'Vuile zwarte'

Over racisme in het Belgische voetbal

dinsdag 11/10
'Oe-oe-oe!' (Een Ierse pub in Padua)

 

13 juni 2016. Tweede dag van de vakantie die mijn echtgenote en ik hebben gepland, en die ons voor het zoveelste jaar op rij naar Italië voert. Na een tussenstop aan de Duits-Zwitserse grens rijd ik iets sneller dan gebruikelijk naar ons tijdelijke verblijf in de buurt van Padua. Daar is een goede reden voor: vliegensvlug uitpakken en dan, hop, naar de stad op zoek naar een groot scherm om Italië-België te kunnen bekijken, de eerste wedstrijd van de Rode Duivels op Euro 2016. Tégen Italië en we zitten ín Italië, klinkt alvast bijzonder. Op de televisieloze logeerplaats waar we inchecken hebben ze snel opgezocht waar er voetbal kan gekeken worden in Padua. Vreemd genoeg zitten daar geen grote schermen op pleinen bij, wel een aantal cafés. Ik pik er een Ierse pub uit. Om 20 over 8 vertrekken we richting St. John's aan de Via Cristoforo Moro 2. Drie kwartier rijden geeft de gps aan. Over een afstand van minder dan vijftien kilometer? Ik sta op ontploffen, maar gelukkig verandert de tijdsvoorspelling al na de tweede bocht: twaalf minuten. Vreemde snuiters, die gps'en! Slecht voor de bloeddruk, vaak ook ongeschikt om de weg te vinden.

Weinig verkeer op straat, valt ons op. Het is nochtans de eerste droge avond in een week in Italië. Ik had toeterende tifosi verwacht, maar we arriveren in een slaperig stadje dat zich pas de volgende dagen - wanneer de supporter tot bedaren is gekomen - zal presenteren als bijzonder aimabel en met een kunsthistorische weelde. We rijden pardoes voorbij de pub, parkeren halfweg de Via Cristoforo Moro en gaan dan in steenkolenitaliaans hulp vragen aan een voorbijwandelende signora. Een vriendelijke dame, die even naar huis belt, raad vraagt, en ons dan mee naar de vorige hoek voert, waar het zou moeten zijn. En inderdaad, St. John's pub, kwart voor negen. Over een kwartier wordt er afgetrapt, het terras zit halfvol en binnen is er nog voldoende plek, stellen we vreugdevol vast, tot we de 'Riservato' lezen op de tafeltjes. Dan maar met z'n tweeën aan de toog gaan zitten, waar mijn oog valt op de tapkast. Guinness, of course, maar ook Leffe en Hoegaarden. Buiten de tapkranen doet niets vermoeden dat je hier in een pub zit. Niets Brits of Iers aan deze inrichting. Niets Italiaans ook, trouwens. Verschillende stijlen door elkaar, met een stijlloos resultaat.

Stijlloos is ook de vertoning van de Rode Duivels. Ze worden tactisch overklast. Tijdens de rust staat het nul-één voor de Azzurri. De barman ziet mijn gedeprimeerde blik als ik mijn tweede Leffe van de avond bestel. 'Belga?', vraagt hij zich luidop af. Ik knik. Samenzweerderig houdt hij zijn rechterwijsvinger voor de lippen: hij zal het niet verklappen aan het andere clientèle in de volle zaak. De Belgen blijven in de tweede helft knoeien, ik tweet een handvol vlijmscherpe opmerkingen over Wilmots en de zijnen (maar toch vooral over Wilmots).

De barman ziet mijn gedeprimeerde blik als ik mijn tweede Leffe van de avond bestel. 'Belga?', vraagt hij zich luidop af. Ik knik. Samenzweerderig houdt hij zijn rechterwijsvinger voor de lippen

Half elf, 73ste minuut van de wedstrijd. Wilmots doet wat hij meestal doet als het niet draait. Hij vervangt een speler door iemand die op dezelfde positie plaatsneemt. In dit geval een spits door een spits. De teleurstellende Romelu Lukaku gaat eraf, Divock Origi komt erin. Als de Franse regie Lukaku close in beeld brengt, hoor ik achter mij een vol terras 'Oe-oe-oe!' roepen. Een eenstemmig koor van wel honderd man. Ik draai me niet om, maar ik weet dat ze dáár zitten: de racisten. En natuurlijk sta je dan niet op en ga je in je eentje een hele bende te lijf, maar o wat voel ik me rot. Origi verschijnt op de tv-schermen. Zelfde ritueel. Oe-oe-oe! Het is Pavloviaans. Een stel kwijlende honden dat oerwoudgeluiden slaakt als ze een zwarte in beeld krijgen. Een zwarte van de andere ploeg, uiteraard, want onze zwarte, goede zwarte, hun zwarte, domme neger. Primitief, wansmakelijk, mijn maag krimpt ervan samen. Ik heb zin om op te stappen, maar blijf zitten. Noem het gerust laf. Of overdreven voorzichtig. En, ja, ik ben opportunistisch genoeg om de wedstrijd te blijven volgen, al interesseert die me nu een pak minder.

