Sportboekenbeurs

maandag 31/10

Het zou een beetje aanmatigend en misbruik van columnruimte zijn om mijn eigen boekenproductie aan te bevelen. Vier stuks op anderhalf jaar tijd, waarvan drie sportboeken, het klavier stond niet stil. Het meest recente werk, 'Vuile zwarte', over racisme in het Belgische voetbal, genoot heel wat media-aandacht. Dat is goed nieuws (commercieel) en slecht nieuws (racisme leeft nog altijd heel sterk in onze samenleving, ook in de sport, zeker in het voetbal). Voor wie langs wil komen: zaterdag 5 november praten co-auteur Paul Beloy en ikzelf erover om 13 uur, waarna we aan het signeren slaan. (Dat klinkt druk, in de praktijk valt het meestal wel mee met de overbevolking voor de stand. Of tégen, zo u wil.) Dinsdag 1 november mag ik samen met Geert De Vriese ons boek 'De Grote Duivels' signeren, over de Rode Duivels in de periode 1976-1980.

Enfin, zo heb ik toch wat columnruimte gejat voor zelfpromotie. Ga zeker ook op zoek naar de stand van De Vliegende Keeper, de uitgeverij van de broers Raf en Tom Willems, twee koppigaards die tegen alle trends in sportboeken blijven publiceren. En meer, want ook 'Lopen tegen de wind. Laat Iraanse vrouwen in hun stadions' van Darya Safai is er te vinden. Of 'Blauwe plekken van sport' van Sporta-columnist Bart Vanreusel. Raf Willems is een van de weinige auteurs die in voetbal meer ziet dan een spelletje van negentig minuten met tweeëntwintig spelers, een handvol scheidsrechters en een bal.

Maar als u slechts tijd of budget heeft voor één boek, laat het dan 'De val' worden van Matthias Declercq. Declercq is freelance journalist en kwam als bij toeval terecht op het pad van vijf trainingsmaten uit het wielerpeloton. Het jaagpad, om precies te zijn, de Scheldedijk tussen Gent en Oudenaarde, waar professionele wielrenners, wielertoeristen en gewone fietsers kriskras door elkaar rijden. 'De val' vertelt het tragische verhaal van die vijf vrienden, een verhaal dat zó ongelofelijk is dat, mocht Declercq het hebben ingediend als filmscenario, het zou worden afgewezen vanwege 'te ongeloofwaardig'. Maar het is dus allemaal echt gebeurd.

'De val' vertelt het tragische verhaal van die vijf vrienden, een verhaal dat zó ongelofelijk is dat, mocht Declercq het hebben ingediend als filmscenario, het zou worden afgewezen vanwege 'te ongeloofwaardig'

Poging om de feiten in twee paragrafen chronologisch samen te vatten, zonder dat ik het leesplezier wegneem. De vijf trainingsmaten die tien jaar geleden langs het jaagpad denderden waren Bert De Backer, Dimitri De Fauw, Kurt Hovelijnck, Iljo Keisse en Wouter Weylandt. De Fauw was een begenadigd sprinter op de piste, maar iets te veel losbol om de top te halen. Keisse ontpopte zich wel tot zesdaagsenkoning en blonk later ook uit op de weg. Weylandt bleek een vlijmscherpe spurter. De Backer en Hovelijnck waren gewaardeerde knechten. Af en toe kregen de vijf het gezelschap van de West-Vlaming Frederiek Nolf.

In november 2006 begint de msierie: de Spanjaard Isaac Gávez verongelukt in het Kuipke, nadat hij met zijn stuur verstrengeld raakte in dat van De Fauw en tegen de balustrade gekatapulteerd werd. Het zadelde De Fauw op met een knagend schuldgevoel, dat nog aangedikt werd met andere gebeurtenissen in zijn privéleven. Na de Gentse Zesdaagse van 2008 werd Keisse betrapt op dopinggebruik. Een hele vreemde zaak, die hij voor de burgerlijke rechtbank bracht (en won), maar die uiteindelijk vier jaar zou aanslepen en een schaduw wierp over zijn carrière. 2009 was een regelrecht rampjaar: Nolf overleed in zijn slaap tijdens de Ronde van Qatar (zijn kamergenoten waren Kristof Goddaert - die zelf tweeënhalf jaar geleden verongelukte op training, maar dit even terzijde - en Weylandt), Hovelijnck viel zwaar op training (hij reed samen met... Weylandt) en zou wekenlang in een coma blijven liggen, met volgens de artsen amper tien procent overlevingskans. Hij haalde het. De dopingperikelen van Keisse bleven zijn wielerleven bezoedelen. Frank Vandenbroucke stierf, al is ook dat een terzijde in het verhaal van de vijf. En op 6 november pleegde De Fauw helemaal ontredderd zelfmoord: de dood van Gálvez bleef door z'n hoofd spoken en tot overmaat van ramp slaagde hij niet voor een politie-examen. Weer anderhalf jaar later, op 9 mei 2011, verongelukt Wouter Weylandt tijdens de derde rit van de Giro. Dieper gaat tragiek niet. Maar er is ook ruimte voor geluk, want in 2015 wint Iljo Keisse in Milaan de slotrit van diezelfde Giro. Nog meer toeval: de nacht voordien sliep hij in kamer 108, het rugnummer dat Weylandt droeg in die fatale Ronde van Italië vier jaar voordien, en op het podium weerklonk achteraf 'Sex on Fire' van Kings of Leon, het lievelingsnummer van Weylandt dat ook op diens begrafenis te horen was.

Wat zo mooi is aan 'De val': niets wordt verbloemd, het drama wordt niet uitgemolken, het is niet de bedoeling dat de lezer aan het eind zelf depressief is. Er is ruimte voor een vleugje humor, relativering en schoonheid. Heel veel schoonheid

Wat zo mooi is aan 'De val': niets wordt verbloemd, het drama wordt niet uitgemolken, het is niet de bedoeling dat de lezer aan het eind zelf depressief is. Er is ruimte voor een vleugje humor, relativering en schoonheid. Heel veel schoonheid. Schone mensen die in een schone taal worden beschreven. Declercq slaagt erin in de ziel van de renners te kijken: ze zijn geen helden, noch schurken. Doodgewone jongens die elkaar gevonden hebben op de fiets. 'De val' is een page-turner, met weinig rustpunten: je wordt in het verhaal meegezogen. En ook al kent wie het wielrennen een beetje van nabij volgt de afloop al, je blijft lezen. Een groter compliment kun je een debuterend auteur niet maken.

De val, Matthias Declercq, Manteau, 22,50 euro.

Sporta-magazine is een uitgave van Sporta-federatie, die deel uitmaakt van de Sporta-groep.