Sportcultuur? Connais pas!

dinsdag 30/01
©isosport

Dertig dagen zonder klagen, het is aan mij niet besteed. Ik geloof sowieso al niet in die dertigdagen-rages, maar dit wilde ik oprecht weleens proberen. Tot halfweg de eerste dag de computer op het werk begon te haperen en ik daarover... klaagde. De dag nadien klaagde ik over de superlatieven in onze kranten. Elise Mertens had zich geplaatst voor de kwartfinales van de Australian Open en dus was 'de nieuwe Kim Clijsters' in aantocht. Ik word daar een beetje moe van, van die zinloze vergelijkingen met betere tijden. Het is a) beledigend voor de actieve sporter (laat Elise Mertens vooral Elise Mertens zijn en niet 'de nieuwe X'), b) zéér voorbarig (Elise Mertens heeft op haar 22ste twee WTA-titels behaald en stond dus één keer in een belangrijke halve finale, Clijsters had op die leeftijd al een Grand Slam gewonnen en vier finales gespeeld, plus veel meer toernooien gewonnen), en c) bijzonder kortzichtig en communautair bekrompen (want onze grootste tennisster ooit is niet Kim Clijsters maar Justine Henin: 4 Grand Slams versus 7 - 3 keer de Masters versus 2 - 0 olympische titels versus 1 - 41 WTA-toernooien versus 43).

Enfin, 't is goed dat we ons konden optrekken aan de prestaties van Elise Mertens, maar we mogen niet overdrijven. En we mogen dit anderzijds ook niet plat relativeren en zomaar alle aandacht richten op het WK Veldrijden in Valkenburg en de nationale voetbalcompetitie. Want ook dat is Vlaanderen: uitschieters in andere sporten dan voetbal of wielrennen juichen we heel even luidkeels toe, om ons dan weer op de twee favorieten sporten te richten.

"Elise Mertens had zich geplaatst voor de kwartfinales van de Australian Open en dus was 'de nieuwe Kim Clijsters' in aantocht. Ik word daar een beetje moe van, van die zinloze vergelijkingen met betere tijden"

Alleen in Vlaanderen

Ik schreef het eerder al en ik blijf het herhalen: wij hebben geen sportcultuur. Sjotten en koers, dat is het. Alsof dat in onze genen zit. Gij zult niet van andere sporten dan voetbal of wielrennen houden! (Of gij zult helemaal niet van sport houden!) In dit land van 'pensenkermissen en gewassen maandverbanden' (ik citeer even Jean Pierre Van Rossem uit de tijd dat hij nog een grote mond had) blijven we hangen in het vertrouwde. Xenofobie is de Vlaming niet vreemd, óók als het over sportbeleving gaat.

Als twee tennismeisjes het uitzonderlijk goed doen, pieken de kijkcijfers een paar jaar en sturen ouders hun kinderen wat vaker naar een tennisschool, maar eens die carrières voorbij, daalt de belangstelling voor het tennis. Nina Derwael is onze hoop in bange gymnastiekdagen, al kan ik me niet voorstellen dat er meer dan twintig mensen op de hoogte zijn van haar programma dit jaar. Hockey is dezer dagen ook een populair tijdverdrijf voor jongetjes en meisjes met ambitie en dat heeft natuurlijk alles te maken met de knappe prestaties van de Red Lions en de Red Panthers, maar als de volgende generatie die hausse niet kan bevestigen, willen we niets meer van hockey weten. Dan wordt het weer een elitesport genoemd. In het judo kennen ze dat wel, daar is het wachten op een nieuwe Ulla of Gella om de sport weer populair te maken bij het grote publiek. En atletiek moet het stellen met één uitschieter om de vier jaar, al kan Nafi Thiam daar tijdelijk verandering in brengen.

Vlaanderen is daar vrij uniek in. Zet één stap over de taalgrens en je merkt dat daar, onder invloed van het mentaal zeer nabije Frankrijk, toch al wat meer sporten het goed doen (misschien ook wel omdat er veel minder Waalse voetbalploegen en coureurs op het voorplan treden). Zet één stap over de grens met Nederland en je zult zien dat daar een veel bredere interesse is, die zich niet beperkt tot zestien dagen Olympische Spelen. Snelschaatsen is bij ons marginaal, in Nederland een fenomeen. Hockey is bij onze noorderburen al vele jaren groot. Zwemmen, volleybal, roeien... Bekijk het aanbod op de Nederlandse tv en vergelijk met onze uitzendingen. Wij zijn navelstaarders.

