Wit is altijd schoon

Over zwart geld op en rond het voetbalveld

dinsdag 13/09

Vorig weekend was ik met mijn echtgenote aan zee. Nog even genieten van de nazomer, een beetje uitpuffen na een drukke periode, waarin alweer een aantal deadlines moesten gehaald worden. In ons hotelletje stak de gastheer bij het ontbijt ongevraagd een tirade af tegen de witte kassa in de horeca, 'de doodsteek van onze stiel'. Op een terras in Brugge kwam een ober uren later vriendelijk maar kordaat melden dat we niet meer konden bediend worden, 'want we sluiten om zes uur, de witte kas hé'.

Dat wit niet de populairste kleur is in ondernemerskringen wisten we al van een dikke tien jaar geleden, toen we een huis bouwden. We hadden ons plechtig voorgenomen om alles in 't wit te doen, ondanks het aandringen van verschillende leveranciers. Die bekeken ons als aliens, wereldvreemde snuiters die niet doorhadden dat in België quasi alles 'in den duik' geregeld wordt, handje-contantje, om 'meneerke van den taks' (vrij naar dorpsgenoot Urbanus) een loer te draaien, die dat trouwens oogluikend toeliet. Het weer is hier doorgaans grijs, maar geldtransacties verlopen weleens vaker in het zwart.

Dat wordt nogmaals onderstreept in 'Geld op en rond het veld. Financiële stromen in het provinciale voetbal', een  BMS-studie van Erik Thibaut, Jeroen Scheerder en Eric Pompen, die verbonden zijn aan de Onderzoeksgroep Sport- en Bewegingsbeleid van de KU Leuven. BMS staat voor Beleid & Management in Sport. En wat blijkt? Ook in ons provinciale voetbal voeren de managers een beleid waarbij sportief prestige belangrijker is dan gezond aan sport doen. Gezond, in de zin van goed voor lichaam en geest, maar ook: financieel verantwoord.

zwart geld in amateurvoetbal

De toestand is verbeterd, zo luidt de conclusie van de ruime bevraging. Versta: iets minder zwart dan vijf jaar geleden, maar nog altijd donkergrijs. Zwart geld volledig uit het provinciale voetbal krijgen wordt onmogelijk geacht, getuigt iemand. 'Er zullen altijd sponsors zijn die al eens zot willen doen.' Ook clubs doen weleens zot: ze schrijven een factuur van tweeduizend euro uit voor een investering ter waarde van de helft van dat bedrag. Dat soort dingen.

'Zonder voetbal was mijn woning maar half zo groot', geeft een anonieme speler toe. Een sponsor van zijn club, een dakwerker, kon een deel van de factuur in het zwart regelen. Goed voor een officieuze besparing van 10.000 euro. Keukens worden zogezegd geplaatst door de speler zelf, terwijl in werkelijkheid een sponsor dat doet. Er is zelfs sprake van spelers die rondrijden in een auto die ze kregen van een sponsor, inclusief tankkaart. In het provinciale voetbal, dames en heren, dat sinds dit seizoen eindelijk ook officieel 'amateurvoetbal' wordt genoemd.

De toestand is verbeterd, zo luidt de conclusie. Versta: iets minder zwart dan vijf jaar geleden, maar nog altijd donkergrijs

Nog meer opvallende vaststellingen uit de studie: een meerderheid geeft aan dat er zwart geld circuleert in provinciale, zes op de tien vinden dat dit nadelig is voor de sector, maar één op drie geeft dan weer aan dat het provinciale voetbal niet kan overleven zónder zwart geld. Eén op tien voorzitters vindt zwart geld normaal. Meer nog: één op de drie clubs geeft toe dat het grootste deel van de spelersvergoedingen niet worden ingeschreven.

Wij, Belgen, zijn plantrekkers. Arrangeurs. We buigen de regeltjes al eens om. Of we negeren ze straal, als er niemand toekijkt. Dat er in de jaren 70 wereldtoppers rondliepen in het Belgische voetbal hebben we te danken aan een beperking op het aantal buitenlanders in de grote competities, het niet zo vrije verkeer van spelers, maar vooral: het feit dat er vergoedingen in een enveloppe onder tafel werden doorgeschoven. Daar moeten we niet flauw over doen. Na de doortocht van onderzoeksrechter Guy Bellemans halfweg de jaren tachtig werd dat circuit kortgesloten. Voorzitters verdwenen tijdelijk achter tralies, er werden fikse boetes opgelegd, het voetbal werd opgekuist. Tenminste: het profvoetbal. Maar de verhalen over spelers die liever twee afdelingen lager gingen spelen om zo meer te kunnen verdienen, bleven bestaan. Ze bestaan vandaag nog altijd.

'Eén op tien voorzitters vindt zwart geld normaal. Meer nog: één op de drie clubs geeft toe dat het grootste deel van de spelersvergoedingen niet worden ingeschreven'

Bedrijfsleiders die in het dagelijkse leven elke eurocent tien keer omdraaien alvorens ze hem uitgeven, worden in het voetbal plots 'big spenders'. Een gevolg van het streven naar prestige, verliezen is geen optie, de hele tribune (en in 't diepst van hun gedachten de hele wereld) kijkt toe: dus mag, nee: móet het geld rollen! Gevolg is een perverse schaduweconomie die al jaren alle maatregelen overleeft.

Om het met de titel van een boek van Leo Pleysier te zeggen: 'Wit is altijd schoon'. Ons voetbal kan alleen maar gezond worden als we rücksichtslos alle mogelijke manieren van valsspelen bannen. Of het nu om omkoping, het gebruik van prestatiebevorderende middelen of financiële doping gaat. Van nabij opvolgen, wantoestanden detecteren, daders streng straffen, desnoods uitsluiten.

'Ons voetbal kan alleen maar gezond worden als we rücksichtslos alle mogelijke manieren van valsspelen bannen. Of het nu om omkoping, het gebruik van prestatiebevorderende middelen of financiële doping gaat'

Sporta-magazine is een uitgave van Sporta-federatie, die deel uitmaakt van de Sporta-groep.