Tomas Van Den Spiegel: "We zijn te gemakzuchtig!"

De visie van de Slimste Mens over de Belgische sportcultuur

woensdag 19/08
Tomas Van Den Spiegel De Slimste Mens©Photonews

Zijn dorp grensde aan het mijne. Zijn school was de mijne en als kinderen gingen we wel eens bij elkaar spelen. Soms wordt een interview een heel klein beetje persoonlijk. Hij was dan ook de held van het dorp. Van Den Spiegel deed waar de gewone man meestal alleen maar van droomt: uitvliegen richting succes in het buitenland, tegen de Vlaamse aard in. Het komt ter sprake als we het hebben over een nieuwe internationale VUB-studie die ontluisterend is voor ons land. ‘Ik was blij om te lezen dat in een wetenschappelijke publicatie eens werd gezegd dat we geen sportcultuur hebben’, zegt Van Den Spiegel daarover. ‘We zijn te gemakzuchtig. En het is ook een stukje voorzichtigheid, niet te veel ambitie tonen. Ik was totaal anders. Ik wou zo snel mogelijk uit België weg, terwijl ik hier indertijd bij Oostende ook een goed contract had en op mijn gemak was. Vaak kreeg ik de vraag: zou je dat wel doen naar het buitenland gaan? Een typisch Belgisch trekje.’

Conclusie: We moeten niet te veel dromen. Echte topsport zit gewoon niet in onze aard?

‘Dat blijkt nu. Natuurlijk is het wel zo dat wij verplicht worden om ons land te verlaten. Als Italiaan of Spanjaard is het makkelijker. Een goede voetballer moet daar zijn land niet uit. Misschien zijn zij ook wel voorzichtig van aard, maar hebben ze gewoon geluk dat het niveau er zo hoog ligt.’

 

Het heeft iets ironisch. Je won als enige Belg ooit de Euroleague (2006 en 2008), de Champions League van het basket, maar de mensen kennen je vooral van een tv-quiz.

‘We zijn een voetbal- en wielerland en daarnaast zijn er veel successupporters als het goed gaat in andere sporten. Nu, ik zat goed hoor in het buitenland, dat is nooit een frustratie geweest.’

 

Ben jij eigenlijk ooit genomineerd voor sportman van het jaar?

‘Nooit. Basket is natuurlijk een sport op twee sporen. Had ik ooit een NBA-contract getekend, was ik waarschijnlijk onmiddellijk genomineerd zonder te kijken wat ik daar uitstak. In 2002 en 2003 kwamen er aanbiedingen van Dallas en Golden State, maar het paste niet in mijn carrièreplanning. Ach, op wikipedia had dat mooi gestaan, maar spijt heb ik niet. En sowieso word ik elk jaar een beetje ziek van die verkiezing tot sportman en sportvrouw. Omdat we appelen met peren vergelijken. Bovendien weten veel stemgerechtigden volgens mij niet eens welke sport de genomineerden op de longlist beoefenen. Dat is de navelstaarderij van voetbal- en wielerjournalisten.’

 

Je bent twee jaar geleden gestopt met topsport. Wat is je sindsdien opgevallen, dat je niet zag toen je er nog middenin zat?

‘Als topsporter draait de hele wereld rond jou en dat idee moet je laten varen. Het middelpunt van de belangstelling zijn, is snel voorbij hoor. Dat is heel moeilijk. Van voetballer, wielrenner of basketter naar ex-sporter is maar één dag verschil. Hier bij mijn nieuwe werkgever Optima moet ik ook rapporteren, of ik nu een goede basketter was of niet. Nobody cares. We kunnen praten over sociale begeleiding van jonge topsporters, maar eigenlijk zou dat ook moeten bestaan voor sporters die bijna einde carrière zijn. Dat is een groep die plots in een nieuw leven wordt gegooid. En je mag dan nog genoeg geld hebben, hele dagen in je zetel liggen, gaat ook niet.’

 

Hoe bevalt dat nieuwe leven jou?

‘Ik mis alleen de adrenaline. Dat gevoel van winnen in de sport, ga ik nooit meer hebben. Die kick kan je zelfs niet proberen te benaderen. Het leven na topsport is niet zo makkelijk, dus ik probeer nu veel uitdagingen te zoeken. Mijn huidige job, Athlete Support bij Optima, heb ik uitgedacht. Dat is mijn kindje. En daar wil ik dé referentie op de markt van maken.’

