Wim De Coninck

Topvoetbalanalist is vooral wielerfreak

vrijdag 13/04

Neen, het voetbalspelletje moet je Wim De Coninck niet leren. De 58-jarige ex-doelman verdedigde tussen 1977en 2000 de kleuren en vooral de netten van opeenvolgend Essevee Waregem (10 jaar), Antwerp FC (6 jaar), AA Gent (3 jaar), Anderlecht (3 jaar) en Eedracht Aalst (1 jaar). De Coninck, die met 1m77 één van de kleinste eersteklasskeepers ooit was, versierde onder Guy Thys zeven caps als Rode Duivel, maar kwam nooit van de bank wegens loodzware concurrentie: Jean-Marie Pfaff, Michel Preud'homme, Gilbert Bodart, Jacky Munaron… De Coninck mocht In 1984 van Thys wel mee naar het EK in Frankrijk als derde keeper na Pfaff en Munaron. Na zijn spelerscarrière trainde hij één jaar Aalst, één jaar Antwerp en was één jaar sportief technisch-directeur van fusieclub KSV Roeselare. Ondertussen is Wim De Coninck al 21 jaar professioneel voetbalanalist, de ‘oudste’ in zijn soort in ons land.

©René De Brucker

Voetbalanalist: een toevalstreffer. Of toch een beetje. De Gentse regent Lichamelijke Opvoeding: “Het was in 1996. Ik was derde doelman en assistent van trainer Lei Clijsters bij AA Gent. Lei werd tijdens de winterstop tijdens een indoor-voetbaltornooi voor eersteklassers in het Wevelgemse hippisch centrum gevraagd om voor de toenmalige betaalzender SuperSport (Filmnet) co-commentator te zijn van Gui Polspoel. Maar Lei zag dat niet zitten en stuurde mij naar de commentaarbox. "Wat komt gij hier doen?", vroegen ze me daar duidelijk verbaasd. "Ik ben gestuurd door Lei", reageerde ik. De uitzending startte vijf minuten later al en ze hebben mij dan maar snel een koptelefoon gegeven. Moet mooi zicht geweest zijn, ik stak nog in voetbaltenue, met mijn keepershandschoenen aan.”

Polspoel was na afloop razend enthousiast over zijn sidekick en T2 van Gent had er een bijverdienste bij.

“Twee weken later werd me gevraagd om Racing Genk – Lommel voor de Belgische beker mee te commentariëren met Wim Heidbüchel, nadat zijn vaste sidekick Franky Vercauteren had afgezegd. Nog merkwaardiger: ik heb een seizoen later als derde keeper bij Anderlecht… zowaar een match ván Anderlecht tegen Ekeren mee becommentarieerd.”

"Ik bekijk als analist 8 matchen tegelijk. Het vergt discipline. Je ogen schieten van links naar rechts en van onder naar boven. Dit is topsport."

Ondertussen is Wim Deconinck ‘voltijds’ voetbanalist geworden en is het leger aan collega’s exponentieel gegroeid, keurig verspreid over tal van kanalen of providers: Proximus (11), VOO (sport van Nethys), Telenet (Play Sports), Orange (Eleven Networks), Scarlet (via Proximus) … “Het is een onzekere job, want het is elk jaar weer afwachten wie de uitzendrechten van welke nationale en Europese competities zal hebben. Vijf jaar geleden ben ik eens tien maanden bij De Post gaan werken, toen ik bij een nieuw voetbalcontract plots terugviel van honderd naar dertig opdrachten. Ik reed met zo’n rood autootje rond: postbussen leeghalen en in bedrijven de post oppikken. Maar nu ben ik weer ‘vollen bak’ als analist aan de slag. Ikzelf werk enkel voor Proximus. Een voltijdse job. Vrijdag, zaterdag en vooral zondag de Jupiler League als analist of co-commentator, of beiden samen. En op dinsdag en woensdag is er Champions League, telkens in ‘Multilive’ waarbij we 8 wedstrijden tegelijk coveren. Ik bekijk ze allemaal op één groot scherm, bijna niks ontgaat mij. Ik doe dit nu al meer dan 7 jaar en ben getraind om acht matchen tegelijk te volgen. Het vergt discipline en je ogen schieten van links naar rechts en van onder naar boven van het ene scherm naar het andere. Gelukkig beschik ik over een goed getraind geheugen. Gecombineerd met opperste concentratie gedurende twee en een half uur durf ik zelfs spreken van topsport en passie.”

