Stadion bouwen wordt belangrijker dan club opbouwen

dinsdag 20/02

Die Ghelamco Arena staat daar toch maar mooi te blinken als je op de E40 passeert. 's Avonds met felblauw licht en al, de clubkleuren van KAA Gent. Het enige moderne stadion dat ons voetballand rijk is, al hebben ze op Stayen ook hun best gedaan om een multifunctioneel complex neer te poten op wat tot voor kort een halve ruïne was en hebben ze op de Bosuil - over ruïnes gesproken! - eindelijk een nieuwe hoofdtribune. Een stadion genoemd naar een bouwfirma dat hadden we nog niet gehad in het Belgisch voetbal. Ach ja, voor een flinke korting zijn onze clubbestuurders bereid desnoods hun ziel te verkopen, en nog wat aandelen en inspraak erbovenop.

Begrijp me niet verkeerd, de Ghelamco Arena is een voorbeeld van hoe het moet. Een stadion dat meer is dan een oord waar om de veertien dagen negentig minuten wordt gevoetbald, maar ook een congrescentrum met een toprestaurant en tal van uitbreidingsmogelijkheden. Bij Gent tonen ze al twintig jaar hoe dat moet, een club besturen: een put van twintig miljoen euro vullen met slimme (goedkope) aankopen en nog veel slimmere (dure) verkopen, evenwichtige spelersgroep samenstellen, de juiste trainer aanstellen. Van een roemloze meeloper is AA Gent uitgegroeid tot een stabiele topclub, die Standard is voorbijgestoken en stilaan kan wedijveren met Anderlecht en Club Brugge. Knap werk.

Voor een flinke korting zijn onze clubbestuurders bereid desnoods hun ziel te verkopen en nog wat aandelen en inspraak erbovenop

Glijmiddel

Wat mij stoort is de manier waarop zo'n Paul Gheysens zich manifesteert in het Belgisch voetbal. Een stadion bouwen. Check. (En perfect aanvaardbaar.) Als geheime mecenas fungeren bij een andere club, met als doel daar een stadion neer te poten. Check. (Al een pak minder aanvaardbaar.) Een stadion voor de nationale ploeg willen bouwen, waarin ook een club kan spelen. Check. (Die buurtweg! Die politieke trammelant! Die stiekeme maneuvers!) Die club die in dat nationale stadion zou moeten spelen, dan maar proberen over te nemen, in de hoop dat ze zo toezeggen in dat nieuwe stadion hun thuiswedstrijden af te haspelen. Check. (Verhinderd omdat het clubbestuur een polonaise dansende pillenverkoper verkoos boven een mediaschuwe bouwheer.)

Het is allemaal wat veel en het heeft vooral weinig te maken met clubliefde en het spelletje dat voetbal heet. Mensen als Gheysens zien een club als een vehikel om een bouwproject op te zetten, dat dan zijn imago en dat van zijn bedrijf weerklank moet doen vinden over de hele (voetbal)wereld. Een Ghelamco Arena of een Eurostadion (RIP) dient als glijmiddel voor een resem lucratieve opdrachten, die dan wel de boekhouding donkerzwart moeten doen kleuren.

Een Ghelamco Arena of een Eurostadion (RIP) dient als glijmiddel voor een resem lucratieve opdrachten, die dan wel de boekhouding donkerzwart moeten doen kleuren

Projectontwikkelaars

Wat Gheysens nu doet - en waar hij gedeeltelijk in slaagt - is het voetbal gebruiken, zoals ook andere projectontwikkelaars probeerden. Bart Verhaeghe slaagt daar half in bij Club Brugge: de sportieve resultaten zijn prima, het nieuwe stadion blijft voorlopig een maquette. Patrick Vanoppen mislukte grandioos bij Beerschot AC en hielp de paars-witte club in recordtempo de dieperik in. Ook hij had grootse bouwplannen, het geld van de stad voor een gemeenschappelijk stadion voor Antwerp en Beerschot schoof hij hooghartig van tafel. Nou, dat was slim!

Ook Besix probeert zich nu te profileren, met het aanbod om het Koning Boudewijnstadion gratis en voor niets te renoveren, zodat het én een modern voetbalcomplex wordt én kan behouden worden voor de Memorial. Neen, het zijn geen filantropen bij Besix, ze willen zich alleen maar op die markt werpen en opdrachten afsnoepen van de concurrentie (lees: Ghelamco).

 

Land van de gemiste kansen

Waar waren al die bouwheren toen we hen écht nodig hadden? Twintig jaar geleden keek ons land uit naar de organisatie van Euro 2000, het toernooi dat samen met Nederland op poten werd gezet. Waar onze noorderburen van die gelegenheid profiteerden om nieuwe stadions te bouwen en bestaande complexen grondig te renoveren, bleef het bij ons bij wat opsmukwerk. Een uitbreiding in Charleroi, waar niemand om gevraagd had, bijvoorbeeld. Het geplande Eurostadion (!) in Antwerpen kwam er nooit, vanwege politiek gebakkelei en misplaatste arrogantie.

Nederland profiteert daar vandaag nog van: in 1999, een jaar vóór Euro 2000, gingen er gemiddeld 13.613 mensen naar een wedstrijd in de Eredivisie kijken, tien jaar later was dat 19.789, een stijging met maar liefst 45,3 procent. Moderne, veilige, comfortabele stadions zorgen ervoor dat een nieuw potentieel publiek aangeboord wordt, dat thuisbleef na de hooligandecennia 70 en 80. (Vandaag is het gemiddelde weer gedaald naar 19.086, maar dat heeft dan weer te maken met de belabberde prestaties van de topteams en het dalende spelniveau in het algemeen.)

Bij ons bedroeg het gemiddelde aantal toeschouwers in '99 7.808, in 2009 11.039, dat is weliswaar eveneens een stijging met 41,3 procent, maar in absolute getallen blijven we natuurlijk ruim achtduizend onder Nederland steken. Dit seizoen zitten onze clubs trouwens gemiddeld opnieuw onder de elfduizend. En natuurlijk hebben we geen aantrekkingspolen als Ajax, Feyenoord en PSV, dat is zo (onze best 'scorende' club, Club Brugge, zit aan gemiddeld 26.828 toeschouwers, de Nederlandse Top 3 zit daar ruim boven en zelfs degradatiekandidaat FC Twente komt met 28.600 aardig in de buurt van onze toekomstige landskampioen).

We zijn het land van de gemiste kansen. Nieuwe stadions zijn dan ook een must, maar daarom moeten we die bouwfirma's en projectontwikkelaars nog niet baas maken van onze clubs. Zo werkt het niet. Als het bouwen van een stadion belangrijker wordt dan het voetbal zelf, zijn we (alweer!) een verkeerde richting ingeslagen. Maar we hebben die (ver)nieuw(d)e stadions anderzijds wel nodig om ons voetbal nieuwe impulsen te geven. Moeilijke keuzes in het verschiet.

Nieuwe stadions zijn een must, maar daarom moeten we die bouwfirma's en projectontwikkelaars nog niet baas maken van onze clubs

Sporta-magazine is een uitgave van Sporta-federatie, die deel uitmaakt van de Sporta-groep.