"We zijn allemáál Belgen, vergeet dat niet!"

Waarom zitten er zo weinig mensen met een andere huidskleur op onze voetbaltribunes?

dinsdag 04/09

"De toekomst wordt multiculti"

Wat voorafging. Een maand of elf geleden had ik het in mijn maandelijkse column 'De Derde Helft' onder de kop 'Het ziet wit van het volk op de tribunes' over het gebrek aan diversiteit in onze voetbalstadions. Niet óp het veld, want daar lopen heel wat andersgekleurde medemensen rond. Vaak zijn dat met valse beloften geronselde spelers van andere continenten, maar dat is weer een andere kwestie die nadere studie verdient. Er lopen overigens veel te veel buitenlanders rond in het Belgisch voetbal en dat schrijf ik niet uit xenofobe of racistische overwegingen, maar omdat die doorgaans niet zo supergetalenteerde importspelers de weg versperren voor de eigen jeugd. 'Eigen', zoals in: jongens met verschillende achtergronden en verschillende huidskleuren, die hier zijn opgegroeid en die ook een voetbaldroom koesteren.

"Als je zoals ik veertiendaags een wedstrijd van je favoriete voetbalclub bijwoont en je neemt de moeite om even rond je te kijken, dan vallen er twee dingen op", schreef ik toen. "Eén, voetbal is nog altijd hoofdzakelijk een mannenzaak: ik schat dat de verhouding 80-20 moet zijn. In andere sporten zal dat wellicht iets beter meevallen, het heeft vaak ook met comfort en veiligheidsgevoel te maken. Twéé, het is een blank gebeuren. Heel uitzonderlijk ontwaar je iemand van Maghrebijnse origine, nog véél uitzonderlijker merk je een collega-supporter met een donkere huidskleur op. Ze vallen des te meer op, omdat ze met zo weinig zijn. Je ziet ze op straat, in het huizenblok dat het stadion omzoomt. Je ziet ze in de hele wijk, in de drukke winkelstraat, in de kleurvolle restaurants, in de theehuizen, je loopt ze op straat voorbij - jij draagt een sjaal van jouw club, zij vaak één van hún club, die ver weg in een andere competitie speelt -, maar je ziet ze niet in de typische supporterscafés en al zeker niet naast je of voor je op de tribune."

En ik stelde me vragen, over het waarom en het hoe. "Vrezen ze voor racisme? Is dat mogelijk zelfs een reële vrees, dat ze zich niet welkom zullen voelen in die blanke massa? Of is het onwil om helemaal te integreren? Verkiezen ze via de schotelantenne te kijken naar de wedstrijden van Raja Casablanca, FAR Rabat, Fenerbahçe en Galatasaray boven de live-beleving in de buurt? Willen wij hen niet of willen zij ons niet? Dat is de vraag. En hoe lossen we het op, dat is een belangrijke tweede."

Drie wijzen

Ik beloofde het uit te zoeken. En ik zocht daar uiteindelijk drie wijze mensen voor op. Paul Beloy (61), van Congolese origine, kwam al op vijfjarige leeftijd naar ons land, werd in Mechelen opgevoed door twee blanke vrouwen en speelde profvoetbal bij onder meer KV Mechelen, Beerschot en Lierse. Later werd hij diversiteitscoach, hielp hij anderstalige nieuwkomers integreren op een middelbare school en organiseerde hij de communitywerking bij Beerschot. Hij is actief in diverse diversiteitsprojecten. Twee jaar geleden schreef hij, samen met ondergetekende, het boek 'Vuile zwarte. Racisme in het Belgische voetbal'. Beloy staat binnenkort bij de gemeenteraadsverkiezingen op de Antwerpse sp.a-lijst.

Selahattin Koçak (49) werd in Beringen geboren en was er politicus voor sp.a en later Open VLD, keerde de politiek en Limburg de rug toe en is nu diversiteitsverantwoordelijke bij Voetbal Vlaanderen. Hij reist het land rond om lezingen over islam en diversiteit te geven.

Imade Annouri (34) is Vlaams parlementslid en Antwerps districtraadslid voor Groen, én sportliefhebber. Drie mensen met een verschillende migratieachtergrond, drie Antwerpenaren (één geboren, drie getogen) met een politiek heden of verleden, drie sportliefhebbers met een grote affiniteit voor de voetbalwereld en een helder engagement om mee te werken aan het welslagen van de multiculturele samenleving, drie vertegenwoordigers van verschillende generaties. Hoe zien zij het probleem van onze 'witte tribunes'? En hebben zij een oplossing in petto?

