Sport als wapen in de War on Drugs

Thijs* vond in lopen een houvast om van zijn drugverslaving af te geraken.

woensdag 18/11
sport en drugs

“Ik verdiende minimum 2.500 euro per maand”, zegt Thijs, “en toch hield ik op het eind niets over. Toen ik onlangs online mijn rekeningstatistieken eens bekeek, zag ik dat ik tot een jaar geleden alles bij mekaar her en der 27.000 euro met mijn bankkaart heb afgehaald. Je mag daar niet te veel aan terugdenken, maar dat paar loopschoenen is een goede investering gebleken.”

sport en drugs De Sleutel©De Sleutel

Tien jaar rookte Thijs cannabis en dik een jaar gebruikte hij speed. “Op het eind rookte ik tien joints per dag. Ik stak er twee op als ik opstond, nam vijf lijnen speed en vertrok naar mijn werk. Van mijn speedgebruik wist niemand, zelfs mijn zus niet, die bij mij thuis woonde. Ik was twaalf kilo vermagerd, ik werkte tien uur per dag in een bakkerij en ondertussen was ik ook nog mijn huis aan het verbouwen. Cannabis gebruikte ik al van op school en speed kreeg ik op een gegeven moment van iemand die ik kende om de dag en het vele werk door te komen. En voor je het weet kan je zonder niet meer uit je bed.

"Ik kon niks meer zonder drugs"

Van speed word je actief, maar je verliest ook je persoonlijkheid. Je bent bezig met drie dingen tegelijk. Als ik een ander trager zag werken, wou ik er zijn deel ook nog bijnemen. Je begint je arrogant te gedragen. Ik durfde al eens  veel te laat te arriveren. Het gebeurde zelfs een keer dat ik om vier uur moest beginnen te werken en pas om halfeen binnenkwam. Ik werkte daar al een jaar of acht, heb veel geleerd en veel kansen gekregen, maar toen ik ontslagen werd, kreeg ik het gevoel dat ik mijn baas teleurgesteld had. Dat was voor mij de druppel die mij deed beslissen om ermee te stoppen. Ik kon niks meer zonder drugs te gebruiken. Op den duur ging ik drugs halen om mijn huis te kunnen opruimen. Zo kon het niet verder.”

Via het dagcentrum De Sleutel, dat druggebruikers bijstaat om van hun verslaving af te geraken, kwam hij eerst in het CIC, het crisiscentrum in Gent, terecht. De eerste drie weken waren hard. “Ik heb een paar keer mijn valiezen gepakt, maar ze konden mij telkens overhalen om te blijven. Acht weken heb ik daar gezeten zonder iets te gebruiken, zelfs geen koffie met cafeïne kreeg ik.”

In het CIC begon hij ook met lopen. “We stonden om de twee dagen een uur vroeger op om te joggen. Dat was telkens een heel leuk moment, want ik kreeg meer energie.”

Na zijn verblijf in het crisiscentrum moest hij enkele weken wachten voor hij bij De Sleutel aan zijn verdere begeleiding kon beginnen. “Na het CIC kreeg ik het gevoel dat ik geen vrienden meer had en dat ik echt alleen stond, op mijn zus, mijn ma en twee vriendinnen na. Terwijl ik vroeger elke dag met dezelfde tien mensen optrok. Ik zie sommige van die mensen nog wel eens - je hebt veel samen gedaan en je mist dat op een of andere manier - maar als je ze dan stoned ziet, met een kapot gebit en nog slechts een derde van hun haar… zo wou ik niet worden. Ik ben blij dat dat voor mij voorbij is.

 

"Sinds ik bij De Sleutel zit, heb ik nog maar één keer een joint gerookt"

Ik wou het ook van de eerste keer goed doen. Ik heb in die tussentijd nog één keer coke gesnoven en twee keer een joint gerookt. Maar sinds ik bij De Sleutel zit, heb ik nog maar één keer een joint gerookt. Verder heb ik niks meer gebruikt. En die ene keer was dan nog heel erg tegengevallen: ik werd angstig en zat onder het zweet. Neen, het is niet iets om nog eens te doen. Het had een heel negatief effect. Ik ruik cannabis wel nog altijd graag, maar de goesting om het te roken, is er niet meer.”

