Totaal Onverdiend

dinsdag 20/10

Daar kan het dus wel. Het feestgedruis reikt niet tot over de grens, grote kans dat het u hierdoor is ontgaan, maar de Nederlandse voetballiteratuur viert dezer dagen dubbel feest. Niet alleen mocht Hard Gras afgelopen herfst zijn twintigste verjaardagskaars uitblazen, dit jaar verscheen ook het honderdste nummer van het enige ‘literaire voetbaltijdschrift’ in de Lage Landen. Dan wil er al eens een kleine polonaise door de redactielokalen trekken. Zie alleen al het rijtje auteurs dat in die twintig jaar zijn opwachting maakte bij Hard Gras. Herman Koch is tot vandaag de best genoteerde Nederlander ooit op de Amerikaanse bestsellerlijstjes. Hoofdredacteur Henk Spaan had het nog voor Hard Gras zelfs in België tot televisiefenomeen geschopt sinds hij met Harry Vermeegen in het legendarische Pisa en Verona de grenzen van de satire verlegde. Nick Hornby en Simon Kuper horen tot de beste Engelse sportschrijvers. Anna Enquist is als schrijfster-dichteres een begrip in Nederland. Zelfs de groten van de vaderlandse literatuur Jan Wolkers en A.F.Th van der Heijden stuurden midden jaren ’90 hun bijdrage richting Hard Gras. Dan beteken je iets in literair Nederland. Wat zich ook al jaren in prima oplagecijfers vertaalt. 10.000 exemplaren voor de reguliere nummers. Een slordige 15.000 voor de bijzondere themanummers. Slik, voor wie de verkoopsstatistieken van een doorsnee Vlaams sportboek kent. 

Het is al dat moois dat Raf Willems in 1998, vier jaar nadat Hard Gras iets noordelijker het levenslicht heeft gezien, ook in Vlaanderen op ideeën brengt. Willems, tot vandaag auteur van talloze voetbalboeken, is dan al een naarstig pleitbezorger van de betere sportliteratuur ten zuiden van Breda en Tilburg. Naar het voorbeeld van Hard Gras start hij zijn eigen literaire voetbaltijdschrift. Titel: ‘Totaal Onverdiend’. Het dient gezegd: de keure van schrijvers die hij rond zich verzamelt is bepaald indrukwekkend. In de adviesraad zetelen François Colin, Frank Raes, Jacques Sys en Jan Wauters. Vier van de meest prominente voetbaljournalisten dat moment. Raes van TV, Wauters op de radio, Colin van de kranten, Sys als hoofdredacteur van Sport/Voetbalmagazine. Allemaal leveren ze in het eerste nummer hun verhaal. Maar ook de andere auteurs mogen er wezen. Er wordt duidelijk leentjebuur gespeeld met de Nederlandse tegenhanger – Henk Spaan en A.F.Th. van der Heijden duiken ook hier op. Maar daarnaast zien we Herman Brusselmans, ‘good old’ Rik De Saedeleer, Bob Van Laerhoven, Johan Derksen en zelfs Pieter Aspe. De latere succesauteur heeft dan net zijn eerste drie literaire thrillers in de boekhandel liggen en is nog lang niet bekend bij het brede publiek. Zijn verhaal in Totaal Onverdiend zal de twijfelaars alvast niet overtuigd hebben. ‘Make love, not war’, titelt Aspe om vervolgens een eind weg te wauwelen over België-Holland en het verschil tussen echte fans en gezapige tv-kijkers. Niet meteen beklijvende literatuur.

 

De radiodagboeken van Jan Wauters laten zich ook vandaag nog altijd ontdekken als pareltjes van maatschappijkritische, innoverende en ronduit gedurfde sportjournalistiek

Dat geldt dan weer wel voor het meest opmerkelijke verhaal dat het allereerste nummer van Totaal Onverdiend presenteert. Jan Wauters’ radiodagboeken over Argentina ’78 zijn dan al twintig jaar oud -in 1980 zijn al fragmenten verschenen in ‘Het hoofd, de benen en het geld’, een door Leo De Haes samengestelde verhalenbundel over het verband tussen sport en maatschappij- maar in Totaal Onverdiend kunnen we ze twee decennia later eindelijk opnieuw en integraal teruglezen. Meteen blijkt dat ze niets aan relevantie hebben ingeboet. De radiodagboeken laten zich ook vandaag nog altijd ontdekken als pareltjes van maatschappijkritische, innoverende en ronduit gedurfde sportjournalistiek. 

