Turnen, fietsen, lopen, zwemmen en weer doorgaan

't goede voorbeeld: Rob Heirbaut

dinsdag 10/09

Wie hem kent als journalist van de VRT-televisie associeert hem met de heldere wijze waarop hij verslag uitbrengt van Europese kwesties, maar Rob Heirbaut blijkt ook een veelzijdige sporter. Op zaterdag 14 september fietst hij met vier anderen, onder wie Bart Schols, in één dag 415 kilometer van Landen naar Straatsburg. “Een van hen heeft al achttien keer een volledige Iron Man heeft uitgedaan. Het zijn dus geen pannenkoeken (lacht).”

Hoe kom je erop om zoiets te doen?

“Het was een beetje een zot idee. Negen jaar geleden namen we met een paar collega’s voor een goed doel deel aan een volledige triatlon in Barcelona. We wilden nog eens zoiets doen. Ik stelde voor om naar Straatsburg te fietsen, met de gedachte om dat in twee of drie dagen te doen. Maar Bart Schols kwam met het plan om het in één dag te doen (lacht).”

“We rijden ten voordele van de vzw Bindkracht, die in Landen een huis uitbaat waar jongeren met een beperking wonen. Mijn zoon is een van hen. Iedereen kan ons steunen voor twintig euro. Je mag dan raden hoelang we erover zullen doen. Wie wint, krijgt een citytrip naar Straatsburg cadeau. We fietsen door de Ardennen en een stukje van de Elzas. De eerste 150 kilometer zijn de lastigste, daarna volgen we een rivier.”

 

Fiets je al lang?

“Ik fiets mijn hele leven al eigenlijk, en ik voetbalde, terwijl ik met mijn broers en zus ook bij een turnclub was aangesloten. Maar ik moest op een bepaald moment kiezen van mijn moeder en ik heb stomweg voor turnen gekozen. Ik blijf turnen een fantastische sport vinden, waarin je van alles - spierkracht, lenigheid, durf - combineert. Maar ik ben eigenlijk nooit lenig geweest. Een koprol of radslag lukt nu nog net (lacht). Als je niet de kwaliteiten hebt van een goede turner, plafonneer je. Dus op mijn achttiende ben ik ermee gestopt. Ik kocht een koersfiets en in 1987 - toen was ik twintig jaar - nam ik deel aan mijn eerste triatlon. Die vond plaats in de Blaarmeersen in Gent. Ik wou zomaar eens meedoen, maar het bleek tevens het Belgisch kampioenschap voor militairen te zijn. Ik was de enige die niet in een wetsuit, maar gewoon in een zwembroek aan de start stond (lacht).

In 1997 deed ik voor de eerste keer mee aan een marathon, in Londen. En ik had eens iets gelezen over de Marmotte, dus heb ik daar dan in 2002 aan deelgenomen: 175 kilometer fietsen over de Glandon, de Télégraphe, de Galibier en met aankomst op Alpe d’Huez. Ik heb die nu acht keer gereden, altijd met de ambitie om telkens een beter tijd neer te zetten, net als in de triatlons - op een bescheiden niveau. Vorig jaar heb ik ‘de Ventoux’ gereden: vertrek aan de voet van de berg, erover, en dan een lus van honderd kilometer met vier beklimmingen, en dan weer de Ventoux op. Dat is qua afstand hetzelfde als de Marmotte, maar met iets minder hoogtemeters. Het was een heel toffe ervaring, met ook mooie landschappen. De halve triatlon van de Ventoux, die elk jaar in september wordt gehouden, interesseert mij wel voor volgend jaar.”

 

Zwemmen maakt deel uit van een triatlon. Doe je dat vaak?

“Zwemmen heb ik al lang niet meer gedaan, maar ik doe het graag. Al vind ik het wel een opgave om mij naar een zwembad te verplaatsen, mij om te kleden, … We hebben ook heel weinig goede vijftig meterbaden in Vlaanderen, zeker in de regio waar ik woon. Dat is wel een hinderpaal om vaker te gaan zwemmen. Vlaanderen heeft daar een inhaalbeweging te maken. In Straatsburg, waar ik beroepshalve elke maand wel een paar dagen verblijf, is er een fantastisch openluchtzwembad vlakbij het Europees parlement. Het is het hele jaar door open. Als dat in Frankrijk kan, moet dat bij ons toch ook kunnen?”

 

Je kiest blijkbaar het liefste voor duursporten.

“Ja, dat doe ik het liefste. Het nadeel is wel dat je er veel tijd voor moet uittrekken. De combinatie met tijd voor het gezin is moeilijker. Dus daarom probeer ik zo veel mogelijk met de fiets naar het werk te komen – dat zijn goede trainingen als je twee of drie keer per week kan doen. Dan hoef ik er mijn zaterdag of zondag niet aan op te offeren. Ik fiets liever op een vrije dag tijdens de week. Die ambiance van een teamsport mis ik wel wat bij fietsen, omdat ik vaak alleen rijd. Anderzijds doet alleen sporten altijd deugd om de geest leeg te maken. Je bent voortdurend bezig met: je aantal kilometers en maken dat je genoeg kan drinken en eten. Je zit afgesloten van veel andere prikkels die je de rest van de dag bezighouden.”

 

In welke mate hou je rekening met wat je eet?

“Ik let daar wel op. Je leert uit ervaring wat het beste bij je past qua voeding. Bij de Marmotte voelde ik mij op het einde een paar keer misselijk en moest ik overgeven aan de aankomst. Uiteindelijk was dat van te veel te eten volgens mij. Je maag kan het op den duur nier meer verwerken. Nu heb ik het gevoel dat ik dat beter onder de knie heb. De ene verdraagt gemakkelijker al die zoetigheid van energierepen en sportdrank dan de andere. Ik heb een keer een triatlon meegedaan in heel warm weer en ik had alleen maar water gedronken. Ik heb toen ondervonden dat je ook van te veel water misselijk kan worden. Mijn maag en darmen zaten vol, maar ze namen niks meer op, dus ik droogde gewoon uit. Ik heb het looponderdeel moeten stappen (lacht).”

 

Waar fiets je doorgaans?

“Ik woon in Oud-Heverlee, dus ik rijd ook vaak naar Wallonië, waar het veel rustiger is wat het autoverkeer betreft. In Vlaanderen vind ik het soms echt vervelend om te fietsen. Mensen worden blijkbaar agressief als ze een wielertoerist zien. Zelfs wanneer je niks verkeerd doet, rijden ze soms rakelings langs je. Een regio die ik ook wel vaker aandoe, is Hasselt. Als we op familiebezoek gaan, rijdt mijn vrouw met de auto en kom ik met de fiets achter. Door het knooppuntennetwerk heb ik ook al een mooi stuk van Haspengouw leren kennen.”

 

Ben je een materiaalfreak?

“Ik heb een nieuwe fiets gekocht die elektronisch schakelt en schijfremmen heeft. Alles erop en eraan. Mijn vorige was elf jaar oud en ik dacht: als een nieuwe ook elf jaar kan meegaan, ben ik bijna met pensioen, dus ik moet niet meer te lang wachten om nog eens met een goede fiets te rijden. Je merkt het verschil, maar de conditie blijft toch belangrijker dan de fiets, hoor (lacht). Elk jaar gaan we op vakantie in de buurt van de Mont Ventoux en ik probeer die telkens in een betere tijd op te rijden. Het is me van de zomer toch weer gelukt om er een minuut van af te krijgen. Dát zal aan de fiets liggen (lacht).”

Sporta-magazine is een uitgave van Sporta-federatie, die deel uitmaakt van de Sporta-groep.