"Bekijk het aanbod op de Nederlandse tv en vergelijk met onze uitzendingen. We zijn navelstaarders"

Vicieuze cirkel

Of ik daar dan zelf niets aan gedaan heb, toen ik hoofdredacteur sport was bij de Vlaamse televisie? Euh, pertinente vraag, en het antwoord is: ja, maar. Of: nee, en toch, zo u wil. Er is een poging geweest om de aandacht te verbreden, maar die is grandioos mislukt. Live basketbal op zondagnamiddag: hooguit 150.000 kijkers, en dat was dan nog voor de topper Oostende-Charleroi. Een duel tussen lager geklasseerde ploegen - we wilden de kijker opvoeden, nietwaar! - lokte amper 15.000 belangstellenden. Rekening houdend met de foutenmarge kunnen dat er evengoed nul geweest zijn. En dus verdwenen eerst die confrontaties tussen de mindere goden van antenne en daarna ook het live basketbal zelf.

Het is een vicieuze cirkel. De Vlaming wil niet opgevoed worden als het over sportbeleving gaat, als de kijkcijfers tegenvallen wordt de programmatie herschikt, als blijkt dat alleen toppers in de populaire sporten voldoende kijkers lokken, worden alleen nog topwedstrijden geprogrammeerd. De hoofdredacteur van Voetbalmagazine vertrouwde mij ooit toe dat hij eens wilde experimenteren met de cover van zijn blad: hij wilde álle eersteklassers afwisselend aan bod laten komen. Resultaat: als Waasland-Beveren, KV Kortrijk of Charleroi prominent in vierkleuren de potentiële lezer toelachten, zei die laatste: laat maar! Gevolg: Club Brugge, Anderlecht, Gent, Genk, Standard en - sinds kort - Antwerp wisselen elkaar nu af op de cover, de andere clubs moeten het met journalistieke kruimels binnenin stellen.

"De Vlaming wil niet opgevoed worden als het over sportbeleving gaat, als de kijkcijfers tegenvallen wordt de programmatie herschikt"

Sportcultuur

Een sportcultuur creëer je niet zomaar. Die moet (half-)spontaan groeien. Dat heeft te maken met opvoeding, thuis en op school. Open staan voor andere sporten dan sjotterke sjot en koerske velo, bijvoorbeeld. Niet alleen naar 'kleinere' sporten uitkijken uit evenementiële overwegingen, zoals de vierjaarlijkse olympische hoogmis. Je niet blindstaren op mannen (!) die tegen een bal trappen of op de pedalen duwen. Dat is een werk van lange adem en de vraag is of we als samenleving bereid zijn zo te ademen.

Het vereist bevoegde ministers die blijven hameren op een brede sportbeleving, zowel aan de top als in de breedte. Er zijn media nodig die - misschien wel tegen beter weten in - andere sporten promoten. Ik zeg maar wat: sportkaternen die op maandag niet openen met een duel tussen de derde en de zevende in de Jupiler Pro League. Kijk eens naar 'Match of the Day' op de BBC: de eindredacteur van dat voetbalmagazine durft al eens te openen met een beslissend degradatieduel. Dat zul je bij ons nooit zien. Eigen vertrouwd volk eerst: Anderlecht, Club Brugge, Gent. (In Wallonië: Standard en Charleroi.)

Zou 'Dertig dagen zonder voetbal en wielrennen' kunnen werken in deze contreien, of zouden de mensen dan alleen maar nóg meer beginnen te klagen en te drinken?

"Zou 'Dertig dagen zonder voetbal en wielrennen' kunnen werken in deze contreien, of zouden de mensen dan alleen maar nóg meer beginnen te klagen en te drinken?"

Sporta-magazine is een uitgave van Sporta-federatie, die deel uitmaakt van de Sporta-groep.