"Als je niet mag meespelen in het dagelijks leven, waarom zou je dan meespelen met een club?" - Paul Beloy

Community

"Het is heel eenvoudig: kijk naar de maatschappij", opent Paul Beloy. "Mensen met een andere huidskleur voelen zich niet aanvaard. Dan is het een beetje belachelijk om te veronderstellen dat ze zich achter een lokale voetbalclub zouden scharen. Als je niet mag meespelen in het dagelijks leven, waarom zou je dan meespelen met een club?"

Imade Annouri is het daar grotendeels mee eens. "Aan een voetbalclub zijn verschillende aspecten verbonden: de kleuren, het stadion, de bezieling. Dat vertaalt zich in clubliefde. Je gaat naar het voetbal omdat je vader of je oom dat ook deed, omdat je jezelf daarin herkent en je blijft gaan. De meeste clubs hebben echter weinig voeling met de superdiverse samenleving, waardoor er van de kant van de mensen met een migratieachtergrond geen emotionele affiniteit ontstaat. Er ontbreekt een band. Clubs beseffen hier te weinig dat ze een belangrijke rol moeten spelen in het veranderende sociale weefsel. Kijk naar de Premier League: daar zijn de toeschouwers overwegend wit, maar je ziet ook vrouwen met een hoofddoek, sikhs en zwarte fans in de tribune zitten. Dat heeft met een decennialange traditie van communitywerking te maken. De Engelse voetbalbond heeft bijvoorbeeld ook een duidelijk beleid tegen racisme. Daardoor voelen mensen met een andere achtergrond zich er nadrukkelijker aanvaard. Al is het niet allemaal rozengeur en maneschijn natuurlijk: de brexit heeft duidelijk gemaakt dat de angst voor het vreemde sterk aanwezig is in de Britse samenleving."

Selahattin Koçak plaatst toch enkele kanttekeningen. "Ik heb lang over je vraag nagedacht en mijn conclusie is dat de 'witheid' van de tribunes weinig met racisme te maken heeft. Natuurlijk zijn er nog af en toe racistische spreekkoren en daar moeten we keihard tegen blijven optreden, maar dat is niet de reden waarom allochtonen niet naar ons voetbal gaan. Dat komt omdat het niet met de paplepel wordt meegegeven, zoals bij autochtone jongeren wel het geval is. Grootvaders en vaders van Turkse en Marokkaanse jongeren gingen niet naar Belgische clubs kijken, dus gaan hun kinderen ook niet. In Turkije zou dat helemaal anders zijn. Daar hebben ze allemaal hun favoriete club: Besiktas, Galatasaray of Fenerbahçe. Ze volgen die wedstrijden thuis op tv, of trekken en masse naar het café, óf ze gaan naar het stadion. En dan spreken we niet over vier- of vijfduizend mensen, maar over dertig- of veertigduizend. Daarnaast supporteren ze ook nog eens massaal voor Real Madrid of Barcelona."

"Grootvaders en vaders van Turkse en Marokkaanse jongeren gingen niet naar Belgische clubs kijken, dus gaan hun kinderen ook niet. Clubliefde wordt met de paplepel meegegeven" - Selahattin Koçak

Tous ensemble

Annouri: "Ik ben zelf geboren in Hoboken, niet ver van het Kiel, een superdiverse buurt, en toch merk ik dat noch ik, noch de meeste andere mensen uit mijn omgeving naar Beerschot Wilrijk zijn gaan kijken. Er is ook weinig wisselwerking. Ik zat op Pius X, op een boogscheut van het Olympisch Stadion. Als leerlingen konden we gemakkelijk aan goedkope tickets geraken en zo ben ik met mijn maten een keer of vier, vijf naar Beerschot gaan kijken. We hebben ons geamuseerd, juichten mee als er gescoord werd, vloekten mee als er een kans werd gemist. Dat is het mooie aan voetbal: dat je emoties kunt delen. Maar ik heb me nooit vereenzelvigd met die club. Ik supporter zelf vanop afstand voor Standard, maar de paar keer dat ik op Sclessin was, voelde ik me geen deel uitmaken van de community van supporters. Niet zo lang geleden was ik in Eindhoven en toen ik langs het Philipsstadion reed, hingen daar grote foto's van een milicien, een verpleger, een zwarte man, een vrouw met een hoofddoek en nog wat andere fans onder de tekst 'Ook wij zijn PSV'. Ik vond dat zo positief, dat ik spontaan gestopt ben om er een foto van te maken."

