Sporten in het digitale tijdperk

Het samenspel tussen de nerd en de sporter

dinsdag 19/03

Aan de Universiteit Gent houdt Dr. Kristof De Mey zich bezig met sport en technologie. In de daartoe in het leven geroepen cluster Victoris faciliteert hij de samenwerking tussen verschillende disciplines. Wearables, biomechanica, een onderzoek hoe muziek beweging beïnvloedt, een systeem om ook indoor zonder gps-ontvangst de snelheid van lopers te kunnen capteren, … Hoe laat je die domeinen samenwerken en hoe zet je de resultaten daarvan in de markt? De Mey werkt ook voor imec.istart, waarmee imec inzet op sport door start-ups te ondersteunen. De bedrijven en bedrijfjes die zich met sport inlaten, schieten uit de grond. “RSscan bijvoorbeeld is een Vlaams bedrijf dat wereldwijd marktleider is voor hard- en software voor loopanalyses. Het werkt samen met HP om technologie te ontwikkelen rond personalisatie van sportschoenen die je online kan kopen.”

Kristof De Mey (UGent)

Wat hem vanuit zijn achtergrond als sportkinesist wel opvalt, is dat de sportgeneeskunde en revalidatie wat achterwege blijven. “Misschien is die markt gewoon te klein. Maar als je in de sport iets kunt ontwikkelen dat medical-approved is en niet te duur, opent dat nieuwe markten binnen de medische wereld. Want er is vraag naar. Dus je ziet wel sport- en bewegingsapps die medisch gerelateerd worden. Een mooi voorbeeld daarvan is Moveup.care. Dat vond zijn oorsprong bij een orthopedisch chirurg die nieuwe knieën en heupen aanbracht, maar die niet gemakkelijk kon opvolgen wat zijn patiënten deden, terwijl ze bij hem terugkwamen met secundaire klachten. Dan is het handig als je ze kan opvolgen en mee kan blijven communiceren door een deel van de revalidatie te digitaliseren en te vertalen naar de thuiscontext. Je neemt daarmee misschien werk af van kinesisten, maar omdat onze sociale zekerheid onbetaalbaar dreigt te worden, zit daar voor Vlaanderen ook een mogelijk economisch voordeel aan om het systeem in stand te kunnen houden.”

"Data verzamelen is niet meer zo moeilijk, maar de cruciale vraag is: wat doe je daar dan mee?"

Barça Innovation Hub

Digitalisering is alomtegenwoordig in de sport om data te verzamelen: harstslagen, lactaat, zuurstofopname, gps-systemen om loopafstanden en -richtingen te bepalen, … - en soms treedt het ook het privéleven van sporters binnen, zoals de Whoop-app die bij KRC Genk in gebruik is. “Als er één trend is, is het die van de digitalisering en data op een slimme manier gebruiken. Dus als je een beetje slim bent als sportorganisatie zou ik er maar beter snel werk van maken (lacht). Zeker in een topsportomgeving. Je moet willen beseffen dat dat ene procent het verschil kan maken.”

UGent werkt onder andere structureel samen met KAA Gent via het Project KAA Gent UGent Performance Center onder supervisie van prof. dr. Jan Bourgois. “Youri Geurkink spendeert daarvoor als doctoraatsstudent negentig procent van zijn tijd in de club. Zulke mensen, die de link tussen de academische wereld en de sport kunnen leggen, hebben de clubs meer en meer nodig. Want data verzamelen is niet meer zo moeilijk, maar de cruciale vraag is: wat doe je daar dan mee? Wat ik op congressen heel vaak hoor, is dat je met al die technologie en slimme mensen en inzichten niets bent als je geen trainer hebt die er oor naar heeft, want dan kan alles in het water vallen. En dat gebeurt vaak. Wie al jaren in een functie zit, houdt vaak vast aan zijn eigen visie en het is soms heel moeilijk om daar vanuit sportwetenschappelijke kant op in te grijpen. Dat is ook logisch, want het zijn twee andere werelden. Je hebt trainers die er enorm voor open staan en er zijn er die redeneren: ‘Deze sporter verdient zo veel, hij moet gewoon maar wat harder trainen om beter te worden.’ Verschillende types van trainers hebben een enorme impact, dus je moet als club zelf een visie en beleid rond technologische innovaties ontwikkelen.