Als de regie Lukaku close in beeld brengt, hoor ik achter mij een vol terras 'Oe-oe-oe!' roepen. Een eenstemmig koor van wel honderd man. Ik draai me niet om, maar ik weet dat ze dáár zitten: de racisten

In de toegevoegde tijd maakt Graziano Pellè er nul-twee van, de afgang is compleet. Maar nog meer dan Wilmots en elf Rode Duivels op die grasmat in Lyon, gaat voor mij een stel inwoners van Padua af. En ik ben er zeker van dat de 'Oe-oe-oe!' op datzelfde ogenblik ook te horen zal geweest zijn op terrassen en pleinen in Milaan, Turijn, Bologna, Firenze, Genua, Rome, Napels, Como, San Remo, Perugia, Bari en Lecce. Grote en kleine steden, verenigd in hun liefde voor het vaderland, hun haat tegenover de tegenstanders en, ja, hun racisme. Voor sommigen is dat tijdelijk - ze laten zich opjutten en doen gewoon mee met de rest. Voor anderen is dat vanuit overtuiging. Dit is niet voor niets het land van Mussolini, Berlusconi en de Lega Nord.

***

De kiem voor dit boek was al veel eerder aanwezig, toen Paul Beloy en ik samenwerkten bij Beerschot AC: hij als community manager, ik als persverantwoordelijke. De interesse van de uitgever dateerde al van vele maanden voor Euro 2016. Het contract was zelfs al ondertekend voor ik met vakantie vertrok. Maar daar en dan, op die dertiende juni in Padua, voelde ik meer dan ooit de nood om dit boek mee tot stand te helpen komen. Racisme is van alle tijden, ook in het voetbal.

***

We beseffen dat de discussie over racisme soms neigt tot muggenziften, veelvuldig en langdurig nadenken over op het eerste gezicht pietluttige details. Ach, liever dat, dan voetstoots aannemen dat alles kan. Dat een 'Oe-oe-oe!' meer of minder niet zo erg is. Lukaku en Origi zijn grote jongens en bovendien konden ze in het verre Lyon de Italiaanse oerkreten niet horen. Klopt. Maar ze horen die wel als dat gebeurt in het stadion waar ze spelen. En ze hoorden dat wel toen ze nog bij de jeugd voetbalden, zoals tientallen spelertjes dat elk weekend meemaken.

Met een - toegegeven - ietwat ongelukkige vergelijking zou je kunnen stellen dat het met racisme is zoals met verkrachtingen. Amper tien op de honderd aanrandingen en verkrachtingen worden aangegeven. Omdat het slachtoffer zich schaamt. Omdat het slachtoffer vreest voor represailles van de daders, als ze hen 'verraadt'. Omdat het slachtoffer niet gelooft dat de politie veel werk zal steken in het opsporen van de dader(s). Dat de kranten op maandag niet vol staan van kleine en grote verhalen over racisme op onze velden komt omdat we het te gewoon zijn geworden, het nog altijd als minder belangrijk wordt geacht dan de strikte sportieve actualiteit en slachtoffers te weinig naar buiten treden. We moeten het probleem niet opblazen, maar oplossen, en in de eerste plaats moeten we het durven te signaleren.

***

De strijd tegen het racisme moet gevoerd worden door sportbonden, -clubs, spelers en supportersfederaties. In het voetbal zouden meer wedstrijden moeten worden stilgelegd of stopgezet als een stel idioten plat racisme verkiest boven positief aanmoedigen, kreten waarmee je een individu zwaar beledigt en nodeloos kwetst. Het is een strijd die in alle openheid en krachtdadig moet worden gevoerd. Want, om de titel van een kritisch boekje uit 1984 te citeren: Racisten hebben ongelijk. Altijd en overal.

 

'Vuile zwarte. Racisme in het Belgische voetbal', Paul Beloy en Frank Van Laeken, 232 blz., uitgeverij Houtekiet, 19,99 euro.

Sporta-magazine is een uitgave van Sporta-federatie, die deel uitmaakt van de Sporta-groep.