Bij De Sleutel ging hij elke dinsdag lopen. In de zomerperiode werd dat frequenter door het Start-to-Run-programma waaraan hij deelnam. Omdat Thijs de smaak helemaal te pakken kreeg, sloot hij aan bij een atletiekclub. Dankzij zijn intussen opgebouwde conditie mocht hij meteen de groep overslaan die opbouwde naar 5 tot 10 kilometer. “Op dinsdag doen we daar een intervaltraining en zo geraak je vooruit. De andere leden van de club weten niet dat ik verslaafd ben geweest – ik zit er nog maar een paar weken – maar ooit vertel ik dat wel.”

 

Hij loopt nu twee keer per week in clubverband en op zaterdag meestal nog eens alleen. “Het geeft achteraf een bepaalde voldoening en je kan je hoofd eens leegmaken. Vorig jaar in juni ben ik pas begonnen met lopen en in het begin was ik al blij dat ik het 15 minuten kon volhouden; nu is een uur geen enkel probleem. Terwijl ik voordien eigenlijk nooit aan sport heb gedaan. Ik fietste wel elke dag 36 kilometer naar mijn werk. Maar dat was het. Ik deed niks in competitieverband. Door de initiatielessen die ik bij De Sleutel kreeg, heb ik ook kennis gemaakt met badminton, korfbal en squash, wat ik nu een of twee keer per week met mijn zus speel. Ze was er in het begin niet goed in – ze kon de bal niet raken – maar nu gaat het gelijk op. Mijn vriendin loopt ook, wat we nu samen doen. Dat is leuk. Ik ken haar al acht jaar en ze heeft mijn evolutie gezien, maar we zijn pas na mijn verslaving bij mekaar gekomen. Ze loopt halve marathons en ik zit aan een kilometer of veertien, dus ik zie dat nog wel evolueren. Soms denk ik dat ik veel tijd verloren ben, maar van de andere kant: als ik niet was beginnen te lopen, zou ik nu nog gebruiken, dus heb ik in zekere zin veel tijd gewonnen.”

"In het begin was ik al blij dat ik het lopen 15 minuten kon volhouden; nu is een uur geen enkel probleem"

Opvangcentrum De Sleutel is actief binnen de gezondheidszorg en richt zich op mensen met drugproblemen en risicogroepen met een aanbod van preventie, crisisopvang, ambulante en residentiële hulpverlening en werkgelegenheid in Vlaanderen. De Sleutel wil een levensstijl waarin alle activiteiten in functie staan van druggebruik ombuigen naar een levensstijl die gebaseerd is op waarden en normen. “Hierbij zien we sport als een belangrijk hulpmiddel”, zegt Thomas Sintobin, projectmedewerker Sport. “Dankzij het project ‘Sport als stimulans tot re-integratie’ slaagden we erin om sportinitiaties met gediplomeerde lesgevers in het behandelprogramma te integreren. In het verleden werd al veel gesport binnen onze afdelingen, maar hadden we daar nog geen onderbouwde visie over. Vandaag is sport bewust een onderdeel van de behandeling. Om echt tot een gezonde levensstijl te komen, proberen we de cliënt ook tijdens zijn vrije tijd aan het sporten te krijgen, zoals met ‘Start to Run’ en de kennismaking met minder gebruikelijke sporten tijdens initiaties. We hebben wel gemerkt dat er veel drempels zijn. Daarom willen we een soort intermediaire sportclub oprichten als tussenstap tot effectieve re-integratie. Zonder ondersteuning is die drempel naar het reguliere sportcircuit immers nog te hoog. Dus chapeau dat het Thijs al is gelukt.”

Meer info: www.desleutel.be

*Om te vermijden dat Thijs later ten onpas met zijn verleden zou worden geassocieerd, is dit een schuilnaam.

 

Sporta-magazine is een uitgave van Sporta-federatie, die deel uitmaakt van de Sporta-groep.