Testosteronbom onder de vrouwensport

De onrust over intersekse atleten in de hedendaagse (top)sport

vrijdag 28/07

Wie dacht dat dopingmisbruik ook in de nabije toekomst de voornaamste boosdoener zou blijven in het (top)sportmilieu, moet zijn mening stilaan herzien. Volgens kenners is het immers vooral de steeds nijpendere geslachtsproblematiek die de sportieve gerechtigheid op de helling plaatst. Sinds de steile opmars van olympisch 800-meterkampioene Caster Semenya, die door haar ‘hyperandrogenisme’ begiftigd is met een merkelijk hoger natuurlijk testosterongehalte dan haar concurrentes, bereikte de geslachtsdiscussie een climax. Een structurele oplossing dringt zich op, want nu het traditionele man-vrouwonderscheid meer dan ooit onder druk staat, ontvouwt zich een grijze zone die nog vele malen groter is dan bij vermeend dopinggebruik. Hebben ‘intersekse’ atleten een plaats in de hedendaagse en toekomstige (top)sport? De beslissing valt in principe vandaag.

©isosport

Op 15 juli 2016 speelde zich op de Diamond League-meeting in Monaco een merkwaardig tafereel af. De Zuid-Afrikaanse Caster Semenya, die al haar concurrentes had gedevalueerd met een fenomenale laatste rechte lijn en een nieuw persoonlijk record, ondervond aan den lijve dat blijdschap en tristesse zeer dicht bij elkaar kunnen liggen. Waar de winnaar in andere nummers doorgaans gefeliciteerd wordt met een welgemeende knuffel of een erkentelijke high five, moest Semenya zelf op zoek naar enkele slappe handjes. Zeker de blanke atletes konden hun misprijzen voor de winnares amper verbergen. Als je wint heb je vrienden, tenzij je omstreden bent. En omstreden, dat is Semenya al sinds haar doorbraak in 2009…

Als je wint heb je vrienden, tenzij je omstreden bent. En omstreden, dat is Semenya al sinds haar doorbraak in 2009…

De zaak-Semenya

De atletiekwereld werd met verstomming geslagen toen de amper 18-jarige Caster Semenya acht jaar geleden uit het niets de nieuwe standaard zette op de vrouwelijke 800 meter. Samen met haar gespierd voorkomen en ‘viriele stijl’ riep haar steile opmars heel wat vragen op en dus voelde de Internationale Atletiekfederatie (IAAF) zich verplicht om de zaak te onderzoeken. Luttele uren voor de start van de 800-meterfinale op het WK van 2009 in Berlijn kwam aan het licht dat de verdenkingen niet zozeer te maken hadden met vermeend dopinggebruik, maar wel met haar geslacht. Semenya liet zich echter niet uit het lood slaan en werd voor het eerst wereldkampioen.

Even opvallend als haar fenomenale prestatie was het feit dat Semenya in Berlijn een geslachtstest moest ondergaan. Verder onderzoek bracht aan het licht dat ze ‘hyperandrogeen’ is, wat impliceert dat haar lichaam door een hormonale afwijking meer testosteron aanmaakt dan de gemiddelde vrouw – lees: quasi mannelijke hoeveelheden. Bovendien blijkt ze geen baarmoeder en eierstokken te bezitten. Meer hadden haar concurrentes en de (sociale) media niet nodig om ze te brandmerken als een ‘man’, ook al gaat ze door het leven als een vrouw en is ze officieel een ‘intersekse’ atlete – iemand die door variabele geslachtskenmerken niet binnen het klassieke man-vrouwonderscheid past.

Semenya werd gedurende de onderzoeksprocedure tijdelijk aan de kant gezet en maakte vanaf de zomer van 2010 een knappe comeback. Ze behaalde zilver op het WK van 2011 en de Olympische Spelen van 2012. Haar tijden van 2009 wist ze echter niet meer te benaderen en vanaf 2013 deemsterde ze weg. Een gevolg van enkele blessures en mentale problemen, maar allicht ook van de ‘correctieve’ hormoontherapie die Semenya moest ondergaan om te mogen blijven sporten. Samen met de Medische Commissie van het Internationaal Olympisch Comité (IOC) introduceerde de IAAF in april 2011 immers een nieuwe regelgeving, die stipuleerde dat het testosterongehalte van vrouwen onder een bepaalde bovengrens moest liggen – 10 nmol per liter bloed, zowat drie keer meer dan het testosterongehalte van de gemiddelde vrouw. Was dit niet het geval en bijkomend onderzoek wees uit dat hun lichaam effectief vatbaar was voor het surplus aan testosteron, dan kregen de atletes in kwestie een moeilijke keuze voorgeschoteld: zich terugtrekken uit de sport, een operatie ondergaan of een vrouwelijke hormonenkuur volgen om het testosteronniveau te doen dalen tot een aanvaardbaar peil. Caster Semenya koos noodgedwongen voor de laatste optie…

Volgens de vigerende regels worden atletes met een te hoog testosteron voor de keuze gesteld: zich terugtrekken uit de sport, een operatie ondergaan of een vrouwelijke hormonenkuur volgen...