Koçak: "Ik heb dat in de jaren 70 al meegemaakt bij FC Beringen, de club van de mijnwerkers. Kinderen van mijnwerkers mochten daar gratis binnen. Ik zie ons nog zo zitten in een hoek van die betonnen bunker, terwijl we onze ogen uitkeken naar Wilfried Van Moer of Franky Vercauteren, die voor ons acteerden alsof het de film 'Escape to Victory' was. Dát was pas een goed idee, want die kinderen zijn nog jaren blijven gaan. Herinner je ook dat Fenerbahçe zeven jaar geleden een wedstrijd achter gesloten deuren moest spelen na ongeregeldheden in een vorige match. Alleen vrouwen waren die dag welkom. Die dan vervolgens even fanatiek waren en even hard begonnen te schelden als de mannen, maar een aantal onder hen is daarna wel écht supporter geworden."

Beloy: "Ik hoor geregeld dat mensen met een Turkse, Marokkaanse of Congolese achtergrond niet naar het voetbal gaan, omdat ze niet kunnen komen zoals ze effectief zíjn. De Vlaamse voetbalcultuur gaat veel ruimer dan de wedstrijd: supporters verzamelen uren vooraf, slaan hun drankvoorraad op in een supermarkt en gedragen zich uitbundig. Als je daar niet aan meedoet, hoor je er niet bij."

Koçak: "Clubs moeten verkleuren en vervrouwelijken. Voetbal kan niet alleen overleven op veertigers met een bierbuik. Al is voor de Turken de drankcultuur geen excuus. Weet je dat Efes, de grootste brouwerij van Turkije, tot voor kort sponsor was van de Turkse nationale ploeg? Dat speelde geen enkele rol voor de fans. Als ik een Top 3 van redenen zou moeten bedenken waarom mensen met een Turkse achtergrond niet naar het voetbal zouden gaan, staat dit er niet tussen."

Annouri: "Die drankcultuur heeft niet per se een effect op minder diversiteit, maar zorgt er wel voor dat er een mannelijke cultuur heerst naast het veld. Daardoor blijven vrouwen en kinderen thuis. Een vriend van me nam zijn vrouw en zoon eens mee naar een wedstrijd waar rellen uitbraken. 'Nooit meer!', was zijn reactie achteraf. De ondervertegenwoordiging van gezinnen is een groot probleem in ons voetbal. Van mij moet je die drankcultuur niet afschaffen, maar waarom kun je het aanbod niet uitbreiden? Naast de kraampjes voor alcohol en hamburgers, kun je toch perfect een kraam zetten met halalburgers en een ander waar ze allerlei niet-alcoholische dranken verkopen?"

Koçak: "De machocultuur is inderdaad een reëel probleem. Je mag hooliganisme niet uitsmeren over álle supporters van een club, maar het is wel de voornaamste reden waarom vrouwen niet meekomen naar het voetbal. Al zie ik een kentering. Denk aan de 'Tous ensemble'-actie rond de Rode Duivels. Die hebben nu ook veel vrouwelijke fans."

"Ik heb een droom: ik wil een vrouw met een hoofddoek in de clubkleuren zien juichen en highfiven met de supporter naast haar die het logo van de club op zijn arm heeft laten tatoeëren" - Imade Annouri

Clásico

Beloy: "Mensen met een andere origine vragen zich af: 'Wat heb ik hier te zoeken?' We zouden nogal verschieten als een Marokkaanse vrouw met een hoofddoek zou komen supporteren. Of als er iemand met een Turkse vlag zou zwaaien. De spelers op het veld zijn ónze spelers, wat ook hun afkomst is, maar die supporters zijn daarom nog niet ónze supporters. Die sfeer kun je niet zomaar ontwikkelen."

Annouri: "Onze clubs moeten zich de vraag stellen wat voor club ze willen zijn. Willen ze een familieclub zijn? Dan zullen ze moeten mikken op superdiversiteit in de tribunes. Als je naar de samenleving kijkt, dan zie je allemaal verschillende families door elkaar lopen. Weinig familiefoto's lijken nog op elkaar, dat was vroeger anders. Traditionele supporterskernen hangen daarentegen nog te sterk vast aan het exclusieve karakter dat ze denken te hebben. Wil je als club jaar na jaar zevenduizend toeschouwers bereiken en that's it? Of wil je je verankeren in je wijk en in de samenleving? Dat zou zelfs commercieel goed gezien zijn, maar clubs denken daar te weinig over na. Of ze durven niet te morrelen aan de macht van hun harde kern. Door een tekort aan visie en ideeën worden er enorme kansen gemist!"

