Waar blijft de onderzoeksjournalistiek in de sport?

maandag 28/11

Laatst was ik aanwezig op de jaarlijkse tweedaagse conferentie van de Vlaams-Nederlandse Vereniging van Onderzoeksjournalisten, VVOJ. Hoewel Leuven gaststad speelde, kwam tachtig procent van de deelnemers uit Nederland. Schrijnend, maar ook typisch. Onderzoeksjournalistiek bestaat hier nauwelijks. Op een rondetafelgesprek over de toestand in Vlaanderen - om u tijd te besparen: die is dramatisch! - werd dat verschil pas pijnlijk duidelijk. Een vertegenwoordiger van een Nederlandse regionale krant zei er dat hij deel uitmaakte van een onderzoekscel bestaande uit vijf journalisten. 5! Er viel een stilte. Vijf, dat is ongeveer het totale aantal onderzoeksjournalisten in Vlaanderen. Ik overdrijf een beetje, maar niet veel.

Jaren wordt er al geklaagd over tegen- en terugvallende verkoopcijfers van kranten en weekbladen, maar toch blijven hoofdredacteuren en uitgevers rond de hete brij draaien. En ze blijven de enige juiste beslissing uitstellen. Of ze zien het gewoon niet. Lezers willen diepgang, het nieuws lezen ze wel op nieuwssites doorheen de dag. Lezers willen achtergrond, wat aan de oppervlakte drijft weten ze al. Lezers willen, kortom, onderzoeksjournalistiek. Dat vergt tijd, geduld, heel veel soms nutteloze energie, maar het is het enige wat kranten en weekbladen nog kan onderscheiden van alle hapsnapmedia, die niet geïnteresseerd zijn in duiding, alleen in snelheid.

Lezers willen diepgang, het nieuws lezen ze wel op nieuwssites doorheen de dag!

Het doet wat denken aan de stompzinnige reactie van voetbalbestuurders na het Bosmanarrest van 15 december 1995, straks 21 jaar geleden. Eerst probeerden ze het te ontkennen, daarna vervielen ze in jammerklachten, om dan boos te worden en te fulmineren dat ze dan maar zouden stoppen met investeren in de eigen jeugd. Dommer kon haast niet, want het opleiden en later verkopen van jeugdspelers bleek in de jaren nadien de enige manier om de financiën op orde te krijgen. Wie aan het hoofd staat van een dag- of weekblad is blijkbaar niet intelligenter dan de voorzitter van een voetbalclub: er wordt alleen op korte termijn gedacht.

Wie aan het hoofd staat van een dag- of weekblad is blijkbaar niet intelligenter dan de voorzitter van een voetbalclub: er wordt alleen op korte termijn gedacht

In de sportwereld is onderzoeksjournalistiek helemaal afwezig. Hoe kan het ook anders, onze kwaliteitskranten hebben niet eens een eigen redactie. De Standaard neemt sportstukken over van Het Nieuwsblad, De Morgen shopt bij Het Laatste Nieuws en De Tijd doet niet aan sport. Als er al eens een kritisch sportstuk verschijnt, komt dat van de hand van een journalist van de algemene redactie of van een freelancer. Meestal verschijnt het ook niet eens op de sportpagina's. Kwestie dat de vaste sportjongens de dag nadien nog welkom zijn in de tribune of op het galadiner.

Sportjournalisten beperken zich tot verslaggeving, de obligate en nietszeggende babbel na de wedstrijd, en uitgebreidere interviews op het ogenblik dat het uitkomt voor de sporters en bestuurders. Ze fungeren als doorgeefluik, heel af en toe permitteren ze zich een kritische noot. Achter het nieuws zoeken, ho maar... Met permissie, maar ik noem dat 'hoernalistiek', het ten dienste staan van sportclubs, er is nauwelijks een wanklank te horen.

Wijlen Piet Theys, een van de oervaders van de mondige en kritische sportjournalistiek, voorganger van Jan Wauters op de radio, zei ooit in een cynische beu: "Verenig u met het succes van de succesvollen op het ogenblik dat ze succes hebben en een deel van dat succes zal op u afstralen." Zo is het maar net. Heel wat reporters staan maar wat graag naast de matchwinnaar of de sporter met de ruiker, zeker in de huidige selfiecultuur. Uiteraard moeten die quotejagers er ook zijn, alleen is de spijtige vaststelling dat de meesten zich tot die journalistieke bijrol beperken.

Sportjournalisten beperken zich tot verslaggeving, de obligate en nietszeggende babbel na de wedstrijd, en uitgebreidere interviews op het ogenblik dat het uitkomt voor de sporters en bestuurders. Met permissie: dat is 'hoernalistiek'!

Slimme uitgevers zouden een zakelijk model kunnen vinden in journalistiek die achter de feiten graaft. Slimme redacties zouden kunnen investeren in gespecialiseerde cellen die zich ver van de waan van de dag kunnen bezig houden met opzoekwerk. Slimme lezers zouden al snel weten waar ze moeten zijn om achter het nieuws te kunnen kijken. Maar zijn er nog slimmeriken in en om onze journalistiek? En, zo ja, kunnen we er een paar overhevelen naar de sportsecties?

Sporta-magazine is een uitgave van Sporta-federatie, die deel uitmaakt van de Sporta-groep.