Wat is het volgende? Klimtijdritten voor kleuters?

Gaan jonge sporters te hard voor hun hart?

woensdag 17/10

Vijftien jonge Belgische wielrenners de laatste twintig jaar: dood op de fiets, op de sofa of in bed. Toeval? Want ook niet-sporters kunnen een harsttilstand krijgen. Toch vermoeden de medische voelsprieten dat er iets meer aan de hand is. En dat we geen genoegen mogen nemen met verzuchtingen als ‘dit gebeurt gewoon, niks aan te doen’.

De naakte cijfers uit de wetenschappelijke literatuur hebben het over jaarlijks vier tot vijf sportgerelateerde overlijdens per 100.000 sporters onder de leeftijd van 35 jaar. In België zou het om 30 tot 40 jonge mensenlevens per jaar gaan. Exact weten we het niet, want niet alle gevallen halen de pers of de statistieken. Hoe dan ook maken we ons sterk dat we het dodental met extra hartonderzoek zouden kunnen terugdringen tot één geval per 100.000 sporters. Met een simpel hartfilmpje (rust-ecg) bij sporters vanaf veertien jaar zijn we alvast in staat om 80 procent van de verborgen hartaandoeningen aan het licht te brengen. Maar toch volstaat dat niet. Onder de competitierenners, die wél al jaarlijks aan een hartonderzoek onderworpen worden, zijn er immers nog steeds enkele slachtoffers die door de mazen van het screeningsnet glippen. Wat zien we over het hoofd?

Niet alleen in het wielrennen

Wielrennen is lang niet de enige sport die wordt getroffen door het fenomeen hartstilstand. De meeste slachtoffers vallen in de zogenaamde start-stopsporten, zoals basketbal en voetbal, waarin talrijke explosieve inspanningen worden afgewisseld met korte rustperiodes. Moeten we dan bang zijn voor sport in het algemeen? Toch niet. Sport is en blijft gezond. Het klopt dat mensen die nooit sporten ook niet dood kunnen vallen tijdens het sporten, maar het risico dat ze op een ander moment doodvallen, is voor hen veel groter dan voor mensen die wél genoeg lichaamsbeweging hebben. Dat alles neemt niet weg dat sport, en intensieve sport in het bijzonder, op zich ook een (licht) verhoogd risico op een hartstilstand meebrengt.

Het klopt dat mensen die nooit sporten ook niet dood kunnen vallen tijdens het sporten, maar het risico dat ze op een ander moment doodvallen, is voor hen veel groter!

Hoe ontstaat zo’n hartstilstand?

We moeten realistisch zijn: álle gevallen van hartstilstand bij jonge sporters voorkomen, zal ons nooit lukken. Desondanks mogen we ook wat ambitieuzer zijn, want ‘we’ – de hele gemeenschap van artsen, sportartsen, overheid, sportorganisatoren… – kunnen veel meer doen dan wat er op dit moment gebeurt.

Om te beginnen moet er dringend werk worden gemaakt van een meldpunt waar alle gevallen van een sportgerelateerde hartstilstand worden geregistreerd en wetenschappelijk onderzocht. We weten immers nog te weinig van de mechanismen die tot een hartstilstand bij jonge sporters leiden. Vaak hadden de slachtoffers al een verborgen hartstoornis, maar mogelijk spelen ook virale infecties en andere ontstekingsprocessen in de hartspier een rol. Voeg daarbij de herhaalde, extreme belasting die optreedt tijdens trainingen en wedstrijden, soms al vanaf de tienerleeftijd. Wat doen zulke inspanningen in de loop der jaren met het hart van een jonge sporter? En wat is de invloed van voedingssupplementen, pijnstillers en andere geneesmiddelen?

Hoogstwaarschijnlijk is er niet één boosdoener, maar gaat het om een complex geheel van risicofactoren dat op een gegeven moment een fataal domino-effect veroorzaakt, waardoor het hart er de brui aan geeft.

 

Het Sportcardiale Actieplan

Dat omstanders in zo’n geval vaak niet weten dat ze onmiddellijk hartmassage moeten toedienen en dat er in ons land nog altijd veel te weinig publiek beschikbare hartstarters (AED’s) hangen, zijn andere werkpunten die we stante pede moeten aanpakken.

Intussen moeten we veel meer dan nu het geval is blijven inzetten op sportmedische onderzoeken. We vragen dan ook met aandrang dat sporters en sportouders van kinderen die door hun federatie niet worden verplicht op medisch onderzoek te gaan, vijf minuten de tijd nemen om de vragenlijst op sportkeuring.be in te vullen. Op die manier weten ze snel of een medisch onderzoek in hun geval zinvol of raadzaam is.

SKA, de vereniging van Sport- en Keuringsartsen, heeft een SportCardiaal Actieplan. Daarin worden alle maatregelen gebundeld die we als samenleving zouden moeten nemen om het verontrustende en ontwrichtende fenomeen van hartstilstand in de sport beter aan te pakken. SKA kan dit plan niet alleen realiseren en moet dus rekenen op enige moed en doortastendheid in de wereld van sportorganisatoren en de politiek.