Een club die dat enorm doorgedreven heeft, is Barcelona, met de Barça Innovation Hub. De visie die daarachter zit, vind ik in haar eenvoud fantastisch. Die visie is: ‘Wij willen de beste club van de wereld zijn en daarom moeten we in contact staan met al wie ons iets kan bijbrengen. Als we de beste willen zijn, kunnen we maar beter die ene gekke nerd kennen die voor ons het verschil kan maken.’” Ze brengen die vervolgens naar Barcelona tijdens congressen, zetten samenwerkingen op of ze sluiten zich aan bij grotere initiatieven. Club Brugge doet dat ook heel goed door samen te werken met mensen die aan de UGent opgeleid zijn, zoals Roel Vaeyens, Dieter Deprez of Renaat Philippaerts, voor hij naar Standard verhuisde.”

"Als je als club de beste wenst te zijn, kan je maar beter die ene gekke nerd kennen die voor jou het verschil kan maken"

‘Booming business’

Internationaal is voetbal de sport waarin misschien wel het meest budget aanwezig is.

“Je merkt dat de buitenwereld vaak denkt dat achter dergelijke innovatie in het voetbal veel geld zit, omdat er heel veel geld wordt uitgegeven aan transfers en trainers. Maar dat is een andere wereld dan die van de kinesisten, sportdokters of physical trainers. Dan gaat het over een beperkt budget. Je kan niet zomaar een project van een paar duizend euro introduceren in een club. Anderhalf jaar geleden hadden we een masterproef om na te gaan hoe technologie gebruikt wordt in het profbasketbal in België. De conclusie was: bijna niet. En in het vrouwenbasket al helemaal niet. Maar als je kijkt wat er in de VS aan technologische ondersteuning bestaat voor het basketbal, is dat haast niet bij te houden. Terwijl het bij ons dus niet gebruikt wordt. Dat heeft voor een deel met onwetendheid te maken, maar het komt vooral door het ontbreken van het budget.”

"Academici komen meer en meer uit hun bubbel omdat ze de meerwaarde van sportinnovatie beseffen"

Maar sport en technologie, het is, zegt De Mey, hoe dan ook een booming business.

“Ik ben hier een jaar of vijf mee bezig en ik heb het zien evolueren. Je mag eender welke marktstudie raadplegen: er is er geen enkele die aangeeft dat het stagneert of daalt. Je ziet het ook aan de populariteit van lopen, fietsen en wandelen. Maar merkwaardig is dat we van de andere kant nog altijd een probleem hebben dat veel mensen te sedentair leven. Terwijl je niet competitief hoeft te sporten om gezondheidsvoordelen te ervaren. Ik zie ook de mentaliteit een stuk veranderen bij de overheid – er wordt weer 280 miljoen extra in innovatie geïnvesteerd. Sport Vlaanderen zet er ook meer en meer op in. En je merkt binnen de universiteit verandering: academici komen meer en meer uit hun bubbel omdat ze de meerwaarde ervan beseffen.”

 “Wat heel sterk toeneemt, is de sport buiten clubs om”, besluit De Mey. “Dat vormt een enorme uitdaging: hoe krijgen we die georganiseerd? Hoe vinden we nieuwe manieren om mensen te laten sporten in hun dagelijkse leven op momenten dat zij dat willen? Daar doet Sport Vlaanderen op dit moment een studie naar. Het is een vakgebied dat nog in volle evolutie is. Hoe kan je voorspellen wie het meeste kans heeft op een blessure, bijvoorbeeld? Dat kunnen we nog niet genoeg. Het is een mes dat aan twee kanten snijdt: bij de clubs is er soms te weinig openheid, maar de sportstech-sector moet ook nog meer aantonen dat wat hij te bieden heeft daadwerkelijk een verschil kan maken.”

Sporta-magazine is een uitgave van Sporta-federatie, die deel uitmaakt van de Sporta-groep.