Beloy: "Kijk naar het jeugdvoetbal. Dat draait op het verbruik in de kantine. Als er niet meer wordt gedronken, gaan de clubs failliet. Je redt het niet met een theetje. Jongeren met een andere huidskleur worden gezien als een verliespost. Tenzij ze uitzonderlijk veel talent hebben: dan wordt het een ander verhaal. Vergeet ook niet dat voetbal geen goedkope zaak is. Als je drie zonen hebt die allemaal willen voetballen, kost dat een pak geld. En dan moet je zelf nog eens gaan kijken, wat ook geld kost. Wie het moeilijk heeft, zal je niet zien in onze clubs. Een hele categorie mensen wordt zo uitgesloten."

Koçak: "Het draait allemaal rond Participatie, met hoofdletter P. Communitywerking is cruciaal: je kunt niet Anderlecht kopen zonder nagedacht te hebben over de sociale verankering van die club en wie er deel uitmaakt van de lokale community."

Annouri: "Neem mijn stad, Antwerpen. Jongeren groeien hier op, maar ze lopen rond in shirts van Real Madrid of Barcelona, niet van Antwerp of Beerschot Wilrijk, en de wedstrijd waar ze het meest naar uitkijken is de Clásico. Wedstrijden in de Marokkaanse competitie interesseren hen niet."

 

FC Roza

Elke gemeenschap eigen, exclusieve clubs zoals Étoile Marocaine, FC Turk Sport of Maccabi, is dat een goed idee? Paul Beloy gruwt ervan. "Dat is een ramp! Samenleven is gelijk aan: samen leven, samen studeren, samen sporten. Alleen dan kunnen we de transformatie naar een harmonieuze samenleving maken."

Selahattin Koçak heeft er geen principiële bezwaren tegen. "Voor mij kan dit perfect in het kader van de diversiteit, ik vind dat niet echt een probleem. Zolang je als club maar beseft dat je deel uitmaakt van een groter geheel. Een eigen competitie is op dat vlak geen optie. Voetbal moet meer dan ooit een verbindende factor zijn. Je kunt niet zeggen dat het voetbal geen goede afspiegeling van de samenleving is en je er vervolgens zelf van afzonderen. De klassieke allochtone club dateert trouwens al van dertig, veertig jaar geleden. Ook vandaag gebeurt het nog dat er in het liefhebbersvoetbal een club met alleen maar Chileense spelers wordt opgericht. Moet kunnen."

Imade Annouri glundert. "Hoewel ik zelf meer een basketter ben, kan ik toch met enige fierheid zeggen dat ik tien jaar lang, van 2005 tot 2015, een club heb geleid die ik mee had opgericht en die het tot in de eerste klasse van het liefhebbersvoetbal heeft geschopt: FC Roza. Mijn vriendenkring is heel eclectisch. Mijn maten stelden vast dat ze bij sommige clubs niet welkom waren, dus was de enige oplossing om er zelf een op te richten. FC Roza bestond uit elf verschillende nationaliteiten. Omdat de clubkleuren moesten afwijken van de bekende clubs in de stad - het mocht het dus geen roodwit, paarswit of geelzwart zijn - koos ik voor knalroos. Ook zo vielen we op. Ik denk dat er weinig clubs in dit land zijn geweest, die zo superdivers waren als wij. Anderzijds heb ik wel begrip voor mensen van een bepaalde origine die een club van gelijkgezinden willen oprichten, maar ik vrees dat ze gelijkgezindheid te veel willen koppelen aan gelijke afkomst. Een goed voorbeeld van hoe het wél kan is City Pirates, waar je voetballertjes van heel veel verschillende nationaliteiten ziet rondlopen. Waarom mag ik dat niet verwachten van de twee grote clubs in Antwerpen?"

"Ik voel me een beetje zoals Martin Luther King in zijn laatste speech, waarin hij zei dat hij het beloofde land had gezien vanop de top van de berg, maar dat hij er misschien zelf niet meer zou geraken" - Paul Beloy