Bloed aan de paal

Even ter verduidelijking voor de jongere lezers: het WK Voetbal in 1978 was politiek het meest omstreden wereldkampioenschap uit de recente geschiedenis. Het organiserende land Argentinië was twee jaar eerder in handen gekomen van generaal Videla en zijn militaire junta die een bijzonder bloedig, fascistisch bewind voerden. Elke oppositie, of ze van naïeve studenten, politieke tegenstanders, mondige burgers of vakbondsleiders kwam, werd vakkundig uitgeroeid, ‘gezuiverd’, door de terreureenheden van de regeringsleiders. Geweld tegen burgers was meer regel dan uitzondering. De lijst vermiste personen was eindeloos. Pas later zal de gruwel van de vaak geheim gehouden wandaden van het regime ten volle aan het licht komen en zal de periode de geschiedenis ingaan als de jaren van ‘de vuile oorlog’. Maar wanneer de wereld zich in het voorjaar van 1978 opmaakt voor het WK Voetbal is de afkeer voor het Argentijnse generaalsbewind groot. Vooral in Europa leeft de vrees dat het regime het tornooi zal aanwenden om zich met wansmakelijke propaganda een vrolijk en positief imago aan te meten. Onder impuls van Amnesty International wordt de grove schending van de mensenrechten massaal aangeklaagd. Dat leidt in Nederland tot grote protestacties en een massale oproep aan Oranje om het WK te boycotten. De gruwel druipt van de tribunes. Er kleeft bloed aan de paal – zoals de protestkreten van Freek de Jonge en Bram Vermeulen klinken. Maar het baat niet. Nederland gaat wel naar het WK – en zal uiteindelijk nipt de finale verliezen tegen thuisland Argentinië. En in het zog van Oranje en de vijftien andere deelnemende landen reist ook Jan Wauters eind mei 1978 naar Zuid-Amerika af.

Zijn taal is zijn enige wapen, maar Jan Wauters hanteert ze als een kanon. Of beter: als een mitrailleur - elk woord een nieuwe kogel richting Argentijns regime

Het is daar en dan dat Jan Wauters zijn journalistiek meesterstuk aflevert. Vanuit Buenos Aires leest hij elke dag om kwart over zes in de avond Belgische tijd voor uit zijn dagboek voor de radiorubriek ‘Wat is er van de sport?’. Wie ze vandaag herleest, voelt dat ze voor de radio bedoeld waren – veel tussenwoorden, tussenklanken haast – maar zoveel decennia later spat de kracht er nog steeds van af. Zijn taal is zijn enige wapen, maar Jan Wauters hanteert ze als een kanon. Of beter: als een mitrailleur - elk woord een nieuwe kogel richting Argentijns regime. Het WK is hooguit een decorstuk bij dit alles. Maar niet alleen zijn boodschap maakt de radiodagboeken uniek. Elk fragment draagt de stijl die Jan Wauters zo kenmerkt. Wie anders borstelt zijn zinnen zo fijn als hij het heimelijke van het Argentijnse bewind op dit WK aankaart: ‘Het kwaad toont zich maar heel even hier; het zit vlak onder de oppervlakte die ‘schoon’ wordt gehouden voor zoiets blinkends als de wereldbeker.’

