ideaal. Ik had al snel in de gaten dat er niemand zou wegrijden, dus halfweg heb ik beslist om een goede positie te kiezen en alles op de spurt te zetten. Op een ronde van het einde zat ik in de slipstream van de kopvrouw van Chinees Taipei, een perfecte uitgangspositie. Ik kon de sprint beginnen in derde positie en was sterk genoeg om het af te maken. Twee keer goud op mijn eerste WK, onwaarschijnlijk.

 

Wat zijn je sterke punten? Welke races liggen jou het best?

In principe kom ik het best tot mijn recht op de lange afstand, al ben ik behoorlijk allround. Als het past in mijn schema rijd ik dan ook liefst alle afstanden op een kampioenschap. Pieken naar één afstand zou ik niet leuk vinden – ik heb liefst meerdere kansen op een medaille. Skeeleren is een sport waarin techniek zeer belangrijk is: diep zitten in de bochten, op het juiste moment druk zetten om al je kracht efficiënt om te zetten in je beweging, je romp stabiel houden ... Bij mij zit dit allemaal vrij goed, al beweegt mijn bovenlichaam nog te veel. Daar werk ik aan, en voorts tracht ik mijn basisconditie elke winter verder aan te scherpen. Dit laatste doe ik niet enkel door te skeeleren, maar ook door te lopen, te fietsen, krachttraining in de fitness en skeelerspecifieke krachtoefeningen. Ik werk hard om mijn lichaam in topvorm te houden en geloof dat ik op fysiek vlak elk jaar nog een paar percentjes kan winnen. In tactisch opzicht kan het soms nog wel beter, al heeft dat veel te maken met ervaring.  

 

Je hebt in je eerste seizoen bij de senioren meteen al het hoogste bereikt. Welke ambities blijven er nog over voor jou? Acht je een overstap naar het schaatsen ooit mogelijk, zoals je grote voorbeeld Bart Swings?

Proberen bevestigen lijkt me in eerste instantie een mooie uitdaging. Het is niet zo vanzelfsprekend om elk jaar even goed te zijn of hetzelfde geluk te hebben. Mocht ik net als Bart nog een paar titels aan mijn palmares toevoegen, dan zou ik allicht wel toe zijn aan een nieuwe uitdaging. Een eventuele overstap naar het schaatsen behoort dan tot de mogelijkheden, maar dat is lang nog niet zeker. Als ik begin te schaatsen, is het niet louter om deel te nemen en aanwezig te zijn, maar om te presteren. Ik zou dan veel in het buitenland moeten vertoeven om op goede banen te kunnen trainen en zou het skeeleren grotendeels moeten laten vallen. Ik weet nog niet of ik dat ervoor over heb. Als ik overschakel, zouden de Spelen van 2022 het doel worden en zou ik er ten laatste in de winter van 2017 aan moeten beginnen, dus binnenkort neem ik een definitieve beslissing. Het is hoe dan ook jammer dat ik die olympische droom niet in het skeeleren zal kunnen realiseren. Nochtans heeft het alles om uit te groeien tot een vaste waarde: spanning, spektakel, sportieve topprestaties, verrassende wendingen, gevarieerde disciplines en wedstrijden (300 meter tijdrijden, 1000 meter, puntenkoers, afvalling, tien en twintig kilometer, marathon...).

 

Je leven draait momenteel grotendeels rond het skeeleren. Hoe valt dit te combineren met een zware universitaire studie als bio-ingenieurswetenschappen?

Studeren is een must, want van het skeeleren kan je ook als wereldkampioene helaas niet leven. De combinatie met de vele trainingen en wedstrijden is uiteraard niet evident. De UGent biedt haar topsportstudenten gelukkig voldoende flexibiliteit. Als ik op stage ben of wedstrijden moet rijden, mag ik verplichte lessen overslaan of examens verzetten. Ik heb er ook voor gekozen om slechts driekwart van de studiepunten op te nemen, zodat ik mijn bachelor kan afronden op vier jaar in plaats van op drie jaar. Voorlopig lukt het allemaal wel, maar het is toch zwaar. Afgelopen jaar heb ik amper rust gekend en wisselden sport en school elkaar continu af. 'Wat doe ik mezelf toch allemaal aan?', vraag ik me soms wel af. Het lijkt me normaal dat je weleens een mentaal dipje hebt, maar gelukkig volstaat het dan om even naar mijn regenboogtruien te kijken en opnieuw te beseffen dat alle opofferingen zeker niet voor niets zijn.

 

In België is het skeeleren een kleine sport. Hoe zit dat op internationaal vlak?

In een aantal Europese landen is de sport toch wel wat groter is, bijvoorbeeld in Italië. Op wereldvlak komt de concurrentie vooral uit Zuid-Amerikaanse en Aziatische hoek. Colombia is allicht het grootste skeelerland, aangezien skeeleren daar na voetbal de meest populaire sport is. Het is indrukwekkend om te zien hoe de Colombiaanse deelnemers omkaderd zijn op kampioenschappen. Zij kunnen wél leven van hun sport en krijgen grote sponsorcontracten aangeboden. Een nadelig gevolg van die grotere belangen is wel dat er geregeld Colombiaanse renners betrapt worden op doping. In 2011 zijn er zelfs in de juniorcategorie vier à vijf Colombianen gepakt. Geen fijn gevoel, maar mijn wereldtitels zijn het bewijs dat het er tegenwoordig zuiverder aan toe gaat.

 

In feite maken we als klein skeelerlandje met jouw wereldtitels en de eerdere topprestaties van Bart Swings toch een unieke periode mee? Het Belgische skeeleren floreert!

Inderdaad, België presteert deze dagen erg goed. Op de openingsceremonie van het WK is het verschil met de grotere landen altijd overduidelijk. Een land als Colombia treedt daar aan met 32 atleten, vijf fysio's en drie trainers, terwijl wij een delegatie van vijf renners en drie begeleiders afvaardigen. Maar in de medailleranking is dat verschil een stuk minder groot. Bart Swings is de wegbereider geweest en heeft het skeeleren voor zijn overstap naar het schaatsen echt gedomineerd – in onze sport is hij dan ook een levende legende. Momenteel treed ik in zekere zin in zijn voetsporen, en ook bij de jeugd hebben we nog een paar opkomende talenten. We horen als Belgen dus echt bij de wereldtop, en dat is toch wel uniek.

 

 

Sporta-magazine is een uitgave van Sporta-federatie, die deel uitmaakt van de Sporta-groep.