Tot Herstel Onzer Vrouwenrechten

Internationale Vrouwendag, en dus hoog tijd voor het échte verhaal van en vooral achter het vrouwenvoetbal

zaterdag 03/03

‘Je ziet eruit als een f***ing bitch en je klinkt ook zo!’ Nou… Welk godsgruwelijk misdrijf heeft Jacqui Oatley dan wel gepleegd op 21 april 2007, om zoveel onversneden rauwe haat over zich heen te krijgen? Weerloze bejaarden beroofd of arme bloedjes van kinderen mishandeld? De Queen in het gezicht gespuugd? Niet echt, nee. Ze is die dag als eerste vrouwelijke commentator ooit te horen geweest in Match of the Day.

Misschien nog ontluisterender - en meteen ook typischer, zoals we meteen gaan zien - is wat er zeven jaar later gebeurt, wanneer Oatley in oktober 2014 Arsène Wenger interviewt. Best mogelijk dat de Arsenalmanager geïrriteerd is na een gelijkspel tegen Hull en hij zegt het niet met zoveel woorden, maar het is duidelijk dat hij geen hoge pet op heeft van vrouwen achter een voetbalmicrofoon. De BBC omschrijft zijn houding als ‘ongemakkelijk’, presentator Gary Lineker is minder diplomatisch: ‘Arrogant, defensief en betuttelend.’

Lily Parr

Een omschrijving die ook als gegoten past bij deze bespiegeling - en nee, het is niet met een satirische knipoog - over vrouwenvoetbal in Gazet van Antwerpen: ‘Voetbal voor meisjes of dames wordt als onesthetisch en onvrouwelijk beschouwd. Stel u maar eens voor dat die gaan voetballen bij een hoge temperatuur of in regen en modder. Een troep fel transpirerende, met verwarde haren ronddravende, met modder overdekte Eva’s. Zoiets lijkt voor de toeschouwers en voor de dames zelf een aanfluiting van wat vrouwelijke bekoorlijkheid heet.’  Niet in 2007 of in 2014, maar in april 1969.

Tussen de lijnen door komt het op hetzelfde neer als wat een verslaggever van The Glasgow Herald schrijft, na een vrouweninterland Schotland-Engeland: ‘De dames zagen er beeldig uit, met hun blauwe truien, witte kniebroeken, rode riemen en voetbalschoenen op hoge hakken.’ En dat was dan weer in 1881. 133 jaar vóór Wenger, dus. Om maar te zeggen: het is vandaag vaak altijd wel wat, mannen en vrouwenvoetbal, maar het is ook altijd wat geweest. En in de loop der jaren is zowat iedereen de tussengeschiedenis vergeten.

Het fragment uit The Glasgow Herald zet meteen een hardnekkig cliché recht. Nee, het vrouwenvoetbal is geen laat 20ste-eeuws bastaardkindje van het mannenvoetbal. Ook bij ons niet. Het eerste Belgische damesteam is al gesticht in 1921, Brussels Femina Club. Drie jaar later wordt Union Sportive Innovation de eerste landskampioen, de ploeg van de verkoopsters van het gelijknamige grootwarenhuis in Brussel. De superster van toen is Elise Van Truyen. De Tessa Wullaert van haar tijd, zeg maar. Hoewel, naast een postume Gouden Schoen verdient ze ook een stuk of wat Gouden Spikes, want Van Truyen is naast doelvrouw en aanvoerster van de nationale ploeg ook Belgisch kampioene en olympisch atlete verspringen, 100 meter én hoogspringen.

‘Voetbal is een ploegsport, en bij vrouwen kunnen dan complicaties optreden.’ - Rode Duivelsaanvoerder Armand Swartenbroeckx.

Haar mannelijke tegenhanger, Rode Duivelsaanvoerder Armand Swartenbroeckx, vindt het allemaal maar niks: ‘Voetbal is een hard en vermoeiend spel dat veel energie en uitzonderlijke inspanningen vergt. De deelnemers staan bloot aan kleine ongevallen die voor mannen niet zonder gevaar zijn, maar die voor vrouwen erg zware gevolgen kunnen hebben, omdat zij een andere lichaamsbouw hebben.’ En dan volgt de uitsmijter: ‘Bovendien is voetbal een ploegsport, en bij vrouwen kunnen dan complicaties optreden.’

Dat klopt, alleen vergist Swartenbroeckx - dokter van beroep, en dus geen neanderthaler - zich in de aard van die ‘complicaties’.

Laten we er het verhaal bijnemen van de vrouw die in 2002 opgenomen is in de allereerste lijst van ‘Grootsten aller tijden’ in de Hall of Fame van het National Football Museum in Manchester. Samen met o.a.  Eric Cantona, Paul Gascoigne, Bobby Moore, George Best en Bobby Charlton, en ze is in haar gloriedagen net zo’n vedette. Maar bij wie - man of vrouw - doet de naam Lily Parr vandaag nog een belletje rinkelen?

