Sjoggen

vrijdag 29/04

U zou het mij niet aangeven, maar ooit deed ik aan atletiek. Bij de Hekelgemse Atletiek Club. Wat mij daar van bijgebleven is, zijn de trainingen. Twee keer per week, liepen wij, met een groepje gelijkgestemden, zo’n 4 km naar de training, die anderhalf uur duurde. Daarna liepen we terug naar huis.  We werden niet afgezet door ouders met auto’s. Als we wilden trainen dan moesten we er maar geraken. Door weer en wind. Ik heb dus wel wat kilometers en looptechniek in de benen zitten. 

Guido Everaert

Later, als student, en nog veel later als jonge huisvader, bleef ik geregeld joggen. En ik keek dan altijd meewarig naar anderen, van wie ik al op grote afstand kon vermoeden dat ze vreselijke pijn hadden bij het afmalen van hun kilometers. Er schijnt geen echte looptechniek te bestaan. Kijk maar naar jongens als Zatopek of Lismont, bezwaarlijk elegante atleten te noemen, maar wel efficiënt in het neerzetten van grootse prestaties. Maar toch. Ik zag mezelf gezwind als een hinde voortschrijden, met de katachtige elegantie van een jachtluipaard en keek meewarig naar de strompelaars, de sukkelaars, de voortbobbelende vetbollen. Een god in het diepst van mijn gedachten.

Nu, nog vele jaren later, heb ik pijn. Niet alleen in mijn stramme ledematen en mijn schonkig lijf, neen vooral in de kop. Het is een treurig schouwspel. Het begint al bij het aankleden. De huidige sportkledij is nietsontziend op vlak van silhouet. Ik moet dat dus verdoezelen met slobbertruien, of ik ben helemaal de risée van de ochtend. En dan begin ik. Met meer dan 20 kilo overgewicht probeer ik allereerst de straat uit te benen zonder dat de buren –van wie ik vermoed dat ze achter de vensters staan te loeren – in proesten uitbarsten. Daardoor heb ik geen adem meer als het echte werk begint.  En dat echte werk stelt ook niet veel voor.

Ik ben één van die sukkelaars geworden. Een amorf wezen dat puft en sputtert en probeert de schijn hoog te houden dat het aan sport doet

Het is een deerniswekkende vertoning van sjokkende, strompelende ledematen, in een slecht gecoördineerd lichamelijk ballet van pijn en miserie. Ik ben één van die sukkelaars geworden. Een amorf wezen dat puft en sputtert en probeert de schijn hoog te houden dat het aan sport doet. Als ik er over nadenk zou ik het zelfs geen lichaamsbeweging meer durven noemen. Het is een drama om naar te kijken, een drama om te ondergaan.

Ondanks alle apps, alle hippe smartphone ondersteuning. Want dat is nog het ergste. De tijd die ik nodig had om een redelijke afstand af te leggen, lijkt te verdubbelen! Vernedering na aankomst en sombere overpeinzingen als ik onder de douche sta en hete waterstralen over mijn eens zo ranke lijf laat vloeien. Onder de douche merkt niemand je tranen, zal allicht een charmezanger ooit wel eens gekweeld hebben. Ik kweel mee, alleen…

Ik ben het beu om met een zak cement van 25 kg voor de buik te moeten sporten. Le nouveau Guido se présentera bientôt

Daarom, in plaats van het oude jaar af te wachten voor de goede voornemens, ben ik er nu al aan begonnen. Dagen zonder drank en suiker, van nu tot het einde van het jaar. We zullen eens zien wie er gaat winnen! Ik ben het beu om met een zak cement van 25 kg voor de buik te moeten sporten. Le nouveau Guido se présentera bientôt. Ik houd u op de hoogte!

Sporta-magazine is een uitgave van Sporta-federatie, die deel uitmaakt van de Sporta-groep.