Zo’n Multilive vergt uiteraard heel veel voorbereiding. Op een Champions League-avond met 8 matchen ziet De Coninck dus 16 ploegen aan het werk. “Men gaat ervan uit dat ik zoveel mogelijk spelers van alle ploegen ken, ook van minder bekende teams zoals het Turkse Hapoel Beer-Shevade, het Azerbeidzjaanse FK Qarabağ of het Cypriotische Apoel. Ik weet bijvoorbeeld dat Denis Scherbitski de keeper van het Wit-Russische BATE Borisov is en dat de linksback van Astana Dmitri Shomko heet. Ik moet ook alle invallers van alle ploegen kennen. En als je weet dat er in het ‘ergste’ geval 48 of drie per ploeg kunnen inkomen tijdens een match... Zeker in het begin van de CL zijn mijn voorbereidingen op elke speeldag echt blokwerk, moet ik veel lezen en matchen bekijken... Na twee dagen Champions League ben ik even murw in het hoofd.”

“Preud’homme zei ooit: 'De macht is vandaag aan de analist, niet meer aan de trainer'. Lijkt me wat overdreven"

Wim De Coninck volgde in 2001-2002 de Uefa Pro Licence-cursus en behaalde zo het hoogst haalbare trainersdiploma, waarmee je als T1 aan de slag kunt bij een eersteklasser. “Het was een hele investering (De kostprijs was toen 215.000 Belgische frank en is nu 6.500 euro, ml).” Maar het werd dus analist. “Preud’homme zei ooit: 'De macht is vandaag aan de analist, niet meer aan de trainer'. Lijkt me wat overdreven. Er wordt wel waarde gehecht aan zware uitspraken van analisten. In andere landen, zoals Engeland, is dat nog erger. Het gebeurt wel dat ik reacties krijg van trainers of spelers, maar op een constructieve manier. Neem me niet kwalijk dat ik hier geen concreet voorbeeld geef. We regelen zo’n discussies wel onderling, als grote mensen. Bij supporters ligt dat anders. Ik heb van een Antwerpfan eens gehoord dat ik tegen mijn ex-ploeg ben. Die man begrijpt dus niet dat ik geen supporter, maar een analist ben die zo objectief mogelijk elke ploeg probeer te ontleden. Ik zeg gewoon wat ik zie, slechte maar ook goede dingen. Ik heb ooit na een winnend doelpunt van Standard, waarbij ik in de tribune zat en commentaar gaf, een zware slag op het hoofd gekregen van een Standardsupporter. Dan denk je toch even na.”

 

Wielrenner

Wim De Coninck sloot op jonge leeftijd aan bij de plaatselijke voetbalclub FC Baarle (deelgemeente van Drongen), hoewel wielrennen zijn grote passie was. “Ik kreeg de liefde voor het fietsen met de paplepel mee. Ik luisterde in 1964 naar de radio, zo’n klein transistortoestelletje, in het gezelschap van enkele nonkels. Zij supporterden voor Walter Godefroot. “Godefroot was van Drongen. Toen hij in 1972 in Bornem Belgisch kampioen werd voor Merckx, was het ook bij ons feest, de grote euforie zeg maar. Merckx en Godefroot waren toen aartsrivalen. Ik moet toen zowat de enige anti-Merckxist van het land zijn geweest…”

“Wielrenner was een kinderdroom, maar ik mocht niet koersen van mijn ouders, ik moest voetballen. Een lederen bal was immers goedkoper dan een fiets. En als je weet dat we met tien waren thuis… Ik wist vooraf dus wat het cadeau zou zijn voor kerstdag, nieuwjaar, verjaardag… Een bal. Maar ik ben later dus toch wielrenner geworden.”

Wim De Coninck fietst zelfs competitief. “Ik rij nog steeds bij een viertal nevenbonden. Als een koers in mijn werkschema past en niet te ver van huis verreden wordt, kom ik aan de start. Bezigheidstherapie en passie tegelijk. In die nevenbonden rijden ook ex-profs mee zoals Nico Eeckhout, Patrick Coucquyt, Franky Van Oyen,… Het is een klein maar heel gepassioneerd wereldje. Soms rijd ik mee in een koers voor jongere renners. Vorig jaar nog een race van 75 km. We haalden een gemiddelde van 43km per uur. Toch een meer dan behoorlijk niveau dus. En dat wordt elk jaar beter. In de winter trainen mijn tegenstanders zelfs op rollen en met een computer. Zwift heet dat, een relatief nieuwe fietstrainersoftware met een online fietswereld en een vaste toevlucht zodra het buiten te koud of te nat. Anderen trekken dan weer op stage naar Spanje. Ikzelf rij meestal in de Vlaamse Ardennen. Ik vertrek in Gent en fiets door Oudenaarde, Zwalm en Brakel. Ik ben ook al eens een week naar de Alpen getrokken, toen de Tour op Alpe d’Huez passeerde. Ik ben van plan om nog de Franse bergen in te trekken om er te trainen.”

Sporta-magazine is een uitgave van Sporta-federatie, die deel uitmaakt van de Sporta-groep.