Net zo uniek is zijn persoonlijke betrokkenheid. Als eerst zijn kleren en ‘snuisterijen’ uit zijn hotelkamer verdwijnen en later al zijn geld en documenten op restaurant gestolen worden, maakt Wauters naadloos de brug naar het nare, valse gevoel van veiligheid in de Argentijnse straten. ‘Woede en machteloosheid breken mij op’, klinkt het. ‘Je zit gevangen. En naar de politie lopen, hier, hoeveel aarzeling moet je daarvoor overwinnen, in dit land…’ Maar vooral is er die journalistieke aanklacht. Zijn radiodagboeken lopen van 29 mei tot 26 juni – van voor de openingswedstrijd tot na de finale – en geen dag gaat voorbij of het radio-icoon sneert richting de militaire junta en de minachting die de generaals tonen voor de mensenrechten. Nu eens fijnzinnig, dan weer rechttoe-rechtaan, maar altijd met veel oog voor detail. Wauters gruwt van het machtsvertoon, ‘een indrukwekkend leger van militairen en politie’, dat niet toevallig bij alle WK-uitzendingen netjes buiten beeld blijft. Of hij deelt fijntjes mee dat Videla in Argentinië normaliter alleen in zijn generaalsuniform in het publiek verschijnt, maar op het WK plots een burgerpak draagt. ‘Ter wille van de vaak geprezen vrede en het fatsoen allicht; zo’n verkleedpartij onthult natuurlijk veel van de visie van deze mensen op dit hele wereldgebeuren.’ Het is revelerende journalistiek.

Maatschappijkritisch in de meest directe zin van het woord. Waarbij Wauters het cynisme niet schuwt. Zoals bij de Nederlandse ambassadeur die na protest van enkele linkse parlementsleden Videla een ‘door en door eerlijk man’ had genoemd. ‘IJveraars voor de mensenrechten hadden, volgens de ambassadeur, overdreven aantallen vermisten vermeld’, vertelt Wauters. ‘En, had hij eraan toegevoegd, vraag aan de arbeider, de taxichauffeur, de kelner in het café, wat dat wel zouden zijn, de Rechten van de Mens. Zij weten het niet. Ambassadeurstaal, en niet eens gelogen waarschijnlijk. Vraag het een voetballer, had hij ook nog mogen zeggen, zelfde antwoord. Daarom gaan ze ook door met voetballen.’

Het is die voortdurende dualiteit die Wauters tegen de borst stoot en waar hij zich tegen afzet. Aan de ene kant de protserigheid van het WK, de banaliteit van het voetbal en de (ogenschijnlijke) vreugde die het teweegbrengt bij het Argentijnse volk. Aan de andere kant de wetenschap dat er iets grondigs fout zit in een samenleving waar de meest onschuldige opposant zijn leven riskeert en waar duizenden mensen vermist en vermoord zijn. Sereen maar doordringend verhaalt Wauters over de dwaze of malle moeders die elke week hun eigen protestactie houden tegen die schending van de mensenrechten. Lees en geniet:

‘Terwijl de spelers herstelden en zich vermaakten in hun trainingskampen, terwijl de journalisten in grote getale hun werk ontvluchtten en aan ’t barbecueën waren in een rustig oord buiten de stad, kwamen, zoals elke donderdag, de moeders van de Plaza de Mayo, bij elkaar om in stilte te getuigen van hun leed, het verdriet dat ze lijden, zolang ze niet weten waar hun zonen zijn. De ‘malle moeders’ van de Mayo hebben ze zich genoemd. Ze vinden geen officieel gehoor en toch komen ze elke keer terug om te vragen waar hun kinderen zijn, waar ze toch gebleven zijn, want sinds hun plotse verdwijning zijn ze zonder nieuws van hen. Gisteren waren de vrouwen er weer, niet met twintig, dertig, zoals gewoonlijk, maar met twee-, driehonderd wel. Voor weer een stille tocht, een snikkend protest, een gesmoorde klacht tegen de repressie, de ondraaglijke verdrukking van de Argentijnse regering. De zachte tegen de harde krachten. Een indrukwekkende confrontatie.’

En als de malle moeders worden opgepakt: ‘Terwijl ze zachtjes, onder dwang verdwijnen, toeteren doldwaze voetbalfanaten Ar-gen-ti-na – Ar-gen-ti-na. Het verscheurde beeld van de mundial ’78.’

