Straffe verhalen

Het waarom van de sport verklaard

vrijdag 10/06

Boekenkasten zijn er gevuld met de vraag waarom sportlui aan sport doen. Waarom die uitsloverij op velden en terreinen? Waarom de inspanning en de spanning? Wat zijn de drijfveren achter de pijn van lijf en leden? Waarom verkiezen we het Bijbelse zweet des aanschijns boven met een grassprietje in de mond achterover, een terras in de schaduw of de verlokkende roep van de sociale media in de zetel? Waarom naar de top van die berg terwijl het veel beter toeven is in het dal? Wat beleven sportlui dan op hun eeuwige sportvelden dat hen altijd weer tot sporten verleidt? 

Je verwacht een hoop competitief testosteron en heroische botsingen van fysiek in de antwoorden, of glorie, euforie en buitenaardse roes. En wanneer dat niet lukt, dan toch tenminste een verheerlijkt uitzicht op een eeuwig gezond bestaan als beloning voor het gezwoeg in het fithonk met die loop-, duw-, til- en trekmachines. Sport, die door competitiezucht gedreven, met nut en plezier overladen ontkenning van het fundamentele recht op luiheid. 

Maar neen hoor, altijd staan variaties van sociaal contact mee bovenaan in de hitparade van de redenen waarom mensen zich aan sport begeven. Sociaal contact? Is dat niet voor bij de bakker, op de markt, over de haag met de buren of desnoods in een internetcafe waar de vaste klanten nu achter de laptop hangen in plaats van aan de toog? Het uitzicht op sociaal contact, datingsites vergaren er hun fortuinen mee. Maar toch niet in de sport? Het gehijg zonder taal tijdens een klim op een col, dat zwijgend naast elkaar lopen door straten, die oorlogsverklaringen van sportteams, het ernstige gebeul en zweetwerk in de fitfabriek, bedenkelijke vormen van sociaal contact zijn het. Dan kan je nog beter aan de twitter.

Altijd staan variaties van sociaal contact mee bovenaan in de hitparade van de redenen waarom mensen zich aan sport begeven. Sociaal contact? Is dat niet voor bij de bakker, op de markt, over de haag met de buren?

Het zijn de verhalen voor achteraf, straffe sportvoorvallen om later te vertellen, de onverwachte wending, het accidenteel parcours, het bijna-moment tijdens het sporten, het meer dan straffe toeval, de onwaarschijnlijke afloop. Daarin schuilt het waarom van de sport. Straffe verhalen die eerst beleefd worden, dan verteld in de kleedkamer en vervolgens herverpakt in de kroeg. In het beste geval gaan ze een generatie mee en worden ze doorverteld aan beginnelingen, opvolgers, kinderen of, opperste geluk, aan de kleinkinderen. De eeuwige roem van het straffe verhaal, daarom doen we aan sport.

Het eenmotorige Cessnavliegtuigje hobbelde brullend over het gras van de startbaan. Zwaar geladen met vijf op elkaar gepakte valschemspringers had het vliegtuigje enkele sprinkhaanhoppen nodig voor het zich echt losmaakte van de grond en vervolgens, traag klimmend in wijde bochten, naar spronghoogte zwoegde. Daar waar normaal een gesloten deur zit, was nu een open gat van waaruit wij, skydivers, afsprongen en naar beneden duikelden: een voet op de buitensteun, een hand aan de vleugelstijl, een ‘GO!’ van de sprongmonitor en hop, naar beneden in duikvlucht. Ik zat als eerste aan het open deurgat met de luchtstroom en de diepte, onze sportarena, langszij. Was het de wind? Een onverwachte beweging van de piloot? Een plotse duw aan boord? Het vliegtuigje maakte een onverwachte kantelbeweging en een fractie later viel ik, enigszins voorbarig, in volle vlucht, uit het toestel. 

Het vliegtuigje maakte een onverwachte kantelbeweging en een fractie later viel ik, enigszins voorbarig, in volle vlucht, uit het toestel.

M’n vrije val van toen zit in m’n sportgeheugen gebrandmerkt. Chaotisch, zonder besef van tijd of hoogte en met een veel te snel opengetrokken parachute, zo bleek later. Het vervolg van de sprong verliep aanzienlijk minder straf. Geland net naast de prikkeldraad in een koeienweide van een onbekend dorp, teruggelift met parachute onder de arm naar het vliegveld en een periode geschorst door de club. Maar ik kan het nu wel stoer navertellen.

Een stevige bries joeg de zeilboot vooruit, ergens op de Noordzee, buiten de Belgische kust. Terwijl de schipper aan boord in het vooronder met kaarten en radio navigeerde, hield ik het roer op de constante aangegeven koers. Perfect zeilweer. Het baken dat we snel naderden, bleek niet op de kaarten te staan, heel eigenaardig. De schipper kwam mee aan dek om te kijken wat er gaande was en nam het roer over. Dan gebeurde iets strafs. Plots rees wat wij als een baken aanzagen hoog op uit zee en verscheen er, onwaarschijnlijk maar waar, pal voor onze boeg, een duikboot boven water. Wat we voor een boei aanzagen was de periscoop waarmee de duikboot ons in de gaten had, zo veronderstellen we. De duikboot zette koers naar Zeebrugge, wij wat later naar de zeilclub aan land met een straf zeeverhaal. Fotobewijs beschikbaar. Straffe verhalen voor later, daarvoor doen sportlieden aan sport. Hiermee haal ik de kroeg en de volgende generatie. Daarvoor doe ik het. 

Met dank aan de onbekende piloot  en aan  J.J., schipper van de Stern                         

Sporta-magazine is een uitgave van Sporta-federatie, die deel uitmaakt van de Sporta-groep.