Sporten na de topsportcarrière: Gella Vandecaveye:

“Twee onderdelen van mijn lichaam zijn nog goed: mijn rug en mijn tong”

dinsdag 29/03
Gella Vandecaveye

Gella Vandecaveye bouwde als judoka een palmares op om u tegen te zeggen, met medailles op Olympische Spelen, WK’s en EK’s en trofeeën als Europese Judoka en Sportpersoonlijkheid van het Jaar. “Men heeft nu nog altijd dat beeld van mij als judoka: Gella Vandecaveye! Daarom krijg ik vaak uitnodigingen voor gekke sportieve uitdagingen, maar dat is niet meer aan mij besteed. Ik kan het misschien wel nog, maar ik wil het niet meer”, zegt ze.

 “Als ik ga lopen of fietsen met mensen, zie je ze soms schrikken van mijn traag temp en dan zijn ze ontgoocheld (lachje). Ik heb de sport nodig, maar niet meer fanatiek. Ik wil wat ik doe nog altijd goed doen – dat perfectionisme blijft - maar ik voel niet meer de behoefte om mij te meten met anderen. Mijn prioriteiten liggen elders nu. Ik heb het gehad en het is oké zo. De jongste twee jaar is mijn sportintensiteit enorm gedaald. Ik moet elk jaar de lat minder hoog leggen. Het is van moeten, door slijtage als gevolg van de topsport en het ouder worden. Maar ik heb daar geen probleem mee. Het is niet zo dat het een strijd is die ik moet aangaan. Ik voel de gevolgen van topsport alleen meer en meer naar boven komen. En ik vind het beangstigend vroeg. Ik word er 43, dat is nog jong. Ik revalideer eigenlijk levenslang: onderhoud en smering van mijn lichaam. Er zijn blessures uit het verleden die soms de kop op steken, dat is komen en gaan.”

Krakende wagen

In 1998 liep ze in een kamp een nekwervelbreuk op en op de Spelen in Sydney scheurde ze de kruisbanden van haar rechterknie. Twaalf jaar geleden beëindigde ze haar sportcarrière.

“Ik sta scherper dan toen ik nog judo deed. Ik ben uiteraard heel wat spiermassa verloren, maar na twintig jaar topsport ben ik eindelijk mijn babyvet kwijt. Je begint jong, je wordt vrouw, krijgt hormonale schommelingen, je wordt 31 en dan stop je: alles komt in evenwicht daarna, want het is geen normaal leven, hé, topsport. Maar mijn drie nekhernia’s worden er niet beter op. Ik ben wel dankbaar dat ik hier nog altijd rondhuppel, want het had veel erger gekund. Het voordeel is: ik weet tenminste waar mijn kwaaltjes vandaan komen. Er zijn twee onderdelen die nog goed zijn: mijn rug en mijn tong (lacht). 

"Pijnvrij sporten, zit er niet meer in. Maar ik aanvaard dat en leer er mee leven"

Ik vergelijk mijn lijf een beetje met een oldtimer: die ziet er goed uit, maar het is wel een krakende wagen. Pijnvrij sporten, zit er niet meer in. Maar ik aanvaard dat en leer er mee leven. Een frisse neus halen, creatieve ideeën, het hoofd leegmaken, dat is wat telt voor mij. Ik pas mijn bewegingspatroon aan.”

Lange ritten fietsen, doet ze niet meer. “De Caniballette ga ik niet meer rijden: mij ga je niet meer zot maken. Ik wil het nog wel, maar ik weet dat mijn lichaam het niet meer aankan. Anderhalf uur fietsen volstaat en met 40 of 60 kilometer ben ik al tevreden. Mijn job laat meer overigens ook niet toe. Sportbeleving is zo voor mij gewoon ‘bewegen’ geworden. Ik heb ook meer recuperatie nodig dan vroeger en mijn uithouding is niet meer wat ze geweest is.”

 

Vechten tegen water

Ook lopen, doet ze niet meer. “De dokters zeiden: ‘als je blijft lopen, mag je over enkele maanden een nieuwe heup laten steken.’ Maar ja, een nieuwe heup, twee vervangstukken kopen en een derde gratis, noem ik dat. Toch loop ik sinds kort niet meer, al heeft dàt wel even geduurd om te aanvaarden. Ik zit met een aangeboren heupafwijking: displastische heupen. Normaal wordt dat in je kindertijd ontdekt en corrigeren ze dat. Maar bij mij is dat onopgemerkt gebleven, waardoor het pas anderhalf jaar geleden naar boven is gekomen. Ik liep tot een jaar geleden drie keer in de week tien kilometer. Dat doe ik dus niet meer. Zelfs één keer in de week vijf kilometer, wat ik in het begin nog probeerde, lukt niet meer. Mijn vrienden wisten al lang dat ik geboren ben met een afwijking (lacht). Maar ik heb een waardig alternatief gevonden: de elliptigo.”

"Ik heb nu vooral nood aan zuurstof, aan buitenlucht"

Het tweewielig toestel, waarmee je je buiten kan verplaatsen, stelt je in staat rechtopstaand te fietsen door een lopende beweging te maken. “Je hebt de impact van het lopen niet en het is minder lastig voor de nek dan fietsen, want de normale fietshouding is voor mij het ergste om te verdragen. Zwemmen is daarom ook moeilijk: ik zwem niet slecht, maar de redder van het zwembad zei tegen mij: ‘Gella, je zwemt niet slecht, maar je vecht tegen het water.’ (lacht) Maar ik heb nu vooral nood aan zuurstof, aan buitenlucht. Ik doe aan sport om zacht in het leven te staan en geduld te hebben. Als ik een week niet gesport heb, word ik ook verbaal prikkelbaarder. Ik moet mij dan even kunnen afreageren. Sporten geeft mij ook energie: je hebt de ene vergadering na de andere gehad en je springt dan op je elliptigo en dat doet deugd. Net zoals eens uitgeregend raken: er is niets dat beter is tegen de stress.”

Vandecaveye houdt zich nu bezig met pr en sportconsulting (www.gella.be). “Mijn grootste goed is de vrijheid die ik als zelfstandige heb. Ik ben ondertussen twaalf jaar gestopt en ik wil niet meer alleen maar in dat hokje van topsporter gestoken worden. Ik krijg nu mijn kicks in het normale leven, door een project binnen te halen, bijvoorbeeld. Ook al is dat niet hetzelfde als in de topsport, ik kom wel in verschillende milieus terecht. Netwerken, mensen in contact brengen met elkaar: ik vind dat geestig. Ik geef nog zelfverdedigingslessen en judo-initiaties, organiseer events en teambuildings voor bedrijven. Of lezingen. Maar zelf een judotraining doen met een sparringpartner: slecht idee (lacht).”

Sporta-magazine is een uitgave van Sporta-federatie, die deel uitmaakt van de Sporta-groep.