 

©Photonews
Van Den Spiegel: "Als topsporter draait de hele wereld rond jou en dat idee moet je laten varen."
"99% van de topsporters en hun familie komen in situaties terecht die hen boven het hoofd groeien. Het is een zeer raar wereldje. Het duurt jaren vooraleer je het door en door kent"

Je begeleidt topsporters in hun financiële planning, want er liggen wel wat valstrikken voor goedverdienende sporters.

‘En iedereen kan daar inlopen. Je kent er als sporter niet genoeg van, dus moet je je lot in de handen leggen van mensen van wie je denkt dat ze ter goede trouw zijn. Maar voor hetzelfde geld zijn ze dat niet. Ik pleit ook schuldig. Als je me tien jaar geleden vroeg om hier of daar te tekenen, dan zette ik ook zomaar mijn handtekening. Omdat je alleen met topsport wil bezig zijn. 99% van de topsporters en hun familie komen in situaties terecht die hen boven het hoofd groeien. Het is een zeer raar wereldje. Het duurt jaren vooraleer je het door en door kent.’

Ondanks hun dikke contracten heb ik toch soms medelijden met jonge topsporters die veel verdienen.

‘Ik ook, al is dat misschien niet het juiste woord, want ze hebben wel een geprivilegieerd bestaan. Maar een zestienjarige voetballer moet soms al de druk van heel veel mensen op zijn schouders dragen. En elke dag wordt hem gezegd: je mag niemand vertrouwen, want ze gaan aan je geld zitten. Daar heb ik het moeilijk mee. Zo slaan ze een stuk jeugd over en kunnen ze zich niet normaal ontwikkelen. Dat is jammer.’

 

In feite doen voetbalclubs toch deels aan kapitaalsvernietiging door zo weinig in te zetten op sociale begeleiding?

‘Absoluut mee akkoord. De clubs maken een trechter puur op sportieve capaciteiten. Daar komen er maar heel weinig door en dat zijn de enigen die hen interesseren. Terwijl er, mits goede begeleiding, meer goede voetballers zouden doorstromen. Dat is korte termijn denken. Maar het moet ook van twee kanten komen. Het is moeilijk een achttienjarige nog bij zijn nekvel te pakken. Wanneer er plots een zwaar contract komt, wordt alles helemaal anders.’

 

"Bij federaties gaat het meer over een personencultus dan over beleid. Dat stoort me."

Je liet je al heel kritisch uit voor het sportbeleid. Over de voetbalbond, bijvoorbeeld, tweette je: ‘Als het amateurvoetbal er zou in slagen om de 21ste eeuw binnen te treden, dan zou hun macht tenminste gerechtvaardigd zijn.’

‘Ik ben heel erg bezig met sportbeleid. Als de bond met ons grootste uithangbord, wat de Rode Duivels toch zijn, zich zo blijft vastklampen aan het verleden, dan hebben we wel een probleem. Als we macht geven aan mensen die vooral bezig zijn met de stoel waarop ze zitten, dan zetten we stappen achterwaarts. Het gaat daar meer over een personencultus dan over beleid. Dat stoort mij. Als sporter ben je vaak gefrustreerd over de federaties, dat gevoel heerst bij heel veel topsporters. Uiteindelijk zijn zij het wel die moeten presteren, dus kan je toch maar beter ook naar je sporters luisteren, zodat ze in de beste condities hun sport kunnen doen.’

 

Maar dan vraag ik me af: waarom gaan topsporters zelf niet in de federaties na hun carrières? Want dat doen ze niet.

‘Omdat er een ambtenarencultuur heerst. Bovendien is het niet zo makkelijk om van vandaag op morgen een manager te worden en een beleid uit te stippelen. Die kloof is nog altijd veel te groot. Er zijn genoeg sporters die verantwoordelijkheid willen opnemen, maar er de kansen voor krijgen is iets anders. Het zit allemaal gecompliceerd in elkaar en het is moeilijk een weg te vinden in dat kluwen. Er zouden meer inspanningen moeten geleverd worden om atleten voor te bereiden op het beleidsniveau. Je bent gewoon om in the field te staan, terwijl bij een bestuursfunctie heel andere zaken komen kijken. In landen als Spanje en Italië zijn ze daar veel meer mee bezig. Daar stromen meer topsporters door naar het beleid. In de Belgische volleybalbond gebeurt dat wel al meer. Maar mij zou de basketbond op dit moment niet interesseren, ik heb het al meer dan druk genoeg.’

 

Voilà.

‘Ik ben don Quichote niet (lacht).’

Sporta-magazine is een uitgave van Sporta-federatie, die deel uitmaakt van de Sporta-groep.