Een sportarts kan dit plan niet alleen realiseren en moet dus rekenen op enige moed en doortastendheid in de wereld van sportorganisatoren en de politiek

Robotfoto van de risicorenner

Terug naar het wielrennen, de sport die ik het beste ken en me -no pun intended- het nauwst aan het hart ligt. Zoals gezegd, worden onze competitierenners jaarlijks getest, maar volstaat deze maatregel kennelijk niet. Als we naar de slachtoffers kijken, in België en elders in de wereld, lijkt zich een patroon af tekenen: meestal gaat het om mannelijke renners tussen 20 en 25 jaar (die dus al vijf tot tien jaar hard hebben getraind), die veelal de rol van knecht of waterdrager vervullen. Het betreft dus coureurs die de gaten moeten dichtknallen en de kopman uit de wind zetten op het moment dat de finale nog niet live op tv was. Natuurlijk zijn het vooral jonge twintigers die topsport beoefenen en het klopt ook dat je in die categorie meer mannen hebt dan vrouwen, maar dan nog lijkt hartstilstand statistisch oververtegenwoordigd in de niche van jongvolwassen, mannelijke subtoppers. Zijn zij het ook die als jeugdrenners voortdurend in het donkerrood moesten gaan om de supertalenten bij te benen? Die altijd dat tikkeltje extra trainden? Die op hun tandvlees zitten? Te weinig rust namen?

 

Rennertjes van veertien die overlopen van ambitie

Ik zie ze geregeld in mijn praktijk, rennertjes van dertien, veertien jaar die overlopen van ambitie en die op hun jonge leeftijd al ‘leven en trainen als een prof’. Misschien zijn zij niet eens de gevaarlijkste risicogroep, want zij komen ten minste nog op consultatie, zodat we ze weer met de voetjes op de grond kunnen brengen.

Is het wel verstandig dat we zulke opgroeiende lichaampjes, die nog in volle ontwikkeling zijn, blootstellen aan het harde labeur van het wegwielrennen? Zouden we er niet beter aan doen jonge fietsfanaten zo lang mogelijk off-road te houden? In sporten als BMX, mountainbike en cyclocross krijgen ze een completere training, die veel meer dan het wegwielrennen inzet op rompstabiliteit en techniek, en is het risico op verkeersongevallen nihil. Bovendien hebben de onvermijdelijke valpartijen in die disciplines minder ernstige gevolgen. Vraag het maar aan Sagan, Evans, Alaphilippe of, dichterbij, aan Wout en Mathieu! Zij maakten pas gebruik van hun ‘grote motor’ of het loodzware verzet op het moment dat hun lichaam (en geest) volgroeid waren.

Zouden we er niet beter aan doen jonge fietsfanaten zo lang mogelijk off-road te houden?

Tieners zijn geen profs

Sportende tieners, hoe hard ze het ook menen, zíjn geen profs. Toch zou je dat gaan denken als je kijkt naar het hi-tech materiaal waarmee ze koersen, de wattages die ze hanteren, de personal trainers die ze onder de arm nemen, de supplementen die ze slikken of de rigide diëten (‘nooit meer frietjes’!) die ze volgen. Too much too soon. De kadaverdiscipline die ze zich opleggen, al dan niet onder druk van hun omgeving, is nergens voor nodig en stelt ze bloot aan extra risico’s op overtraining, ongevallen en negatieve stress. En zolang we niet exact weten wat extreme inspanningen doen met een jong hart, moeten we alleen al uit voorzorg meer terughoudendheid aan de dag leggen en erover waken dat we jonge wielrenners zo weinig mogelijk in het rood jagen. Good things come to those who wait. Alles op zijn tijd, dus!  

De Belgische wielerbond heeft dit goed begrepen en zet al een tijdje de rem op deze nefaste trend. Hij ijvert voor minder en kortere wedstrijden, en voor aangepaste versnellingen en velgen. In het parallelle circuit, daarentegen, wordt dit advies in de wind geslagen. Daar blijft men duchtig uitpakken met meerdaagse ritten voor 11-jarigen, met wereldkampioenschappen voor wielerpeuters... Wat is het volgende ingenieus idee? Klimtijdritten voor loopfietsjes?

De 19-jarige Deen Mikkel Bjerg werd wereldkampioen tijdrijden (U23) in Innsbruck. Amper een week later viel hij het werelduurrecord aan en haalde bijna 54 km/u. Zijn 20-jarige Franse collega Tanguy Turgis liet kort daarna weten dat hij moet stoppen met wielrennen vanwege hartproblemen. België was een van de weinige landen die het WK van de junioren live uitzond, zodat we allemaal konden zien hoe tieners van de ene dag op de andere prof werden. Tijd om te bezinnen.

Sporta-magazine is een uitgave van Sporta-federatie, die deel uitmaakt van de Sporta-groep.