Wat ik gemeen heb met Nafissatou Thiam...

donderdag 18/08

Er is geen mens op de planeet die beter de pijn begrijpt en de inspanningen die de Waalse atlete zich moest getroosten om haar doel te bereiken dan ondergetekende. U leest het goed. Ik, de volledig uit vetweefsel en verval opgetrokken scribent van dienst. Ik kan dat plaatsen, ik weet wat ze heeft meegemaakt. Zij en ik, wij hebben de olympische gedachte altijd in het achterhoofd. Iets over meedoen, winnen en citius, altius, fortius en zo.

Op het moment dat Nafi (ik mag haar tutoyeren, vind ik, alleen al op basis van onze gemeenschappelijke prestaties) de basis legde voor haar olympisch podium was ik namelijk samen met een kleine 13000 anderen bezig aan mijn persoonlijke helletocht. Stappen door de hel van Bornem en omstreken. 100 km leegte, pijn en existentiële vragen. De dodentocht. Of zoals de Duitsers dat veel poëtischer zeggen ‘Die Totenkopfmars! Und schnell!’  En ik heb hem uitgelopen. Tot op de laatste meter. Om nadien ook meteen te bedanken voor andere soortgelijke competities (tenzij ze nu toch meegedaan zou hebben aan het hoogspringen). Voor mij ook nooit meer!

De dodentocht. Of zoals de Duitsers dat veel poëtischer zeggen ‘Die Totenkopfmars! Und schnell!’ En ik heb hem uitgelopen. Tot op de laatste meter.

Het begint al bij de voorbereiding. Ons Nafi ( ja, ondanks het feit dat ze Waalse is, is ze nu godzijdank toch ook een beetje van Vlaanderen ook) is ondanks haar 21 lentes al een hele tijd bezig. Toewerken naar een wereldprestatie. Ik ook. Zij traint. Ik stap met mijn hond – op regelmatige basis - en informeer me. Over hoe ik blaren kan vermijden, hoe ik schurende en ongemakkelijke wonden tussen de benen moet voorkomen. Mocht u dat interesseren, het recept is relatief simpel: drie paar verse kousen, voeten insmeren met Daktarin en liesstreek met Inotiol, die dikke ‘kinnekeszalf’. Geen centje pijn heb je nog. Zo kun je je concentreren op de essentie.

Tussendoor probeerde ik de halve afstand. Nooit verder geraakt overigens. Palm in Steenhuffel, het was mijn zwart beest. Twee keer al heb ik daar, om 7u ’s ochtends, de brui en de pijp aan Maarten gegeven. Maar niet zo, deze glorieuze olympische zomer. Dapper doorbrak ik de pijngrens (een beetje zoals haar elleboog bij het speerwerpen). Verbeten stapelde ik persoonlijk record op persoonlijk record. Nooit meer stappen in een dag gezet, nooit meer water gedronken, nooit meer gevloekt.

Bij herhaling zijn wij samen diep gegaan, Nafi en ik. Niet alleen de pijngrens, maar ook nog eens de psychologische limieten van wat een mens kan. Sterven op de 800 meter, of sterven vanaf kilometer 80, er is niet echt een verschil tussen topatleten. Toch?

Het enige verschil? Na de aankomst heb ik een Duveltje binnengegoten. Dat kon zij dan weer niet. Maar verder? Zij en ik zijn voor eeuwig verbonden door onze prestaties.

Sporta-magazine is een uitgave van Sporta-federatie, die deel uitmaakt van de Sporta-groep.