Droom

Beloy: "De nieuwe generatie jongeren is niet meer Marokkaan of Turk: dat zijn Belgen. Witte papa's hebben een donkere mama, of omgekeerd. Daar rust mijn hoop op. Die mix zal onvermijdelijk voor een kentering zorgen. Die mix ís er al, maar er moeten nog veel zaken in gang gezet worden. En je botst op tegen hardleerse mensen die uitgaan van het principe 'Wit is wit en moet altijd wit blijven!' Ik weiger nog langer met dat soort mensen te discussiëren. Tegen stompzinnige, rechtlijnige ideeën kun je toch niet op. We onderschatten over hoeveel mensen dat gaat. Kijk naar het incident op Pukkelpop. Die jongeren kennen dat soort racistische liederen, in sommige milieus zijn ze daar keihard mee bezig. Er heerst een cultuur van 'alles mag gezegd worden'. En ik mag dan wel hoopvol zijn dat het zal veranderen, toch zal ik het zelf niet meer meemaken, vrees ik. Ik voel me een beetje zoals Martin Luther King in zijn laatste speech, waarin hij zei dat hij het beloofde land had gezien vanop de top van de berg, maar dat hij er misschien zelf niet meer zou geraken. Ik zal het ook niet meer halen, maar mijn kinderen en kleinkinderen hopelijk wel. We zijn allemáál Belgen, vergeet dat niet!"

Koçak: "Ik ben zeer optimistisch, maar we moeten keihard inzetten op ouderparticipatie. Dat doen we met Voetbal Vlaanderen. Op Racing Genk zijn er multiculti supportersgroepen, die zich honderd procent met de club identificeren. Daar moeten we óveral naartoe. De ouders moeten meedoen en de jongeren zullen volgen. Hoeveel Turkse jongeren doen meer dan alleen wedstrijdjes spelen, doelpunten proberen te maken en veel geld verdienen? Er is ook een voor en een na de match. Mijn broer en ik discussieerden vroeger altijd over voetbal. Als er iemand iets kwaads over Anderlecht zei, gingen we daar tegenin. Dat zal de weg zijn. Witheid is tijdelijk, de toekomst wordt multiculti."

Annouri: "Ik heb een droom: ik wil een vrouw met een hoofddoek in de clubkleuren zien juichen omdat het nummer 9 van de thuisploeg in de 89ste minuut het winnende doelpunt heeft gescoord en haar zien highfiven met de supporter naast haar die het logo van de club op zijn arm heeft laten tatoeëren. Ik zie dat ooit gebeuren, maar de clubs zullen hun nek moeten uitsteken en niet alleen sommige clubs zoals AA Gent, dat veel belang hecht aan communitywerking. Door de veranderende demografie zal het trouwens onvermijdelijk zijn. In het zaalvoetbal is het al zover. Als ik naar Futsal Antwerpen ga kijken, zie ik mensen van Marokkaanse afkomst op het veld én in de tribune: jongeren die opkijken naar die dribbelende spelers. Maar de sporthal is natuurlijk een veilige, kleine omgeving."

 

Afspiegeling

Tijd om af te ronden. "Clubs moeten meer een afspiegeling van de maatschappij worden, waarbij iedereen erbij hoort en waarbij alle culturen op alle niveaus vertegenwoordigd zijn", voert Paul Beloy aan. "Personeel moet van hoog tot laag meer kleur krijgen, van de voorzitter tot de trainer. Dat zou een verrijking van de samenleving betekenen. Voor alle duidelijkheid: onder 'meer kleur' versta ik niet een rijke Chinees die de club overneemt! Maar kijk naar de Pro League: alleen Mehdi Bayat van Charleroi heeft een andere afkomst."

"De Amerikaanse NBA wordt weleens de 'Afro-American League' genoemd, vanwege de zwarten op het veld én in de tribune", weet Imade Annouri. "En toch is het ownership van die clubs nog vooral in blanke handen. Dat hoeft geen probleem te zijn, zo lang ze maar voeling met de maatschappij hebben en respect voor wie er anders uitziet. In de Verenigde Staten hebben ze al lang door dat dit ook commercieel een goed idee is. Hoewel andere competities, zoals de NFL, daar ook nog mee worstelen."

"Alle zichzelf respecterende organisaties moeten een afspiegeling zijn van deze samenleving", besluit Selahattin Koçak. "Maar dat kost tijd. Je kunt moeilijk met quota gaan werken. Wat je wel kunt doen: lid worden van een club, naar vergaderingen gaan, een sociaal netwerk opbouwen, je in het bestuur laten verkiezen. Voetbal is zoveel meer dan die negentig minuten op het veld. Het draait ook om de kantine beheren, scheidsrechter worden, de lijnen trekken, de was en de plas. Die omslag is nu aan het gebeuren, we zijn op de goede weg. Geef het nog anderhalve generatie."

Sporta-magazine is een uitgave van Sporta-federatie, die deel uitmaakt van de Sporta-groep.