Intimidatie

Nog tijdens het WK zorgen de radiodagboeken voor beroering. In Argentinië voelt Wauters de intimidatie: ‘Toen ik gisteren de gesprekken met de moeders en de achtergrondgeluiden daarbij naar Brussel doorstuurde, verschenen direct drie politielui aan de deur van de studio’, laat hij van uit Buenos Aires weten. ‘Die bleef de hele tijd argwanend, op afstand volgen …’

Maar ook in Vlaanderen wordt vreemd opgekeken bij de stukjes die Wauters de ether instuurt. Sportverslaggeving is in de late jaren ’70 nog een eiland in de journalistiek. De sportjournalist schrijft en praat over sport en sport alleen. Einde verhaal. Dat Wauters die ongeschreven wet met voeten treedt en zich zelfs uitgesproken ergert aan de manier waarop de maatschappelijke wandaden in Argentinië worden doodgedrukt ‘onder een massale stortvloed van wereldbekerbanaliteiten’, kan lang niet bij iedereen op goedkeuring rekenen. In Gazet van Antwerpen verschijnt op 16 juni 1978 een vlijmscherp commentaarstuk van journalist Roger Robberechts. ‘Wat is van de sport, Jan Wauters?’, luidt de sarcastische titel waarna de aanpak van de radiocollega in Argentinië snoeihard onderuit wordt gehaald. Wat moeit die Wauters zich toch met niet-sportieve zaken, is de onverbloemde boodschap. ‘Dan moet de BRT ofwel een politiek journalist afvaardigen ofwel Jan Wauters laten spreken in de gewone nieuwsuitzending’, lezen we. ‘Om kwart over zes willen de sportliefhebbers alleen maar weten ‘wat er van de sport is’. Want zo heet die uitzending toch?’ Maar niet alleen zijn aanpak, ook zijn inhoudelijke, geëngageerde boodschap kan niet altijd op veel begrip rekenen.

Gelukkig treden de meeste journalisten hun collega van Gazet van Antwerpen niet bij. Nog datzelfde jaar wordt Wauters’ reportage bekroond met de prijs van de Vlaamse Journalistenclub. Drie jaar later wordt Gazet van Antwerpen in een geruchtmakende artikelenreeks in Humo door de al eerder vermelde Leo De Haes ontbloot als ‘de rechtse krant van Linkeroever.’

 

Zelden moet een tijdschrift zo zijn naam hebben waargemaakt

Maar terug naar 1998, terug naar Totaal Onverdiend. De radiodagboeken van Jan Wauters staan symbool voor wat het eerste literaire voetbaltijdschrift van Vlaanderen moet worden. Totaal Onverdiend volgt de weg van Hard Gras in Nederland, heet het. Het wil ‘voetbalverhalen met een doel’ brengen. Of, volgens de achterflap: ‘Reportages die u niet vindt in uw favoriete krant of weekblad. Omdat ze anders zijn. Grondiger gedocumenteerd, origineler van invalshoek en mooier geschreven. In een combinatie van kritische zin en nostalgische liefde voor het spel om de bal.’ Precies wat de radiodagboeken zijn. Initiatiefnemer Raf Willems heeft met de – dan nog – Generale Bank zelfs een bescheiden mecenas gevonden. Het ambitieuze doel is drie nummers per jaar, in boekvorm. Maar het mag allemaal niet baten. ‘Mits voldoende sponsoring ziet u ons in de herfst en volgende lente terug’, sluit Willems zijn inleiding af. Maar in de herfst ligt het eerste nummer al te verslenzen in de rekken van de De Slegte. Een tweede nummer komt er nooit. Zelden moet een tijdschrift zo zijn naam hebben waargemaakt. Totaal onverdiend verdwijnt het in de vergetelheid.  

 

Totaal Onverdiend

Ondertitel: Voetbalverhalen met een doel

Verschenen in juni 1998 bij uitgeverij Icarus

Prijs (destijds): 495 frank of 24,90 gulden

 

Sporta-magazine is een uitgave van Sporta-federatie, die deel uitmaakt van de Sporta-groep.