Terwijl hun echtgenoten tijdens de Eerste Wereldoorlog gifgas en andere verschrikkingen trotseren in de loopgraven, nemen de Engelse vrouwen hun rol over in de fabrieken. De (oorlogs)industrie moet blijven draaien, nietwaar? En dus willen de hoge heren wel even door de vingers zien dat vrouwen volgens hen aan de haard thuishoren. Ze mogen zelfs voetballen, want de boog kan niet altijd enzovoort. En wat meer is, er komen massaal toeschouwers op af, het is dus nog goed voor het moreel aan het thuisfront ook.

De blikvanger bij uitstek is de ‘Dick, Kerr’s Ladies Football Club’. De speelsters werken bij spoorwegfabriek Dick, Kerr & Co. in Preston, vandaar de naam en de komma. Ze ontpoppen zich als een ware sensatie en dat blijven ze ook na de oorlog. Zo spelen ze in 1919 in St James’ Park, het stadion van Newcastle United, een wedstrijd voor het goede doel. Maak nu eerst even een mental note van die laatste woorden.

Goed, er komen 35.000 toeschouwers op af. Voor een gelijkaardige match in Evertonthuishaven Goodison Park zelfs 53.000, en buiten staan er nog 10.000 te dringen. En toch is het in 1921 over en helemaal out. De Engelse voetbalbond verbiedt dan namelijk het vrouwenvoetbal wegens ‘ongeschikt voor het vrouwelijk geslacht en ten zeerste te ontmoedigen.’

‘De non-conformistische, seksueel vrijgevochten voetbalsters bevrijdden de vrouw van het korset en de keukenplicht.’ - Documentairemaakster Clare Balding

Lily Parr, de absolute vedette van Dick, Kerr’s Ladies FC, denkt er niet aan te stoppen. Niet alleen omdat ze voetballen leuk vindt. Ze kan zich helemaal vinden in de filosofie van de oermoeder van het vrouwenvoetbal, Nettie J. Honeyball. Die strijdt in de eerste plaats voor vrouwenstemrecht, maar ziet in het voetbal een middel om dat te bereiken: ‘Het is mijn voornemen de wereld te tonen dat vrouwen niet zijn zoals mannen hen afschilderen: ornamenten en hulpeloze wezens.’ In dat kader heeft Honeyball in 1895 zelf de eerste voetbalclub ter wereld exclusief voor vrouwen gesticht, de British Ladies’ F.C.

Een korte corner die ons terugbrengt bij de essentie. Bij de echte reden waarom de Football Association het vrouwenvoetbal in de ban slaat. ‘De FA wilde de inkomsten uit tickets en sponsoring integraal terugsluizen naar het mannenvoetbal,’ stelt sporthistorica Jean Williams in de documentaire When Football Banned Women (2017). ‘Een zoveelste kaakslag voor al die vrouwen die tijdens de oorlog het werk van de mannen hadden gedaan, en nu terug naar hun washokken werden gestuurd.’ 

Haar collega Ali Melling gaat nog een stapje verder - en de mental note over het goede doel van daarnet is zo meteen aan de orde: ‘Het draaide allemaal om angst bij het establishment voor een politieke bewustwording bij de arbeiders. Toen de opbrengsten van de vrouwenmatchen nog naar gewonde oorlogsveteranen gingen, was er niets aan de hand. Maar toen ze benefietwedstrijden organiseerden voor stakende mijnwerkers was de beer los. Vrouwenvoetbal werd plots beschouwd als een speerpunt van een dreigende communistische revolutie.’

Het ging om veel meer is ook de conclusie van documentairemaakster Clare Balding: ‘De kern van de zaak was een strijd voor gelijke rechten en voor een volwaardige rol van de vrouw in de samenleving in het algemeen. De non-conformistische, seksueel vrijgevochten voetbalsters herdefinieerden haar rol: ze bevrijdden haar van het korset en de keukenplicht.’

Lily Parr ontpopt zich daarbij als de spilfiguur van een aantal vrouwen die zich niks aantrekken van het verbod en buiten de voetbalbond om wedstrijden blijven spelen. Zelf voetbalt ze nog tot in 1951. Dan sluit ze op haar 46ste haar carrière af met meer dan 900 goals. Maar daar eindigt Parrs rol als spits en voortrekster niet. Geen gefluister of geginnegap achter (mannen)handen voor haar, over haar seksuele geaardheid. Ja, zij houdt van vrouwen. So what? Iedereen mag dat ook weten, klaar.

‘Het voetbal is een keihard wereldje, maar er is geen enkele reden waarom je het als vrouw niet zou kunnen redden.’ - BBC-voetbalverslaggeefster Jacqui Oatley

Voetbalverslaggeefster Jacqui Oatley laat zich al evenmin van de wijs brengen. Integendeel. Ze wordt voorzitster van Women in Football (WiF), een netwerk van en voor vrouwen in het topvoetbal: ‘We willen weten waarom er niet meer zijn en dat aanpakken. Is het de algemene sfeer, waarin vrouwen zich niet prettig voelen? Drukken ze zelf niet hard genoeg door? Of is het een gebrek aan vertrouwen en het gevoel dat het allemaal te zwaar en te moeilijk is als vrouw en als moeder? Ik heb zelf twee kinderen, het is een keihard wereldje, maar er is geen enkele reden waarom je het als vrouw niet zou kunnen redden.’

Sporta-magazine is een uitgave van Sporta-federatie, die deel uitmaakt van de Sporta-groep.