Trofee zonder waarde

woensdag 08/02

Er was een tijd dat de Gouden Schoen werd uitgereikt in de redactielokalen van de organiserende krant Het Laatste Nieuws. De winnaar werd opgebeld, deed heel even of ie oprecht verrast was, keek in z'n agenda, prikte een moment en ging de schoen dan ophalen. Een paar fotografen stonden erbij, keken ernaar en legden het vast voor de eeuwigheid, die in die dagen een week of zo duurde. 

Aanvankelijk kon de winnaar het kleinood slechts één keer winnen, dé verklaring waarom de grote Rik Coppens de Schoen alleen bij de openingseditie, in 1954, in ontvangst mocht nemen. Begin jaren 60 werd die eenmaligheid opgeheven, zodat Wilfried Van Moer hem drie keer kon winnen. En Paul Van Himst zelfs vier keer: Popol - 'Polle Gazon' voor de tegenstanders - is dan ook de meest gelauwerde Belgische voetballer. Alle Rode Duivels speelden toen nog in onze eigen eerste klasse, dus kon je gerust stellen dat de Gouden Schoen de beste Belgische voetballer van dat ogenblik was.

Weer wat later kwamen ook buitenlanders in onze competitie in aanmerking om het schoentje te passen. Nederlanders, voornamelijk. Johan Boskamp was in 1975 de eerste, Rob Rensenbrink een jaar later zijn opvolger. Twee heren die geselecteerd werden voor het fantastische Oranje van de jaren zeventig, twee keer verliezend WK-finalist. Wereldtoppers, dus.

Ten tijde van Paul Van Himst speelden alle Rode Duivels nog in eerste klasse, dus kon je gerust stellen dat de Gouden Schoen de beste Belgische voetballer van dat ogenblik was

Tussen Rensenbrink, 1976, en de Zweed Pär Zetterberg, 1993, liggen zeventien jaar, bijna twee voetbalgeneraties. Zetterberg was een goeie voetballer, Europees niveau. Ook van de bekroning van de Australiër Paul Okon, in 1995, kun je stellen: hij verdiende het. In een sterke competitie, waar zowat alle internationals rondliepen, was hij de uitverkorene. Maar eind '95 was er het Bosman-arrest. Gevolg: de limiet op het aantal buitenlanders viel weg in de meeste Europese topcompetities, de transfermarkt werd geliberaliseerd en de beste Belgen gingen voortaan elders aan de slag. Tegenwoordig is het zelfs zo dat heel wat Rode Duivels nooit in de Belgische eerste klasse actief zijn geweest. Denk aan Eden Hazard, Toby Alderweireld, Jan Vertonghen, Dries Mertens, Kevin Mirallas, Divock Origi en Yannick Carrasco: niet van de minsten. Andere toppers verhuisden al heel jong naar andere oorden. In de kern van de Rode Duivels zit meestal één excuustruus uit de eigen competitie.

Kortom, een Gouden Schoen voor de beste voetballer in de Jupiler Pro League is al meer dan twintig seizoenen noch een bekroning voor de beste Belgische speler, noch een waardering voor een goede buitenlander. De beste Belgen spelen in het buitenland, goede buitenlanders kunnen onze clubs niet meer aantrekken. Hooguit jonge talenten op doorreis, aan het begin van hun carrière. Behoorlijk goede spelers, zeer zeker, maar in de hoogdagen van de Gouden Schoen zouden ze met moeite de Top 20 gehaald hebben.

Goede buitenlanders kunnen onze clubs niet meer aantrekken. Hooguit jonge talenten op doorreis. In de hoogdagen van de Gouden Schoen zouden ze met moeite de Top 20 gehaald hebben

Neem de jongste twee winnaars: Dennis Praet en Sven Kums. Sant in eigen land, daarna vertrokken naar middenmoters in een competitie die ooit Europese top was, maar die de jongste jaren steeds verder afzakte: de Serie A. Praet, Gouden Schoen 2014, warmt bij Sampdoria Genua vooral de bank op. Kums, Gouden Schoen 2015, is een vaste waarde bij Udinese, maar is eigenlijk eigendom van Watford, dat hem blijkbaar niet goed genoeg acht om op z'n 28ste dadelijk mee te draaien bij een middenmoter in de Premier League. Het zegt veel, zoniet alles over de waarde van deze spelers, die er in België bovenuit staken, maar heel ver afstaan van de échte top.

Nu voor het eerst de Gouden Schoen voor vrouwen wordt uitgereikt, waarvoor ook de beste speelsters in andere competities in aanmerking komen, zouden de organisatoren best het reglement aanpassen en Hazard & co mee in aanmerking laten komen. Laat dan best een preselectie opstellen door een vakkundige jury, zijn we meteen ook af van dat steeds terugkerende provincialistische en communautair getinde gedoe, waarbij voorzitters van pakweg Westerlo en Sporting Charleroi elk jaar opnieuw stemmen op minstens één speler van bij hen.

Voor de beste speler in de Belgische competitie is er dan nog altijd de 'Profvoetballer van het Jaar', aan het eind van het seizoen, een veel betere periode om prestaties te beoordelen. José Izquierdo, Ruud Vormer, Lukasz Teodorczyk en Alejandro Pozuelo zullen dat jammer vinden, maar laten we eerlijk zijn: een kwarteeuw geleden zouden ze nooit uitgeblonken hebben in eerste klasse, om de simpele reden dat er minstens twintig beteren rondliepen op onze velden. Heel oneerbiedig zou je de toekomstige winnaar beter de Gouden Oen noemen: gestrand op het steeds verder wegzinkende eiland dat Jupiler Pro League heet. Trofee zonder waarde.

Nee, ik ga zelfs niet voor de decolletés kijken.

Heel oneerbiedig zou je de toekomstige winnaar beter de Gouden Oen noemen: gestrand op het steeds verder wegzinkende eiland dat Jupiler Pro League heet

Sporta-magazine is een uitgave van Sporta-federatie, die deel uitmaakt van de Sporta-groep.