Velo

woensdag 04/11

Daar is de velo weer. Niet dat er een tekort was aan velo’s in stad en natuur, wel integendeel. Ze rijden ons stilaan voor de voeten en van de sokken. Geparkeerd en gestapeld staan ze op alle mogelijke en onmogelijke plaatsen, bij voorkeur vastgeklonken aan alles wat in dit land op een paal lijkt. En dat is heel wat. Zeldzaam worden ze, de garages in Vlaanderen waar geen velo aan de muur hangt, wachtend op het nieuwe seizoen en op de berijder in het veelkleurige pakje.

En neen, er is niks aan de hand met de soorten velo’s in het landschap, van de gammele ongesmeerde, door god en iedereen verlaten tweewieler in roestkleur tot het fonkelbroze lichte hellingding vol technovernuft. Ook de kwaliteit van de velo mag er zijn. Velomakers en velomerken bekampen elkaar om het snelste en het best gesmeerde deeltje, tot in het kleinste rollende velo-onderdeel.

Het gaat om het woord velo. Wat was er toch mis met velo? Niemand gebruikte het nog. Geen berijder, geen maker geen verkoper. Geen magazine of brochure repte nog over de velo. Op de koop toe reed de velo jarenlang gebukt onder de waardeloze en oubolllige bijklank van het slepende en krakende vehikel waarmee grootvaders naar fabrieken reden of van het haperende tuig waaraan studenten steeds de schuld geven wanneer ze weer eens te laat een collegezaal binnenschuiven en dat bovendien zelden hun eigendom is. 

koersfiets Briek Schotte
Velo, twee lettergrepen, twee klinkers en twee medeklinkers. Vier letters die twee eeuwen ontwikkeling van een der meest boeiende uitvindingen van de mensheid herbergen

Velo, twee lettergrepen, twee klinkers en twee medeklinkers. Vier letters die twee eeuwen ontwikkeling van een der meest boeiende uitvindingen van de mensheid herbergen. Recht uit het Latijn voor snelheid. Hoe volmaakt kan een woord zijn? Tot een onverlaat kwam aanzetten met ‘fiets’. Taalkundigen breken zich tot vandaag het hoofd over de oorsprong van het woord fiets. Een vervorming van ‘vice-peerd’, een soort vervangpaard?  ‘Viets viets’, het geluid van velouren broekspijpen die over elkaar wrijven bij het fietsen? Een velouren broek op een fiets. Wat moet een mens daar vandaag mee? 

Kortom, niet velo maar fiets is het oubollige woord. Uit de mode en nietszeggend. Vreemd genoeg werd fiets toch de gangbare term en fietsen bovendien een razend populair werkwoord. De velomaker werd een fietsherstelplaats of, erger nog, een bike point. Dichter bij hamburgers kom je niet. Nu valt bike best te bekken. Ook twee wielen en vier letters, helemaal van de wereld en het twittert snel weg: ’Biken zondag 10 clock pub’. Chill en cool, dat wel. Maar toch blijft bike meer naar een ruige motor met zwartlederen vest en stoere rugdecoratie genre Hells Angel ruiken dan naar een velo.

Daarom lanceren we een vurig pleidooi voor de herwaardering van  het woord ‘velo’. Uniek, mooi, klaar, simpel, juist en afgespoten schoon. Ik richt de velo-oproep tot allen die zich graag op twee wielen voortbewegen, tot hen die de wonderlijke toestellen maken, verkopen en onderhouden, tot de organisatoren en verslaggevers van velokoersen, tot de ontwerpers van de velo van de toekomst. Laten we het wondermooie woord velo in zijn volle glorie herstellen. 

De elektrische fiets? Hij blijft klinken als een onhandig en wat nutteloos huishoudtoestel. Soms een beetje levensgevaarlijk zoals elektrisch mes of elektrische stoel

Neem het woord velo weer in de mond en maak het weer algemeen gangbaar. Niet overtuigd? Zeg tien keer fiets in de spiegel en dan tien keer velo. Buiten adem op de helling? Herhaal ritmisch en langzaam ‘velo’ bij het uitademen. Lukt niet met fiets. Snelle jongens en meisjes van de reclame: breng de velo weer aan de man en aan de vrouw, in al zijn hippe combinaties van stads-, tot toer-, koers- en bergvelo. Hee kleine meid op je kindervelo. De elektrische fiets? Hij blijft klinken als een onhandig en wat nutteloos huishoudtoestel. Soms een beetje levensgevaarlijk zoals elektrisch mes of elektrische stoel. Een e-velo toch. Een aerodynamisch model op batterijen? Een stroomvelo. Blijft vloeien, ook in dialect: ‘ne stroomvelloo’. De tandem? Een tweevelo. Geen lelijker onding dan een hometrainer. Een huisvelo kan wel in de leefkamer. 

De fiets is passé. Daar is de velo terug. Gisteren hoorde ik drie wielertoeristen in hun herberg vol passie toogfilosoferen over hun nieuwe klimtoestel. Ze hadden het over hun velo’s. Veloventouristen. Mannen naar m’n hart. Maar weldra wordt enkele straten verderop  een nieuwe zaak geopend: de FietsFixer. Daar gaat m’n velodroom.      

Sporta-magazine is een uitgave van Sporta-federatie, die deel uitmaakt van de Sporta-groep.