Turnleerkrachten op hoge hakken

vrijdag 27/11

Terwijl de alarmklokken over de beweegarmoede en de belabberde fysieke conditie van onze jongeren almaar luider beieren, beschikt 1 op 8 basisscholen niet over een gediplomeerde leraar L.O.!  Nochtans is een gespecialiseerde vakleerkracht meer dan nodig om van de couch potatos een sporter te maken. 

In 12% van onze basisscholen wordt de wekelijkse turnles gegeven door de gewone meester of juf. “Geen probleem”, zegt Vlaams minister van Onderwijs Hilde Devits, “wie een pedagogisch diploma heeft, wordt verondersteld alle vakken naar behoren te kunnen geven. Dus ook L.O.” 

turnleerkracht

Laat ons even -bij wijze van test- twee schoolvoorbeelden uit de morfologische databank van de onderwijzerstypes plukken. Meester Frank: een goedlachse, rondbuikige, pijprokende vijftiger, gekleed in debardeur en fluwelen broek en juf Peggy: een gecoiffeerde dame in mantelpak en op hoge hakken.

Na de lessen godsdienst, taal en hoofdrekenen loodsen zij hun leerlingen naar de turnzaal om er gedurende 50 minuten de flikflak in te oefenen. Van hun opleiding in de Normaalschool hebben zij ongetwijfeld de stelregel: “Toon wat je zegt en zeg wat je toon!” onthouden. Bijgevolg zullen Meester Frank en Juf Peggy –dit pedagogisch grondbeginsel indachtig- hun uitleg over de perfecte uitvoering van de flikflak met een sierlijke demonstratie bekrachtigen. Uiteraard geraken de kinderen zodanig begeesterd dat ze ’s avonds geen oog meer hebben voor de computer en de tv, maar zich in de tuin onledig houden met bijkomende lichaamsoefeningen. Meteen is de beweegarmoede  van de jongeren –door de Wereldgezondheidsorganisatie als de grootste maatschappelijke bedreiging bestempeld- opgelost!

 

Tegenwoordig hebben we vooral behoefte aan LO-vakleraren die in staat zijn de leerlingen te enthousiasmeren en de liefde voor sportbeoefening over te dragen

Neen, mevrouw de minister, met alle respect voor Meester Frank en Juf Peggy, maar om te vermijden dat onze jeugd tot papzakken verworden, hebben we in eerste instantie gespecialiseerde LO-leerkrachten nodig. Meer bepaald LO-leerkrachten ‘nieuwe stijl’: zij die de turnlessen een kwaliteitsinjectie kunnen geven en enig benul hebben hoe een kind op de juiste manier moet bewegen. Tegenwoordig hebben we vooral behoefte aan LO-vakleraren die in staat zijn de leerlingen te enthousiasmeren en de liefde voor sportbeoefening over te dragen. We hebben nood aan deskundigen die de kinderen zover krijgen dat ze bewust gezonder eten, die persoonlijk sportadvies geven en die meedenken over de herinrichting van de speelplaats, zodat de leerlingen tijdens de vrije moment spontaan hun spieren strekken. Bovendien zou het handig zijn dat deze vakleerkrachten aan Meester Frank en Juf Peggy tips geven om de reken- of de taalles te combineren met lichaamsbeweging. Hierdoor kan het aantal uren dat een doorsnee Vlaams kind op zijn krent zit –meer dan 9 uur per dag, hebben Gentse wetenschappers berekend- enigszins worden teruggeschroefd.

Zouden Meester Frank en Juf Peggy al hebben gehoord van het nieuwe Vlaamse Sportkompas? Dit is een ingenieus programma dat de sportieve talenten van kinderen voorspelt. Na enkele testjes wordt exact gedetecteerd voor welke sport een kind in de wieg is gelegd. Een niet onbelangrijk weetje. Door deze kennis kan het kind immers naar de passende sporttak worden geloodst. Op die manier -beweren de wetenschappers- wordt de algemene drop-out een halt toegeroepen. “Als een kind een sport beoefent waarin het goed is, beleeft het meer plezier aan die sport en zal het bijgevolg dus minder geneigd zijn er de brui aan te geven”, luidt hun niet-onlogische conclusie.

Bedoeling is om het Sportkompas te integreren in de turnles. Minister van Sport Philippe Muyters ziet er alvast potentieel in en wil het Sportkompas aanwenden in de strijd tegen de beweegarmoede. Hij weet waarom. De conclusies van het participatieonderzoek dat in zijn opdracht is uitgevoerd, ogen namelijk weinig rooskleurig. Steeds minder Vlaamse jongeren zijn lid van een sportclub. Steeds meer Vlaamse jongeren hebben met overgewicht te kampen, omdat ze te weinig bewegen.

De sportwereld kan deze maatschappelijke tendens niet alleen ombuigen. De steun van het onderwijs is broodnodig. Om Meester Frank en Juf Peggy hiermee extra te belasten, lijkt ons geen goed idee. Zij hebben al werk genoeg om de opdrachten waarvoor ze wél hebben gestudeerd uit te voeren. Er staan trouwens voldoende gediplomeerde experts in gepaste sportoutfit te trappelen om de globale fysieke degeneratie tijdens de turnles te mogen aanpakken!

 

 

 

 

 

 

 

Sporta-magazine is een uitgave van Sporta-federatie, die deel uitmaakt van de Sporta-groep.