Gecontesteerde regelgeving

De nieuwe hyperandrogenismeregelgeving van de IAAF en het IOC was meteen behoorlijk omstreden. Vanaf april 2011 kon elke ‘verdachte’ atlete gesommeerd worden voor een ‘vertrouwelijk onderzoek’ en een eventuele bijhorende behandeling. Critici steigerden toen een rapport uit 2013 aan het licht bracht dat vier anonieme ‘atletes uit ontwikkelingslanden’ waren afgereisd naar Frankrijk voor hormoontherapie en een genitale ingreep. Velen noemen deze praktijk en de achterliggende regelgeving onethisch en fundamenteel in strijd met het menselijk recht. ‘Waarom zouden bepaalde atleten gestraft moeten worden voor een eventueel voordeel dat ze natuurlijk verworven hebben?’, vragen ze zich af. ‘Waarom zouden ze een behandeling moeten ondergaan om te passen binnen het willekeurige kader dat sportinstanties beschouwen als een ‘normaal geslacht’? En waarom zou een verhoogd testosterongehalte afgestraft worden, terwijl andere genetische voordelen niet in vraag worden gesteld’? Zie bijvoorbeeld Michael Phelps, die bepaalde symptomen van het syndroom van Marfan vertoont, waaronder buitenproportioneel lange ledematen – een onmiskenbaar voordeel bij het zwemmen.

Tegenover deze grote groep critici staat echter een even grote groep voorstanders, die menen dat de regelgeving in afwachting van verder onderzoek ‘de beste lijn was die je kon trekken’. Zij opperen dat het regelrecht oneerlijk is om intersekse atleten met een verhoogd testosterongehalte zomaar onder te brengen in de vrouwencategorie. De 10 nmol/L-grens zou bovendien toepasbaar zijn op 99 % van alle vrouwelijke atleten (het gemiddelde ‘vrouwelijke’ testosterongehalte ligt tussen 0,1 en 3,08 nmol/L), zodat enkel de meest extreme gevallen met een buitengewoon hoog testosterongehalte en een vermoedelijk competitief voordeel uit de band springen. “Zonder zo’n grens kan je vrouwensport net zo goed afschaffen”, luidt het.

Biologisch racisme of sportieve gerechtigheid? Wie moeten we beschermen: een kleine, gemarginaliseerde minderheid of het overgrote deel van de vrouwelijke atleten, die mogelijk benadeeld worden doordat intersekse atleten al dan niet van enkele cruciale (natuurlijke) voordelen kunnen genieten? Een delicate kwestie… 

‘Waarom zouden bepaalde atleten gestraft moeten worden voor een eventueel voordeel dat ze natuurlijk verworven hebben?’

Geslachtsvacuüm

We maken een sprong in de tijd, naar de Olympische Spelen van 2016. Caster Semenya won ogenschijnlijk moeiteloos het goud op de 800 meter en zorgde zo opnieuw voor gemor in de wandelgangen.  Maar Semenya was niet de enige intersekse atlete die in Rio op het appel verscheen. Ook een andere controversiële deelname werd met argusogen gevolgd, zij het grotendeels weg van de spotlights. Het betrof ene Dutee Chand, die kansloos werd uitgeschakeld in de reeksen van de 100 meter. Op zich dus niet bijzonder, ware het niet dat de Indische sprintster de sportgenderreglementering in juli 2015 volledig op haar kop zette.

Het verhaal van Chand heeft veel weg van dat van Semenya. Vlak voor haar internationale doorbraak bleek dat zij net zoals Semenya ‘mannelijke hoeveelheden’ testosteron aan te maken… Ze kwam in hetzelfde schuitje terecht, maar weigerde de correctieve hormonenbehandeling. Met steun van de Sports Authority of India vocht Chand de hyperandrogenismeregelgeving aan bij het TAS (Hof van Arbitrage voor Sport). Tot ontzetting van de IAAF en het IOC haalde Chand haar slag thuis. Het TAS oordeelde dat het ‘kwantitatieve effect’ van een bovengemiddeld testosterongehalte en het bijhorende competitievoordeel nog niet afdoende waren aangetoond. Het schorste de regelgeving omtrent hyperandrogenisme voor een periode van twee jaar. De IAAF en het IOC hebben tot 27 juli 2017 om extra argumenten aan te dragen. Indien ze er niet in slagen om de regelgeving afdoende te rechtvaardigen, wordt ze definitief geschrapt. In de tussentijd konden intersekse aleten zonder enige vorm van restrictie blijven deelnemen aan vrouwencompetities.

Dit ‘geslachtsvacuüm’ ligt volgens velen aan de basis van de spectaculaire revival van Caster Semenya. Sinds juli 2015 hoeft ze zich niet meer te bedienen van vrouwelijke hormonen, en dus vermoeden kenners dat het testosterongehalte in haar bloed opnieuw drastisch gestegen is – zelfs in die mate dat ze in 2016 iedereen overklaste. Andere factoren – Semenya is eindelijk blessurevrij en werkt samen met een nieuwe coach die volgens ingewijden het allerbeste uit zijn poulain weet te halen – worden gemakshalve over het hoofd gezien. Feit is dat Semenya enkele seconden sneller loopt dan de voorbije jaren, dat ze in april 2016 op amper drie uur tijd een onwaarschijnlijke tripel realiseerde op de Zuid-Afrikaanse kampioenschappen (400 meter, 800 meter én 1500 meter winnen), dat ze op de Olympische Spelen in Rio alweer een nieuwe besttijd liep en dat ze gezien haar prima chrono’s eerder dit jaar de torenhoge favoriete is voor het nakende WK in Londen. Desondanks was de winnende tijd van Semenya in Rio (1:55.28) ‘slechts’ de twintigste tijd aller tijden, is het wereldrecord van de Tsjechoslovaakse Jarmila Kratochvílová uit 1983 nog steeds twee seconden sneller en is het verschil tussen Semenya’s persoonlijk record en het wereldrecord bij de mannen (1:40.91) voldoende groot om te spreken van een ‘normaal’ man-vrouwonderscheid.

Veel vragen, weinig antwoorden

Wat maakt die hele geslachtsproblematiek nu eigenlijk zo complex? Vooral het gegeven dat de discussie veel ruimer is dan het tweeledige man-vrouwonderscheid – of de notie positief-negatief, als we even de parallel trekken met de dopingstrijd. Ze bevat immers ook een belangrijke ethische component. Kan je op basis van een subjectieve interpretatie zomaar geslachtstesten eisen van ‘verdachte’ atleten en op die manier inbreken in hun privacy, ook al blijven de resultaten van die onderzoeken doorgaans geheim? Wanneer kan je onweerlegbaar beweren dat iemand op basis van natuurlijke biologische kenmerken zoals het testosterongehalte kan profiteren van een ongeoorloofd sportief voordeel (en wat zijn überhaupt de criteria voor de bepaling van het predikaat ‘man’ of ‘vrouw’)? Is een sportief voordeel ongeoorloofd als je het op natuurlijke wijze verworven hebt? En is het geen flagrante discriminatie om intersekse atleten op termijn misschien uit te sluiten van topsport of onder te brengen in een aparte categorie? Kortom: de zogeheten ‘grijze zone’ lijkt oneindig veel groter dan bij dopinggebruik, temeer omdat het intussen overduidelijk is dat geslacht geen binair gegeven is.

Van een helder onderscheid, eenduidige regels en klare antwoorden is met andere woorden geen sprake. En bijgevolg wordt een grote groep vrouwen vermoedelijk tekortgedaan en worden andere individuen onnodig hard aangepakt (is Semenya in de eerste plaats niet vooral een fenomenale atlete?). Toch zijn het IAAF en het IOC vastberaden om hun regelgeving omtrent hyperandrogenisme door te drukken. Benieuwd of ze het TAS binnenkort wél zullen kunnen overtuigen en het huidige ‘geslachtsvacuüm’ kunnen opvullen met een regelgeving die zowel de ‘intersekse’ als de ‘vrouwelijke’ atleten afdoende beschermt. Zo niet is de introductie van een derde geslachtscategorie in de sport allicht geen onrealistisch scenario meer…

Sporta-magazine is een uitgave van Sporta-federatie, die deel uitmaakt van de Sporta-groep.